Vijanden van Rome

vijanden

Van Hannibal tot Attila de Hun

De beschaving van de Romeinen wordt gezien als hoogstaand en meer ontwikkeld dan die van andere volken uit die tijd. De superioriteit van de Romeinse legioenen was onmiskenbaar, waardoor ze hun wetten, architectuur en literatuur wisten te verspreiden in een enorm wereldrijk. Die successen gingen ten koste van andere culturen.

De koninginnen Boudica, Cleopatra van Egypte en Zenobia en de veldheren Hannibal, Jugurtha, Vercingetorix, Arminius, Alarik de Visigoot en Attila de Hun hebben iets met elkaar gemeen: zij verdedigden hun huis en haard tegen de Romeinen.

Dit rijk geïllustreerde en vlot leesbare boek van de bekende historicus Philip Matyszak dat vandaag verschijnt is dan ook een monument voor de zeventien belangrijkste tegenstanders van Rome, die elk een uitgebreid portret krijgen, voorzien van plaats, tijd en context.

Op relatief korte tijd kom je tijdens het lezen van dit boek veel te weten over de gebeurtenissen die de auteur beschrijft. Martyszak vat ze kernachtig samen zonder te beknopt te worden.

De auteur ken je wellicht van de boeken ’24 uur in het oude Rome’, ‘Vergeten volkeren en ‘Het oude Rome voor vijf denarii per dag’.

Vijanden van Rome
Van Hannibal tot Attila de Hun
Auteur: Philip Matyszak
Taal: Nederlands
Aantal pagina’s: 272
Met illustraties
Uitgeverij: Omniboek
Eerste druk: 11 mei 2021
EAN 9789401917575
Afmetingen: 23,5 x 15,7 x 2,2 cm
Gewicht: 471 g
Prijs: 29,99 euro

We laten je hierna een stukje meelezen in dit gloednieuwe boek:

Vanaf de overkant van de Middellandse Zee sloeg het Carthaagse Rijk afgunstig gade hoe het Romeinse Rijk floreerde en zich uitbreidde. De leiders van Carthago, dat al lange tijd over het westelijke Middellandse Zeegebied heerste, zagen met reden een bedreiging in de groeiende Romeinse macht.

Dat de twee grootmachten in het westelijke Middellandse Zeegebied op een zeker moment zouden clashen, stond in de sterren geschreven. Dat moment kwam in 264 v. Chr. De casus belli was de Romeinse steun aan een Siciliaans stadje dat Carthago vijandig gezind was.

De slagen van deze oorlog werden dan ook op en rond Sicilië uitgevochten. Dat dwong Rome, de macht die zich tot dan toe had beperkt tot het Italische schiereiland, ertoe zich te ontwikkelen tot een maritieme mogendheid.

Er is wel gezegd dat de Romeinen zich aan de scheepvaart wijdden met het talent van een baksteen: het onvermogen om hun schepen zelfs in de kalmste wateren drijvende te houden, kostte Rome hele legers. Maar wanneer de Romeinen hun schepen boven water hielden (zoals bij Mylae in 260 v. Chr.), sloegen ze in de zeeslagen helemaal geen slecht figuur en triomfeerden ze vaak over de meer ervaren Carthagers.

Tegen de tijd dat de Carthagers zich in 241 v. Chr. genoodzaakt zagen vrede te sluiten, had deze ‘Eerste Punische Oorlog’ zowel Rome als Carthago veel manschappen en veel geld gekost. In 238 v. Chr. ontdekte Rome dat ze van voren af aan konden beginnen.

De Barkassen, een van de meest vooraanstaande families van Carthago, hadden de vrede met Rome altijd beschouwd als een gelegenheid om nieuwe krachten te verzamelen. Rome werd steeds assertiever en bemoeide zich met bijvoorbeeld Spanje, een gebied dat binnen de Carthaagse invloedssfeer lag. Daar kwam bij dat Carthago na de vorige oorlog snel was opgekrabbeld en hoopte dat het Romeinse herstel langzamer was verlopen.

