Zwitserse Wacht is 500 jaar jong en viert feest

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De Zwitserse Wacht, die ook wel eens foutief het kleinste leger ter wereld wordt genoemd, begint met de vieringen van de vijfhonderdste verjaardag van de oprichting van het korps. Het ontstaan van deze Zwitserse Garde gaat terug op een document uit 1505 waarin paus Julius II tweehonderd Zwitserse hellebaardiers vraagt om de pauselijke staat te dienen. Het korps, dat al snel uitgroeide tot de persoonlijke lijfwacht van de paus, werd in 1506 officieel opgericht. De festiviteiten rond hun 500-jarig bestaan beginnen nu.

De Zwitserse Wacht is ondertussen al eeuwen lang verantwoordelijk voor de persoonlijke veiligheid van de paus. Paus Julius II achtte destijds gewone huurlingen niet betrouwbaar genoeg en wierf daarom in 1505 Zwitserse soldaten aan. Die hadden immers een goede reputatie. Vandaag is er nog steeds een verdrag afgesloten met vier katholieke en Italiaanstalige Zwitserse kantons die het Vaticaan voor een duur van maximaal 5 jaar maximum 200 soldaten leveren. In principe gaat het om contracten van 2 jaar, maar die zijn verlengbaar. Alleen katholieke en welopgevoede Zwitsers komen in aanmerking, allemaal vrijgezellen tussen 19 en 30 jaar oud en minimaal 1,74 m groot. Met dat “verplicht katholieke” wordt naar verluidt de jongste jaren minder zorgvuldig omgegaan. Het zou tegenwoordig voldoende zijn dat het rooms-katholieke geloof gewoon wordt “aangehangen”, wat dat dan ook precies mag betekenen. De wachters mogen geen baard dragen. Officieren daarentegen moeten juist wel gehuwd zijn. De gewone soldaten moeten een strikt celibatair leven leiden. Want ergens anders overnachten dan in de slaapzalen in het Vaticaan is ten strengste verboden. De gardisten die aan de voorwaarden voldoen, krijgen een loon van amper 1.000 euro. Hun motto is: “Acriter et fideliter” (dapper en trouw).

Het eerste Zwitserse keurkorps van 150 man arriveerde op 22 januari 1506 in Rome. Hun functie is inmiddels uitgebreid tot ceremoniële diensten en toezicht. Ze regelen ook het verkeer en fungeren als officiële wachtposten bij de toegangen. Zij groeten plichtmatig. Voor kardinalen is er een speciale groet, de zogenaamde ‘Schultern’, waarbij de hellebaard omhoog wordt gegooid en weer opgevangen. Als de paus op reis gaat wordt hij begeleid door Zwitserse wachters in burger. Ze worden zoals gezegd niet overdreven betaald, maar bij hun terugkeer in Zwitserland vinden ze vanwege hun uitstekende reputatie onmiddellijk een interessante en vaak goed betaalde job.

Bij de plundering van Rome door keizer Karel V op 6 mei 1527, sneuvelden maar liefst 147 van de 150 wachters, die de vlucht van paus Clemens VII hadden gedekt. De geslaagde reddingsactie draaide uit op een ware zelfmoordmissie. Met hun rug tegen de muren van het Vaticaan vonden ze de dood. Voor de kazerne van de garde staat nog steeds een monument dat daaraan herinnert. Nieuwe wachters leggen daarom ook op 6 mei in de ochtend hun eed van trouw af. Zij leggen hun linkerhand op de vlag en heffen de rechterhand met drie gestrekte vingers (het teken van de Drievuldigheid). Momenteel telt het korps nog 79 hellebaardiers, 2 tamboers, 16 onderofficieren, 6 officieren en 1 commandant. De beruchte hellebaard is 2 m lang en weegt 6 kg. De folkloristische uniformen met rood, geel en blauw (kleuren van de Medici-familie) zouden ontworpen zijn door Michelangelo maar dat is een fabeltje. Tussen de plooien van hun ouderwetse uniform dragen de gardisten wel een automatisch pistool, een instrument met meer effectieve stopkracht dan een middeleeuwse hellebaard. De Zwitserse garde heeft een eigen vlag en een eigen parochiekerk binnen Vaticaanstad, gewijd aan Sint-Maarten.

