Lokale markten hebben het niet gemakkelijk

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

In een vorige bijdrage kon je lezen hoe veel Romeinen nog steeds hun buurtmarkt koesteren, al hebben vele marktkramers het niet altijd even gemakkelijk. Klanten nemen ook aan dat de producten die rechtstreeks van de landbouwer worden gekocht niet alleen verser zijn maar ook goedkoper. Veel Romeinen lopen niet zo hoog op met het certificatiesysteem en de traceerbaarheid voor de voedselveiligheid dat de overheid oplegt. De doorsnee Romein heeft veel meer vertrouwen in de producten die de landbouwer op de markt aanbiedt. Ze vinden de parate kennis van de producent, de plaats van productie, de gebruikte technieken en de mondelinge verzekering van het tijdstip van oogsten veel belangrijker dan de garantie-etiketjes en herkomstcodes die de overheid op de voedingswaren vermeld wil zien.

Een Romein heeft ook groot respect voor seizoensgebonden producten. Wanneer we rechtstreeks aankopen van een regionale boer die we kennen is de keuze misschien beperkter maar weten we tenminste zeker dat het om dagverse teelt gaat. Romeinen lopen niet storm voor aardbeien uit israël, asperges uit Peru of een enorme keuze uit allerlei buitenlandse groenten of fruit. Ze eten de producten van eigen bodem wanneer die klaar zijn.

Daarnaast blijft de gemiddelde Romein ook bijzonder fier op het lokale culinaire erfgoed. Kopen bij de eigen, regionale producenten betekent niet alleen bevordering van de lokale economie maar is ook een voortzetting van allerlei tradities, zowel op culinair als cultureel vlak. Eten is weliswaar voor alle Italianen bijzonder belangrijk, in Rome hebben we altijd het gevoel dat het hier nog net een stapje verder gaat.

De markten in Rome leggen vooral de nadruk op de verkoop van verse producten. Het gaat dan meestal om rechtstreekse verkoop door de boeren zelf. Soms stellen de landbouwers ook een afgevaardigde aan, die zich specifiek bezighoudt met de verkoop. Niet alle boeren hebben immers de tijd, middelen of personeel om dagelijks aanwezig te zijn op een markt. Dergelijke afgevaardigden nemen soms ook een gedeelte van het aanbod van groothandelsmarkten of andere boeren mee naar kleinere wijkmarkten, bijvoorbeeld omdat een bepaald product niet beschikbaar is bij de boeren waarvoor ze werken.

Voor een toerist of toevallige bezoeker is het natuurlijk niet altijd duidelijk bij wie je nu eigenlijk koopt: een echte boer of een afgevaardigde verkoper. Soms maakt het weinig verschil – tenzij in de prijs, want dergelijke verkopers nemen natuurlijk een klein percentage in de winst – maar sommigen bieden zoveel producten aan dat het oorspronkelijke idee verloren gaat. Marktkramers die behalve dagverse groenten ook olijfolie, honing of likeur aanbieden kan je nog waarderen maar nu en dan tref je verkopers aan bij wie de regionale handelsgeest – zacht uitgedrukt – een beetje ontspoord is.

Aankopen van verse groenten en fruit zijn in Lazio goed voor 34,6% van het bedrag dat een gemiddeld huishouden uitgeeft aan voeding. Dat is het hoogste cijfer van heel Italië. Op nationaal vlak bedraagt het gemiddelde 29,3%. Gezinnen in het zuiden van Italië geven gemiddeld meer geld uit aan verse groenten en fruit dan inwoners uit het noorden van Italië.

Zowel het stadsbestuur, de provincie als de Kamer van Koophandel van Rome stimuleren de aanwezigheid van de agrarische producenten en promoten hun aanwezigheid op de markten met acties, bewustmakingscampagnes bij de consumenten en in brochures. De boerderijen die zich effectief laten registreren in het marketingsysteem kunnen zelfs rekenen op heel wat extra ondersteuning waaronder uniforme stands in specifieke kleuren zodat de klant deze standhouders onmiddellijk kan herkennen.

Een opname in het register gebeurt op vrijwillige basis maar de landbouwers die het doen moeten zich wel houden aan een aantal technische normen en specificaties. Zodra ze hun lidmaatschap aanvragen moeten ze zich daar contractueel aan houden. Er wordt ook op toegezien of ze blijven voldoen aan de opgelegde regels. Dat gebeurt door een commissie die in het leven geroepen is door de stad Rome en waarin ondermeer afgevaardigden zitting hebben van het ministerie van Handel, Landbouw en Milieu, bijgestaan door twee deskundigen van het stadsbestuur en nog eens twee specialisten die worden aangesteld door de Kamer van Koophandel.

In Rome bestaat ook een groothandel in groenten, die eveneens als een soort markt naar buiten treedt. Dat is het Centro Agroalimentare Roma (CAR), met hoofdkantoor aan het einde van de Via Tiburtina, op de grens tussen Rome en Guidonia, met een speciaal ontworpen toegangsknooppunt tot de snelweg Rome-Aquila. CAR is een naamloze vennootschap. De aandelen bevinden zich voor het grootste deel bij particulieren, maar de regio Lazio, het stadsbestuur van Rome en de Kamer van Koophandel van Rome participeren in het bedrijf. In Lazio zijn er nog vier andere dergelijke markten, met name in Fondi, Latina, Frosinone en Albano.