De wrijving in Spanje leidde tot een nieuwe oorlog. Ditmaal wilden de Carthagers de oorlog op het grondgebied van hun vijand uitvechten. Onder aanvoering van Hannibal vielen de Carthagers Italië binnen. Daarop volgden enkele van de donkerste jaren uit de Romeinse geschiedenis.

Hannibal, een uitmuntend strateeg, versloeg de Romeinen keer op keer. Het dieptepunt volgde in 216 v. Chr., toen de Romeinen bij Cannae in de pan werden gehakt. Een aantal door Rome onderworpen steden kwam in opstand. Eventjes had het er alle schijn van dat ook de stad Rome zou vallen.

Hannibals succes verleidde de Macedonische koning Philippus V om zich aan Carthaagse zijde en tegenover Rome op te stellen. Rome had ten slotte de blik van de mediterrane grootmachten gevangen – en die blik was allesbehalve welwillend. Philippus realiseerde zich hoe smal de wateren waren die zijn domein scheidden van het gebied van deze nieuwe expansionistische macht.

Hij besefte dat zijn bewind in het geding zou komen als Rome een bondgenootschap aanging met de ruziënde Griekse stadstaten. Daarom lieerde Philippus zich met Hannibal. Hoewel zijn militaire bijdrage aan de oorlog tegen Rome zeer beperkt zou zijn, was zijn vijandige instelling niet onopgemerkt gebleven. Zodra de Romeinen Carthago tot overgave hadden gedwongen, begonnen ze met succes een offensief tegen Philippus.

Daarna had Rome belangen in Griekenland te verdedigen en veroverde gebieden in Spanje te consolideren. Waar de Romeinen eerder geen belangstelling hadden getoond voor niet-Italische aangelegenheden, waren ze van Andalusië tot Athene ineens tot over hun oren betrokken in diplomatieke en militaire avonturen.

Nog vóór het einde van de Punische Oorlogen verbreidde zich een meer kosmopolitisch perspectief onder de Romeinse elite. Eén van de bewonderaars van de Griekse cultuur en manier van leven was Scipio Africanus, de generaal die uiteindelijk Hannibal zou verslaan. Dit zorgde dan weer voor afkeer onder narrige diehards zoals Cato de Oude, die in deze nieuwe buitenlandse grillen een gevaar zag voor de traditionele Romeinse waarden.

De oorlogen met Carthago veranderden Rome eens en voor altijd – en niet bepaald ten goede. Vanwege het grote verlies aan Romeinse mankracht werd op het platteland grootschalig gebruikgemaakt van slavenarbeid. Deze tendens werd versterkt doordat de veldtochten van het Romeinse burgerleger zich steeds verder van huis afspeelden.

De ruggengraat van dat leger bestond uit kleine boeren, die dus niet langer hun land konden bewerken. Met als gevolg dat dit land in handen viel van de Romeinse elite. Terwijl de Romeinse boeren niet meer konden delen in de vruchten van de overwinning, liet Rome zijn oude inclusieve beleid varen en begon het Rijk zijn onderdanen in ‘veroveraars’ en ‘veroverden’ onder te verdelen.

Terwijl de Romeinse burgers de vruchten van het Rijk plukten, werden in Spanje de nieuwe onderdanen meedogenloos uitgebuit door een reeks corrupte bestuurders. Aangezien de Iberische volkeren dit niet over hun kant lieten gaan, schommelde de stemming onder Keltiberiërs en de Lusitaniërs nog decennia na de oorlog tegen Hannibal tussen oproerig en regelrecht opstandig.

