De Zwitserse Wacht, die ook weleens foutief het kleinste leger ter wereld wordt genoemd, is ontevreden over het strenge beleid van hun commandant. Op oudejaarsavond verbood kolonel Mäder zijn soldaten om uitbundig feest te vieren, naar het vuurwerk te kijken en nam hij een voorraad Zwitserse wijn in beslag. Bovendien vaardigde hij strenge regels uit voor wie wil proeven van het Romeinse uitgaansleven. De berichten sijpelden door naar een Britse journalist, die het verhaal publiceerde. Daarop reageerde de kolonel meteen met een persconferentie om “een einde te maken aan al die onjuistheden”.
Het ontstaan van de Zwitserse Garde gaat terug op een document uit 1505 waarin paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vraagt om de pauselijke staat te dienen. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht en vierde vorig jaar zijn 500-jarig bestaan met tal van festiviteiten, waaronder een uitstekende tentoonstelling in Vaticaanstad.
Maar nu zijn de gardisten dus misnoegd en dat lieten ze stiekem doorsijpelen aan de Britse krant The Independent. Het bericht in de krant schoot kolonel Elmar Theodore Mäder in het verkeerde keelgat en dus belegde hij meteen na Nieuwjaar een persconferentie om “de onjuistheden te ontzenuwen, want er is helemaal geen terras bovenop onze kazerne”, verklaarde de kolonel. Volgens de krant hadden de Zwitsers geklaagd dat ze op oudejaarsavond geen gebruik mochten maken van het dakterras om naar het vuurwerk te kijken.
“En die wijn? Wel, een soldaat had vijfentwintig flessen wijn klaarstaan, dat is teveel voor één man, daarvan heb ik er dus twintig in beslag genomen”, vervolgde Mäder, die beweert niets te weten van enige onvrede in het korps. Maar de soldaten zeggen dat die flessen voor de hele groep bestemd waren en fluisteren dat hun commandant de flessen voor eigen gebruik heeft gehouden.
Want de kolonel eist van zijn gardisten weliswaar de strikte naleving van de avondklok maar zou zelf regelmatig niet voor het ochtendgloren terugkeren van feestjes bij de Romeinse elite. Zelfs in het vakantieseizoen moeten de soldaten vóór middernacht in hun kazerne naast de Sint-Pieter aanwezig zijn, terwijl Mäder zelf vaak op recepties wordt gesignaleerd die tot ver na middernacht voortduren. De soldaten vinden dat er met twee maten wordt gemeten.
Negatieve publiciteit is in ieder geval het laatste wat het korps kan gebruiken, want het schandaal uit 1998 zweeft nog steeds rond. De 23-jarige vice-korporaal Cédric Tornay schoot toen zijn pasbenoemde commandant Aloïs Estermann, diens vrouw en zichzelf dood. Tornay zou dat gedaan hebben, omdat Estermann hem voor een onderscheiding en een promotie zou hebben gepasseerd. Het officiële verslag van het Vaticaan meldde dat Tornay de twee anderen had doodgeschoten met zijn dienstwapen in een “vlaag van waanzin”. Daarna pleegde hij zelfmoord.
Maar later kwam aan het licht dat beide gardisten een relatie met elkaar hadden, tot Tornay op een kwade dag zijn overste met een andere man betrapte. Toen Tornay, na tal van pesterijen, besloot om de Zwitserse Garde te verlaten, weigerde Estermann hem de medaille uit te reiken waar hij recht op had. Toen sloegen bij Tornay de stoppen helemaal door. Estermann, de gardist die de paus lijfelijk had beschermd bij de aanslag van 1981, kreeg een praalbegrafenis in de Sint-Pietersbasiliek. Tornay kreeg een sobere dienst in een kerkje aan de rand van de stad.
Helemaal duidelijk werd de zaak nooit en de moeder van Tornay eiste recent een heropening van de zaak; zij gelooft helemaal niet dat haar zoon zelfmoord heeft gepleegd. De feiten gebeurden overigens op het – weliswaar enige – dakterras dat zich wel degelijk in de kwartieren bevindt: dat van de woning van de commandant zelf.
De Zwitserse Wacht is ondertussen al vijf eeuwen verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus. Paus Julius II achtte destijds gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wierf daarom in 1505 Zwitserse soldaten aan. Die hadden immers een goede reputatie. Vandaag is er nog steeds een verdrag afgesloten met vier katholieke en Italiaanstalige Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal 5 jaar maximum 200 soldaten leveren.
In principe gaat het om contracten van twee jaar, maar die zijn verlengbaar. Alleen katholieke en welopgevoede Zwitsers komen in aanmerking, allemaal vrijgezellen tussen 19 en 30 jaar oud en minimaal 1,74 m groot. Met dat “verplicht katholieke” wordt naar verluidt de jongste jaren minder zorgvuldig omgegaan. Het zou tegenwoordig voldoende zijn dat het rooms-katholieke geloof gewoon wordt “aangehangen”, wat dat dan ook precies mag betekenen.
Het eerste Zwitserse keurkorps van 150 man arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde ‘Schultern’, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen. Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger. Hun motto is: “Acriter et fideliter” (dapper en trouw). De gardisten krijgen een loon van zo’n 1.000 euro, niet zoveel dus, maar bij hun terugkeer in Zwitserland vinden ze vanwege hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak goed betaalde job.
Bij de plundering van Rome door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat daaraan herinnert. Nieuwe wachters leggen daarom ook op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Zij leggen hun linkerhand op de vlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid).
Momenteel telt het korps nog zo’n 120 leden. De beruchte hellebaard is 2 m lang en weegt 6 kg. De folkloristische uniformen met rood, geel en blauw (kleuren van de Medici-familie) zouden volgens veel boekjes en gidsen ontworpen zijn door Michelangelo maar dat is een fabeltje. Tussen de plooien van hun ouderwetse uniform dragen de gardisten wel een automatisch pistool, een instrument dat dodelijker is en over meer effectieve stopkracht beschikt dan een middeleeuwse hellebaard. De Zwitserse garde heeft een eigen vlag en een eigen parochiekerk binnen Vaticaanstad, gewijd aan Sint-Maarten.
De Zwitserse Garde zorgt voor de veiligheid van de Heilige Vader maar in 1921 werd vastgelegd dat de gardisten geen legereenheid zijn en daardoor ook in Zwitserland niet kunnen vrijgesteld worden van legerdienst. Het is dus volkomen foutief om het korps als “het kleinste leger ter wereld” te bestempelen. Maar dat neemt niet weg dat men nog steeds voldoende jonge Zwitsers blijft vinden om de wacht in stand te houden.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 8 januari 2007 op het Romenieuws-archief.

