Vinger van Constantijn keert voor vijf jaar terug naar Rome

vinger1

De hand die oorspronkelijk deel uitmaakte van het reusachtige standbeeld van de Romeinse keizer Constantijn en die naast andere beroemde bronzen kunstwerken uit de oudheid staat opgesteld in de Exedra van de Capitolijnse Musea, heeft na vijfhonderd jaar zijn wijsvinger terug.

De vermiste vinger werd in 2018 in het Louvre in Parijs herontdekt. Vooraleer je als Romeliefhebber begint te juichen: het Louvre wil de vinger weer terug. De Fransen lenen het artefact slechts uit voor een periode van vijf jaar en dan alleen nog maar omdat de Capitolijnse Musea dit jaar 550 jaar bestaan.

Foto: Musei Capitolini – Zeno Colantoni

Drie jaar geleden werd in een opslagplaats van het Musée du Louvre in Parijs door de Franse wetenschapster Aurélia Azéma van het C2RMF (Centre de recherche et de Restauration des Musées de France ) een vreemd artefact ontdekt toen ze onderzoek deed naar oude lastechnieken.

Het was niet meteen duidelijk waar het voorwerp vandaan kwam. Na onderzoek bleek dat het in de documentatie van het Louvre omschreven stond als ‘de teen van een groot, maar onbekend beeld’.

Azéma legde echter de link met de beroemde keizerlijke hand in Rome. Nader onderzoek leerde dat het inderdaad om een vinger ging die ontbrak aan de grote hand die afkomstig was van een kolossaal bronzen beeld van keizer Constantijn en waarvan de restanten, waaronder het hoofd, worden bewaard in de Capitolijnse musea in Rome.

Samen met het hoofd (177 cm) bezit het Romeinse museum ook de linkerhand van het keizerlijke beeld, al ontbreken er enkele vingerkootjes. Het gat in de palm van de hand is afkomstig van de bronzen globe die zich daarin bevond en die eveneens deel uitmaakt van de museumcollectie in de Exedra. Ook de beroemde Lupa Capitolina , de Romeinse wolvin, staat daar nu.

Op aandringen van Aurélia Azéma werd een 3D-kopie van de vinger gemaakt en naar Rome gestuurd. Die bleek perfect te passen bij de hand van Constantijn.

vinger(2)Foto: Musei Capitolini – Zeno Colantoni

De samenstelling van de legering van de bronzen vinger van 38 cm en de studie van de technieken die omstreeks 330 na Chr. gebruikt zijn bij het vervaardigen van het kolossale standbeeld, hebben intussen met honderd procent wetenschappelijke zekerheid bevestigd dat het om de originele vinger van het bronzen beeld gaat.

Paus Sixtus IV (1471-1484) schonk wat overbleef van het beeld van Constantijn in 1471 aan de stad Rome. Dat gebeurde ter gelegenheid van de start van wat later de Capitolijnse Musea zouden worden.

De collectie was toen nog pril en moest nog volop worden uitgebouwd. Het bronzen hoofd, de hand en de globe van Constantijn bevonden zich eerder in het pauselijke Palazzo Laterano. De kunstwerken werden in 1471 opgesteld onder de arcades van het Palazzo dei Conservatori.

De eerste beschrijving van de fragmenten van de bronzen kolos van Constantijn dateert uit het midden van de twaalfde eeuw, toen ze zich nog in het Lateraanse paleis bevonden.

Het beeld of liever, wat ervan overblijft, wordt vermeld in tal van middeleeuwse kronieken en beschrijvingen. De hand met de intact bewaarde wereldbol en het hoofd zijn ook goed herkenbaar in een tekening uit 1465 die wordt toegeschreven aan Feliciano Felice.

vinger(4)Foto: Musei Capitolini – Zeno Colantoni

Het laatste bewijs van de integriteit van de hand wordt gedocumenteerd door bronnen die teruggaan tot het einde van de jaren ’30 van de zestiende eeuw.

Tekeningen uit die tijd tonen de kolossale hand, gescheiden van de bol en met de wijsvinger, toen reeds zonder de twee bovenste vingerkootjes.

Het fragment dat uit het Louvre komt, is dus vermoedelijk al in dit zeer vroege stadium op de Romeinse antiekmarkt of in het verkoopcircuit terechtgekomen.

Waarom en door wie de vinger destijds werd verwijderd is niet meer te achterhalen. Werd het artefact gestolen of verkocht door een inhalige beheerder of werknemer? Dat zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Wat er de daaropvolgende eeuwen met de vinger is gebeurd weten we niet, maar hij duikt pas opnieuw op in de negentiende eeuw bij de in Rome geboren Giampietro Campana (1808-1880).

Dat was de directeur-generaal van de Monte di Pietà (de Berg van Barmhartigheid, een pandjeshuis) en één van de grootste verzamelaars ooit van Griekse en Romeinse artefacten en beeldhouwwerken. Campana was ook de ontdekker van de graftombe van de Scipio’s en het Columbarium van Pomponius Hylas.

