Het interieur van de Santi Nereo e Achilleo

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het interieur van de basilica Santi Nereo e Achilleo waarover we het gisteren hadden, kreeg nog niet zolang geleden een restauratiebeurt en deze bijna puur romaanse ruimte is gedurende eeuwen steeds als bij wonder ontsnapt aan het barokke geweld. Hier ontdekken we een heel aparte mengeling van stijlen, vrijwel uniek in Rome, variërend van de achtste tot de zestiende eeuw. De typisch vijftiende-eeuwse achthoekige pijlers van het middenschip dateren uit de periode van de restauratie die werd uitgevoerd in opdracht van paus Sixtus IV (1471-1484).

Het was Niccolò Circignani (1517-1596), beter gekend als Pomarancio, die in opdracht van paus Clemens VIII de wanden van het schip voorzag van fresco’s met de apostelen en martelaren. ‘Showing in clinical detail how each of the apostles was martyred’ lezen we in een oude Engelse reisgids. Vroeger bestonden er verschillende Romeinse kerken met dergelijke afbeeldingen. Behalve in de Santi Nereo e Achillio vind je dergelijke scènes onder meer ook nog in de San Vitale aan de Via Nazionale en vooral in de Santo Stefano Rotondo aan de gelijknamige straat.

De schokkende ‘educatieve’ martelscènes in deze laatste basilica, tonen zowat alle mogelijke varianten van wreedheden die christenen hebben moeten ondergaan, een ware orgie van bloeddorstigheid. Kunstcriticus Robert Hughes omschreef de plek als “een soort Sixtijnse kapel voor sentimentele sadisten”. Zelfs markies de Sade die in 1775 de kerk bezocht, vond sommige scènes te gortig.

Pomarancio bleek inderdaad een specialist in het tonen van het doorboren, verbranden, geselen, villen, afranselen, ophangen, verdrinken en zelfs in hete olie koken van christelijke lichamen. Van zijn hand is ook het olieverfschilderij ‘Santa Domitilla’ boven het linkeraltaar. Pomarancio is in Rome goed vertegenwoordigd, wel mag men hem niet verwarren met zijn leerling Cristoforo (1552-1626) die de bijnaam van zijn meester, die verwees naar zijn geboortedorp, overnam.

Een familielid van paus Clemens VIII Aldobrandini ligt in de Santi Nereo e Achilleo begraven onder een met ingewikkelde Italiaans intarsia versierde zerk voor het koor. Intarsia is een vorm van inlegwerk in hout, een oppervlaktetechniek waarbij de ingelegde materialen in een massief vlak verwerkt zijn. Er wordt eerst materiaal uit het vlak verwijderd, dat vervolgens ingelegd wordt met hout, (edel)steen, of metaal. Door schuren en/of slijpen wordt het oppervlak vervolgens glad gemaakt.

Het oudste monument in de Santi Nereo e Achilleo is het mozaïek aan de buitenzijde van de triomfboog, het dateert uit de tijd van paus Leo III (795-816). Daarbij wordt van de negende eeuwse apsis gebruik gemaakt om een berg te suggereren, in het centrum zien we een voorstelling van de verheerlijking of transfiguratie van Christus. Dit is de enige voorstelling over dit onderwerp in Rome, abstractie makend van het schilderij van Rafaël.

Christus verschijnt zegenend in een mandorla met rechts en links Mozes en Elias. Aan zijn voeten zien we de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus. Het feit dat de apostelen op de knieën zinken, bewijst dat het mozaïek onder invloed van de Byzantijnse gedachtewereld is gemaakt, omdat de knieval daar, in tegenstelling tot de Romeinse kunst, een zeer gebruikelijke voorstellingswijze was. Ook de ‘Annunciatie’ links en de ‘Verering van Maria’ rechts zijn onmiskenbaar Byzantijns. De Maria van de Verkondiging zit te spinnen, net als op het mozaïek in de Santa Maria Maggiore.

De brede kroonlijst in de apsis waarop vreemde, maskerachtige gezichten in het omringende bladwerk overgaan, is afkomstig uit een klassiek gebouw. De prachtige, middeleeuwse ambo links, met een reusachtig porfieren voetstuk dat afkomstig is uit de nabijgelegen Thermen van Caracalla, komt oorspronkelijk uit de San Paolo Fuori le Mura (Sint-Paulus buiten de Muren). Dat geldt ook voor de zestiende-eeuwse paaskandelaar.

De kooromheining en de vloer zijn cosmatenwerk, zoals ook het drieluik, de plutei, aan de frontzijde van het dertiende-eeuwse altaar. De bisschopszetel uit de zesde eeuw staat voor een marmeren nis. Op de rugleuning liet kardinaal Caesar Baronius (1538-1607) of Cesare Baronio, de biechtvader en raadgever van paus Clemens VIII (1536-1605), een vrij lange passage graveren uit de beroemde 28ste homilie van Gregorius de Grote (590-604). De paus zou deze woorden hebben uitgesproken op het graf van Nereo en Achilleo, toen nog in de Domitilla-catacombe, zittend op deze stoel.

Dat gebeurde toen Rome belegerd werd door de Longobarden. De preek weerspiegelt de nood der tijden ‘ubique mors, ubique luctus’, overal heerst de dood, overal de rouw. De zetel werd tijdens de middeleeuwen met leeuwen versierd, ze zijn uit de school van de cosmatenfamilie Vassalletto.

Ook kardinaal Baronius voerde omstreeks 1600 restauratiewerken uit aan het interieur van de basilica en nam daarbij de oude Sint-Pietersbasiliek als voorbeeld voor het inrichten van het koor, waarbij vooral aandacht werd besteed aan de opstelling van de heilige relieken. Dit gebeurde vooral om de aantrekkelijkheid van de basiliek voor pelgrims te vergroten.

Zo liet Baronius het huidige met cosmatenwerk versierde hoogaltaar overbrengen uit de crypte van de Sint-Paulus buiten de Muren en plaatste er een mooi ciborium (een altaaroverkapping op vier zuilen) overheen. Onder het hoogaltaar rusten de resten van de titelheiligen en van de heilige Domitilla.

Voorts bevat deze kerk enkele overblijfselen uit de oudheid, waaronder twee altaartjes links en rechts van de apsis. Ze zijn versierd met gevleugelde figuren waarop nog sporen van de originele polychromie zichtbaar zijn.

Na 1320 was er geen kardinaal-priester meer verbonden aan deze titelkerk. Paus Sixtus IV herstelde de kerk en de titel ter gelegenheid van het Jubeljaar 1475. De voormelde Caesar Baronius was in zijn tijd titularis van de Santi Nereo e Achilleo

De huidige titulus is de omstreden Amerikaanse kardinaal Theodore Edgar McCarrick (88). Op 28 juli jl. raakte bekend dat paus Franciscus het terugtreden als kardinaal van McCarrick had aanvaard. De kardinaal was door verschillende mannen beschuldigd van seksueel misbruik. Hiermee verloor McCarrick zijn plaats in het College van Kardinalen.

Santi Nereo e Achilleo
Viale delle Terme di Caracalla, 28, Rome

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 25 september 2018. Bekijk het origineel.