Hierin speelde Romes gebrek aan ervaring zeker een rol. Tot dan toe hadden de Romeinen volkeren overwonnen met een beschavingsniveau dat leek op dat van Rome zelf; maar het besturen van woeste stammen bleek toch andere koek. Daar kwam nog bij dat de Romeinen niet het welzijn van de Iberiërs voorop hadden staan, maar de exploitatie van de hulpbronnen van het schiereiland, en dan vooral van het zilver.

Uit de daaropvolgende spiraal van gewelddadige onderdrukking en bloedige opstand kwam Rome weliswaar als overwinnaar tevoorschijn, maar zowel economisch als qua mensenlevens was de prijs hoog geweest. De grote Lusitanische leider Viriatus liet de Iberiërs zien dat de Romeinse legioenen niet onoverwinnelijk waren en dat het ruige Spaanse landschap zich prima leende voor de guerrillastrijd en plotselinge hinderlagen waar de krijgshaftige stammen van het schiereiland in uitblonken.

Het verslaan van de mondiale grootmachten Carthago en Macedonië gaf Rome een zelfvertrouwen dat soms zweemde naar arrogantie. Nadat Philippus V van Macedonië de heerschappij over Griekenland aan Rome moest laten, zagen de Seleucidische koningen hun kans schoon en verlegden ze hun grenzen naar het westen.

Maar na enkele afmattende slagen tegen de Romeinse oorlogsmachine drong het tot de Seleuciden door dat het oostelijke Middellandse Zeegebied inderdaad nieuwe heersers had – alleen waren zij het zelf niet.

De Romeinen buitten hun superioriteit meedogenloos uit. Toen Carthago twee generaties na de verpletterende nederlaag tekenen van herstel begon te vertonen, ontketende Rome een oorlog en maakte het Carthago letterlijk met de grond gelijk (al zou het later een nieuw leven als Romeinse stad krijgen).

In Rome zelf probeerden twee hervormers uit een van de meest roemruchte families van de stad, de broers Gracchus, de steeds toenemende maatschappelijke ongelijkheid tegen te gaan. Ze stuitten echter op venijnig verzet van de gevestigde belangen. De egoïstische en corrupte elite bracht niet alleen het hervormingsprogramma om zeep, maar ook de broers zelf.

De dood van Tiberius Gracchus in 133 v. Chr. markeerde het begin van de langzame dood van de Romeinse Republiek. Na de Punische Oorlogen bloeide de Romeinse cultuur op dankzij buitenlandse impulsen. De toneelschrijvers Terentius en Plautus schreven toneelstukken die ook het publiek van tegenwoordig nog weten te vermaken.

Polybios (een Griekse banneling) liet de Romeinen kennismaken met de geschiedschrijving. En een van Romes eerste eigen historici was Sallustius, een oud-politicus die ten diepste gedesillusioneerd was geraakt over de situatie in Rome. Zijn geschiedenis van de oorlog met de Numidische koning schetst een weinig verhullend en weinig verheffend beeld van de arrogantie en corruptie van de heersende klasse van Rome.

Jugurtha wist hun hebzucht en egoïsme zonder scrupules in zijn eigen voordeel te gebruiken. Publieke afkeer van de corruptie van de eigen leiders bracht een nieuwe generatie demagogen aan de macht.

Ondanks de interne spanningen beleefde de Romeinse Republiek in deze periode haar hoogtijdagen. Rome heerste van de kusten van de Atlantische Oceaan tot aan de stranden van Libanon. In Rome werden nieuwe stijlen van poëzie, theater en architectuur uitgeprobeerd. Zelfs het zo traditionele Romeinse pantheon diende ruimte vrij te maken voor nieuwe goden.

Weliswaar hield de aristocratie stevig vast aan haar politieke ambten, maar de onderlinge conflicten tussen de belangrijkste families zorgden ervoor dat de stem van de gewone man telde. Het volk vertolkte dus een belangrijke rol in het Romeinse politieke leven. Maar onder de oppervlakte gistte het.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 20 mei 2021. Bekijk het origineel.