In 1857 werd hij echter beschuldigd van de verduistering van publieke middelen en na een proces werd Campana veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf, die echter werd omgezet in ballingschap.

Zijn ongelooflijke kunstcollectie werd in beslag genomen door de Pauselijke Staat. In 1858 werd een catalogus van zijn collectie gepubliceerd waarmee die te koop werd aangeboden.

De interesse in de talloze fraaie artefacten was groot en zo verdween vrijwel de hele collectie van Campana voorgoed naar het buitenland, van Rusland tot New York en ook naar het Louvre.

vinger(3)Foto: Musei Capitolini – Zeno Colantoni

Dat was een onvoorstelbaar verlies voor Rome en een domme zet van paus Pius IX die de hele collectie veel beter had kunnen onderbrengen in de Vaticaanse Musea.

Van de Campana-kunstcollectie, één van de grootste die Rome ooit had gekend, bleef uiteindelijk alleen de numismatische verzameling van ongeveer vierhonderd Romeinse en Byzantijnse gouden munten in Rome. Die werd in 1873 gekocht door de Capitolijnse Musea en vormde de basis van de huidige muntenverzameling van het museum.

Ook de bronzen vinger van Constantijn werd zo in 1860 verkocht aan keizer Napoleon III, die de Franse verzamelingen wilde uitbreiden. Sinds die tijd kwam de vinger terecht in de reserves van het Louvre, maar niemand wist precies waar het artefact bij hoorde.

vinger(6)Foto: Musei Capitolini – Zeno Colantoni

De vinger van Constantijn arriveerde eind vorige maand in de Capitolijnse Musea, die dit jaar hun 550ste verjaardag vieren. Claudio Parisi Presicce, de directeur van het museum, vertelde dat de vinger inmiddels is teruggeplaatst met behulp van een omkeerbaar systeem dat niet zichtbaar is en uiteraard ook geen schade toebrengt aan de hand.

De omkeerbaarheid is van belang omdat het om een tijdelijke restauratie gaat. De vinger is voor de komende vijf jaar uitgeleend aan de Capitolijnse Musea, maar blijft eigendom van het Louvre dat het voorwerp nadien terug wil hebben.

Kunstschatten zorgen wel vaker voor enige ruis tussen Italië en Frankrijk. Omstreeks 1805 en de daaropvolgende jaren maakte de Franse keizer Napoleon enorm veel Italiaanse kunst buit, met het doel om van Parijs de artistieke hoofdstad van Europa te maken. Hij vulde er het Louvre mee.

Kort nadat Napoleon in 1815 in Waterloo verslagen en gedeporteerd werd naar Sint-Helena om er de rest van zijn dagen te slijten (dit jaar is het overigens precies 200 jaar geleden dat de man die de wereld wilde veroveren eenzaam op het kleine eiland stierf), vroeg de paus al om de teruggave van talrijke kunstwerken. Tevergeefs, want de meeste van de toen in beslag genomen stukken bevinden zich vandaag nog altijd in het Louvre.

Het Palazzo dei Conservatori of Conservatorenpaleis en het tegenoverliggende Palazzo Nuovo herbergen het oudste publiek toegankelijk museum ter wereld. Beide paleizen vormen samen de Capitolijnse musea en zijn door een ondergrondse tunnel met mekaar verbonden.

De geschiedenis van de Capitolijnse Musea begint in 1471 toen paus Sixtus IV vier beroemde bronzen sculpturen van het Paleis van Lateranen naar de Capitolijn liet overbrengen en ze daarmee teruggaf aan de burgers van de stad.

Het ging om de Capitolijnse wolvin (de Lupa Capitolina), de Spinario of de Doorntrekker (het beeld van een jongen die een doorn uit zijn voet trekt), de Camillus (het standbeeld van een jongeman verantwoordelijk voor een cultus) en het bronzen hoofd van Constantijn, samen met de hand en globe.

vinger(5)Foto: Musei Capitolini – Zeno Colantoni

Het was echter Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), die wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne archeologie, die de kunstcollectie, die inmiddels al flink was aangegroeid, voor het eerst daadwerkelijk in een museale opstelling toonde.

Zo waren de Capitolijnse Musea niet alleen het eerste openbare museum in Europa, maar de publieke opening maakte bovendien meteen duidelijk dat het er niet alleen om ging de kunstwerken te bewaren, maar ze ook zoveel mogelijk op hun best te tonen, dit ter promotie van ‘de pracht en praal van Rome’.

Het waren vooral de intuïtieve en vaak briljante inzichten van Winckelmann die de aanzet gaven om de vele sculpturen in het museum op een speciale manier te presenteren of ze in een aparte opstelling te tonen aan het publiek. In dat opzicht heeft Winckelmann baanbrekend werk geleverd.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 mei 2021. Bekijk het origineel.