De huidige commandant, een boomlange Zwitser die fortuin maakte als beursmakelaar, probeert het beroep weer aantrekkelijk te maken door aan de rekruteringsvoorwaarden en opleiding te sleutelen. In april 2003 haalde hij het wereldnieuws toen voor de eerste keer sinds de oprichting een niet-blanke tot de Zwitserse garde toetrad. Deze primeur was bestemd voor de in India geboren Dhani Bachmann, die als kind door Zwitserse ouders werd geadopteerd en in Zwitserland opgroeide. Sinds 1999 moeten kandidaten een psychologische test ondergaan. De aanleiding daarvoor was het bloedbad dat de 23-jarige vice-korporaal Cédric Tornay een jaar eerder had aangericht. Hij schoot zijn pasbenoemde commandant Aloïs Estermann, diens vrouw en zichzelf dood. Tornay zou tot zijn daad zijn gekomen, omdat Estermann hem voor een onderscheiding en een promotie zou hebben gepasseerd. De traditionele eedaflegging werd toen twee dagen uitgesteld. Het officiële verslag van het Vaticaan meldde dat Tornay de twee anderen had doodgeschoten met zijn dienstwapen in een “vlaag van waanzin”. Daarna pleegde hij zelfmoord. Maar later kwam aan het licht dat beide gardisten een relatie met elkaar hadden, tot Tornay zijn overste op een dag met een andere man betrapte. Toen Tornay na tal van pesterijen besloot om de Zwitserse Garde te verlaten, weigerde Estermann hem de medaille uit te reiken waar hij recht op had. Toen sloegen bij Tornay de stoppen helemaal door. Estermann, die de paus lijfelijk had beschermd bij de aanslag van 1981, kreeg een praalbegrafenis in de Sint-Pietersbasiliek. Tornay kreeg een sobere dienst in een kerkje aan de rand van de stad.

De Zwitserse Garde zorgt voor de veiligheid van de Heilige Vader maar in 1921 werd vastgelegd dat de gardisten geen legereenheid zijn en daardoor ook in Zwitserland niet kunnen vrijgesteld worden van legerdienst. Het is dus volkomen foutief om het korps als “het kleinste leger ter wereld” te bestempelen. Maar dat neemt niet weg dat men nog steeds voldoende jonge Zwitsers blijft vinden om de wacht in stand te houden. Korpscommandant Beat Fischer zegt dat er een uitvoerig programma gepland is om de vijfhonderdste verjaardag van de Zwitserse Wacht met de nodige luister te vieren. Maar het gaat niet enkel om het feest. Het gaat er ook om iets voor de huidige garde te doen en de aandacht van het publiek te vestigen op deze dienst in het Vaticaan. Volgens Gardecommandant Elmar Mäder zorgt de Zwitserse Wacht voor rust en veiligheid in het Vaticaan. Daarbij wordt er efficiënt samengewerkt met de Curie. Mäder prijst de kwaliteiten van zijn personeel: zij zijn trouw, plichtsbewust, passen zich snel aan en staat ook open voor vernieuwing. “En we zijn typisch Zwitsers” klinkt het.

Jacques Babey zegt aan het Zwitserse persagentschap KIPA dat het een eer is om in dit korps te mogen dienen. Hij staat aan het hoofd van de ex-gardistenvereniging die 900 leden in 13 secties telt. Volgens hem is het korps ook reclame voor Zwitserland. Babey herinnert er ook aan hoe nauw de Wacht de vorige paus aan het hart lag: “Tijdens zijn bezoek van vorig jaar aan Zwitserland drong hij er op aan in Bern de voormalige gardisten te ontmoeten”. Volgens Babey ligt het korps ook de nieuwe paus nauw aan het hart. Hij zal op 6 mei 2006 ook voorgaan tijdens de viering op het Sint-Pietersplein, waarbij de overleden gardisten worden herdacht. Die dag heeft er in Rome ook een kransneerlegging plaats. Daarmee herdenkt men de gardisten die zoals gezegd op 6 mei 1527 gestorven zijn bij de verdediging van paus Clemens VII. Bij die gelegenheid zal er ook een gedenksteen onthuld worden.

In 2006 zullen de nieuwe gardisten bovendien voor het eerst niet in de Damasushof, maar op het Sint-Pietersplein zelf de eed afleggen. Die dag verwacht men veel Zwitsers in Rome. Er zal een vuurwerk te zien zijn in de kleuren van de Zwitserse Wacht. Vooraf is er op 24 en 25 september 2005 nog een jubileumprogramma in Luzern, waarmee de aanwerving van de eerste gardisten wordt herdacht. Op 22 januari 2006 is er gelijktijdig een viering in Zwitserland en Rome. Die dag gaat de huistheoloog van het Vaticaan, kardinaal Georges Cottier, voor tijdens een viering in de kathedraal van het Zwitserse Freiburg. Op 7 april 2006 vertrekken 100 ex-gardisten voor een tocht van 723 km van Bellinzona naar Rome. De aankomst is voorzien op 4 mei, met een tocht door de oude stad van Rome en een multimediaspektakel op het Sint-Pietersplein. De plechtigheden worden definitief afgesloten in de winter van 2006 als ook nog het museum van de Zwitserse Wacht in het kasteel van Penthes, nabij Genève, geopend wordt. De Zwitserse Post en de Posta Vaticana geven eind dit jaar bovendien ook nog een gemeenschappelijke postzegel uit, die op 15 november in Emmen wordt voorgesteld. Op 22 januari 2006 brengt Swissmint ook nog een extra muntstuk uit waarmee het jubileum wordt herdacht.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 30 juni 2005 op het Romenieuws-archief.