Via de website van CAR en dankzij www.agroalimroma.it is de actuele groothandelsprijs van de producten op ieder moment beschikbaar. De prijzen krijgen een een dagelijkse update, zodat handelaars permanent de evolutie van de prijzen, tussen vraag en aanbod, kunnen volgen.

Ondanks al dat positieve nieuws hebben de lokale markten het niet altijd even gemakkelijk. De veranderingen in de sociale, economische en culturele leven hebben net als elders in Italië ook in Rome gezorgd voor veranderingen in leefstijl en consumptiepatronen bij de Italiaanse huishoudens.
De consument zoekt vandaag naar alles wat tijd bespaart en komt daardoor ook voor wat voeding, groenten en fruit aangaat, steeds vaker terecht bij diepgevroren of voorverpakte producten.

Het gebruiksgemak dat de klant van vandaag gewoon is verhoogt de concurrentiedruk op het dagverse aanbod van de markten. Tot voor enkele jaren vond je in het centrum van Rome geen enkele supermarkt. Vandaag is er in iedere wijk wel eentje en openen steeds meer van dergelijke middelgrote winkels de deuren en knagen aan het marktaandeel van de verkoop op markten.

Ook de permanente media-aandacht voor voedselveiligheid doet dezelfde consumenten nadenken over de omstandigheden waarin landbouwproducten worden geteeld of verwerkt. De huidige levensstijl doet anders vermoeden maar vooral jongeren beseffen best wel dat al het voorgepakte voedsel en de vele producten die van elders in Europa worden aangevoerd alles behalve milieuvriendelijk zijn. Ze denken na over waar het voedsel vandaan komt.

Die bewustwording doet op termijn waarschijnlijk nieuwe voedingstrends ontstaan, waarbij het koopgedrag zich niet langer laat leiden door het gebruiksgemak maar zich richt op gezonde, dagverse en smakelijke voeding, op milieuvriendelijke wijze geteeld, liefst afkomstig van eigen bodem en van mensen die je persoonlijk kent. Kwaliteit primeert, zonder daarbij natuurlijk het aspect van voedselveiligheid uit het oog te verliezen. Wanneer de aankomende generatie die mentale klik maakt is de toekomst van de plaatselijke marktkramer weer voor lange tijd verzekerd.

Het gebeurt dat een verkoper het niet zo nauw neemt met de herkomst van de producten die hij of zij aanbiedt. Als klant kan je dat controleren door het verplichte label op de koopwaar. Maar die indicatie lijkt niet altijd te kloppen. Malafide handelaars kopen elders of in het buitenland aan en laden hun producten over naar andere dozen. Controleurs merken bij een rondgang achter de kramen weleens lege dozen op met herkomstmarkeringen van buitenlandse producten. Dergelijke verkopers bezorgen de markt een slechte naam en ze worden bij betrapping dan ook zwaar beboet of zelfs permanent geweerd.

Marktkramers begrijpen best dat een klant ook buiten het gewone seizoen weleens kan verlangen naar een bepaald stuk fruit of een groente. Ingevoerde producten worden niet zelden bewaard in een gasmengsel wat de smaak hoe dan ook beïnvloedt. De kwaliteit van de Italiaanse producten is veruit superieur aan de kwaliteit van de ingevoerde goederen, al kunnen ze anders smaken.

Seizoensgebonden betekent ook afhankelijkheid van het klimaat: niet alle producten zullen ieder jaar op hetzelfde tijdstip volop beschikbaar zijn. Daardoor schommelt ook de prijs. Interessant bij plaatselijke en regionale productie is dat je als klant altijd een kijkje kan gaan nemen waar je groenten of fruit vandaan komen.

Wie ergens aardappelen koopt zal wel weten of ze uit eigen land komen en in het beste geval zelfs uit welke regio ze afkomstig zijn maar het is onmogelijk om te weten of het aardappelveld in kwestie bijvoorbeeld niet naast een stortplaats is gelegen. Als je aardappelen koopt bij een lokale landbouwer weet je dat.

Wat de prijzen betreft, zijn er vele factoren die deze beïnvloeden. Het klimaat is van cruciaal belang, omdat hierdoor het productaanbod wordt bepaald. Een zachte winter, een plotse regenbui of een intense hitteperiode kunnen leiden tot drastische prijsveranderingen. Bij een overaanbod raakt de markt ook verzadigd zodat de boer gedwongen is aan lagere prijzen te verkopen.

De meeste producenten zijn zich bewust van het belang van biologische landbouwproducten. Sommigen verkopen niets anders, anderen kunnen met enkel biologische producten de vraag niet volgen. Nog andere landbouwers leggen de nadruk op duurzame productieprocesssen. Er is bij klanten best wel interesse voor biologische producten maar van massaconsumptie is geen sprake. Bovendien deinst zelfs de meest milieubewuste klant nog altijd terug wanneer hij bijvoorbeeld een salade aantreft waar insecten een paar gaatjes in knaagden. Die salade raakt niet verkocht. Terwijl zelfs insecten best wel weten welk voedsel echt in orde is…

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 25 oktober 2013. Bekijk het origineel.