Tussen de eikenbomen, parasoldennen en cipressen en vlakbij de enorme ruïnes van de Thermen van Caracalla, vind je één van de oudste titelkerken van Rome, de Santi Nereo e Achilleo. Uiterlijk is het slechts een bescheiden gebouwtje dat zijn huidige vorm kreeg tijdens een restauratie in 1597 maar het interieur is prachtig, al zijn ‘beminnelijk’ en ‘innemend’ betere omschrijvingen.
De kerk is vaak gesloten, al zijn de deuren in de zomerperiode meestal open van 10 tot 12 uur en van 16 tot 18 uur. Een dergelijke aankondiging geeft in Rome nooit absolute zekerheid, zodat de kans altijd bestaat dat je hier voor een gesloten deur staat. Anderzijds wordt het kerkje behoorlijk vaak gebruikt voor huwelijken, wat een (discreet) bezoek eveneens mogelijk maakt.
De patroonheiligen van deze oude titulus staan niet in verband met de oorspronkelijke eigenaar van het onderliggende gebouw. Wat eerst opvalt is de mythologische naam van beide martelaren, want Nereus is de oude Griekse zeegod die voorgesteld werd als een vriendelijke grijsaard en die verschillende gedaanten kon aannemen. Hij was de vader van vijftig dochters, de Nereïden, waaronder Thetis, de moeder van Achilles zodat er, althans bij de Grieken, een verband bestond tussen Nereo en Achilleo.
Maar volgens de overlevering werden onze Nereus en Achilles gedoopt door Petrus en behoorden ze tot de metgezellen van Paulus. Later traden zij aan het keizerlijke hof in dienst van Flavia Domitilla, de nicht van keizer Domitianus (81-96) waar ze erin slaagden hun meesteres te bekeren. Tegen het einde van de eerste eeuw stierven ze alle drie de marteldood in Terracina.
Dat is de eerste versie, want paus Damasus (366-384) stelde dat Nereus en Achilleus soldaten waren die tijdens het bewind van keizer Diocletianus (284-305) onthoofd werden. De vervolging van de christenen, ingesteld door Diocletianus en die de eerste was geldend voor het gehele Romeinse rijk, lag in de tijd van Damasus, zowat een eeuw later, nog steeds goed in het collectieve geheugen. Zeker is dat beide martelaren, waarvan het feest op 12 mei valt, oorspronkelijk begraven werden in de twee kilometer verder gelegen catacombe van Domitilla die een jaar geleden opnieuw werd geopend voor het publiek.
Tijdens de vierde eeuw was dit kerkje gekend als ‘titulus Fasciolae’. Fasciola betekent verband of zwachtel en verwijst naar de vlucht van Petrus uit de Mamertijnse gevangenis richting zuiden. Daarbij zou Petrus aan het begin van de Via Appia, de huidige Via delle Terme di Caracalla, net op de plaats van dit kerkje de zwachtel verloren hebben die om zijn door de ketenen verwond been gewikkeld was.
Enkele kilometers verder, zou de apostel volgens de overlevering langs dezelfde weg Christus ontmoeten en Hem vragen ‘Domino, quo vadis’. Net zoals op deze plek later een kerkje werd opgericht, zou ook hier, aan de huidige Viale delle Terme di Caracalla 28, de latere Santi Nereo e Achilleo gebouwd zijn als herinnering aan de verloren zwachtel van Petrus. Het verhaal van de ‘fasciola’ wordt voor het eerst verteld in de Handelingen van de heiligen Processus en Martianus, maar het is historisch zeker dat deze titulus reeds in 377 bestond. Ook tijdens de synode van 499 worden de priesters van deze titulus vermeld.
In 527 werden de relieken van Nereus en Achilles door paus Johannes I (523-526) vanuit de catacombe van Domitilla naar deze kerk overgebracht, waardoor ook de cultus van beide martelaren zich naar hier verplaatste. Vermelden we terloops dat (de later heilig verklaarde) Johannes I de eerste opvolger van Petrus was die tijdens zijn pauselijke ambt Constantinopel bezocht, al was het in opdracht van Theodorik de Grote (451-526), de koning van de Ostrogoten.
Tijdens het begin van de negende eeuw bouwde paus Leo III (795-816) een geheel nieuwe kerk op een hoger gelegen plaats, net naast de vervallen oude titulus, we zijn dan op het hoogtepunt van de Karolingische renaissance van de christelijke oudheid. Deze nieuwbouw was nodig omdat de fundamenten van de oude eerste kerk, die regelmatig onder water stond, volledig geërodeerd waren.
Van deze verdwenen eerste kerk werd een vijftal meter achter de apsis van de huidige kerk, op ongeveer drie meter diepte, een halfronde muur teruggevonden. De kerk zoals Leo III die had laten bouwen heeft de eeuwen tamelijk ongeschonden doorstaan. Tijdens de vijftiende eeuw gaf paus Sixtus IV (1471-1484) opdracht op de negende-eeuwse kerk grondig te restaureren. Het middeleeuwse karakter bleef tijdens die ingreep gelukkig behouden.
Het exterieur van de kerk is zeer bescheiden, tegen de gevel zien we een op twee zuilen steunende prothyron of propylaion (voorhal), zoals er ook eentje in de San Clemente-basiliek aan de Via Labicana te zien is. Let ook op de mooie Romeinse granieten zuil met fraai kapiteel, versierd met een leeuwenkop met kruis. Morgen kijken we even binnen in deze opmerkelijke kerk.
Santi Nereo e Achilleo
Viale delle Terme di Caracalla 28, Rome
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 24 september 2018. Bekijk het origineel.

