De Vaticaanse bibliotheek, die wegens een ingrijpende restauratie al bijna drie jaar gesloten is, heropent op 20 september 2010. Dat is een maand vroeger dan gepland. De bibliotheek bevat een van de kostbaarste verzamelingen ter wereld en ging in de zomer van 2007 dicht, dit tot wanhoop van wetenschappers en onderzoekers, die zich de voorbije jaren moesten behelpen met kopieën en microfilms. In het Vaticaan waren ingrijpende verbouwingswerken nodig omdat de vijfhonderd jaar oude gebouwen door het groeiende gewicht aan boeken dreigden in te storten. Dat probleem stelt zich voorlopig nog niet in de Vaticaanse geheime archieven (zie Nieuwsbrief van 18 december 2009) dat zich gedeeltelijk ondergronds bevindt, maar waar zich ondertussen toch ook een onbekend aantal plafondhoge rekken bevinden, goed voor een totale lengte van ruim 84 kilometer.
Wetenschappers bleven de voorbije jaren een beetje verweesd achter. Ze konden weliswaar digitale kopieën van oude manuscripten bestuderen, maar de leeszaal, waar normaal dagelijks toch zowat een honderdtal mensen gebruik van maken, is tijdens de werken verboden terrein. Césare Pasini, prefect van de Vaticaanse bibliotheek, maakte een tijd geleden reeds bekend dat de bibliotheek in 2010 wordt heropend. Dat blijkt nu concreet op maandag 20 september te gebeuren. Sinds juli 2007 worden in de Vaticaanse bibliotheek renovaties uitgevoerd. Enkele gebouwen verkeren in zo’n slechte staat dat het onverantwoord is er eeuwenoude boeken te bewaren.Er komt een systeem van klimaatbeheersing en de nooduitgangen worden verbeterd. Ook het onthaal wordt gemoderniseerd. Bezoekers zullen in de toekomst dankzij de nieuwe elektronische catalogus veel sneller bronnenmateriaal terugvinden.
De pauselijke bibliotheek werd in 1450 op initiatief van de eerste renaissancepaus Nicolaas V opgericht. Paus Leo XIII (1878-1903) stelde als eerste de instelling open voor onderzoek. De bibliotheek bevat ruim 1,6 miljoen werken, inclusief 83.000 incunabelen (wiegendrukken) en meer dan 150.000 manuscripten. Ze bezit tevens 300.000 muntstukken en 20.000 kunstvoorwerpen.Hoewel zijn levenswijze sober was, wilde paus Nicolaas V van Rome de meest prestigieuze stad van de Renaissance maken. “Opdat het prachtige uitzicht van de stad het geloof der nederigen zal versterken”, zou hij verklaard hebben. Nicolaas V lokte allerlei wetenschappers, schrijvers en kunstenaars naar Rome. Bovendien vormden zijn boeken de kern van de Vaticaanse Bibliotheek. Daarnaast gaf hij opdracht tot het vertalen van veel Griekse literatuur naar het Latijn en liet hij plannen ontwerpen voor het Vaticaanse Paleis en de Sint-Pietersbasiliek.
Er bestond echter al vanaf de vierde eeuw een documentenverzameling die als bibliotheek en archief diende. Reeds in de zesde eeuw werd de bibliotheek een primaire taak genoemd en werd onder primicerius notariorum geplaatst. Aan het eind van de achtste eeuw werd de eerste bibliothecaris-kardinaal benoemd, die tevens fungeerde als kanselier. Deze verzameling ging in de dertiende eeuw helaas verloren. Een nieuwe verzameling werd opgebouwd maar deze moest zo vaak verhuizen vanwege de conflicten tussen de paus en de Duitse keizer en later tussen pausen en tegenpausen, dat er alleen al door die voortdurende ingrepen vele documenten voorgoed verdwenen. De boeken verhuisden in de veertiende eeuw mee met de pausen naar Avignon en keerden met hen terug na hun periode van ballingschap.
Paus Johannes XXII (overleden in 1334) begon met de derde bibliotheek, maar deze belandde in particuliere handen, namelijk in die van de familie Borghese, en werd pas in 1891 teruggegeven. Paus Eugenius IV (overleden in 1447) beweerde slechts een collectie van 350 Latijnse, sommige Griekse en slechts enkele Hebreeuwse werken te bezitten. Het was dus zijn opvolger, paus Nicolaas V, die pas echt begon met de aankoop van manuscripten en mensen in dienst nam om documenten te laten kopiëren. Vlak na zijn dood in 1455 omvatte de collectie overigens al zowat 1.500 manuscripten. Paus Sixtus IV (overleden in 1484) schreef de pauselijke bul Ad decorem militantis ecclesiae die op 15 juni 1475 verschijnt. Hierin zet hij een juridisch kader op voor de bibliotheek en benoemt de eerste bibliothecaris, de humanist Bartolomeo Platina. In 1481 waren er al 3.500 banden en werd er een klein gebouw ingericht als archief en bibliotheek. Paus Sixtus V (overleden in 1590) gaf architect Domenico Fontana opdracht een nog groter gebouw neer te zetten, dat vandaag nog steeds deel uitmaakt van het bibliotheeksgebouw.
In het begin van de zeventiende eeuw werd, op bevel van Paus Paulus V (overleden in 1621), het archief afgesplitst van de bibliotheek. Zo ontstonden de beroemde ‘geheime Vaticaanse archieven’. In 1623 kwamen vele drukken en handschriften uit de Biblioteca Palatina te Heidelberg naar het Vaticaan, de basis van het fonds Palatini. De Codices Reginenses komen dan weer uit de collectie van koningin Christina van Zweden. Napoleon roofde een groot deel van de Vaticaanse Bibliotheek en bracht de werken in triomf naar Parijs. In 1815 keerden de meeste werken terug, maar een aantal boeken bevindt zich ook nu nog steeds in de Bibliothèque Nationale de France. Van een teruggave spreekt niemand meer. De Fransen houden de buit van hun roofzuchtige keizer angstvallig in eigen handen. De Vaticaanse Bibliotheek verwierf in de loop der eeuwen ook handschriften en oude drukken uit het bezit van de Romeinse families Chigi en Barberini. De codices uit het bezit van de familie Ottoboni staan bekend als de Ottoboniani.
Door de eeuwen heen hebben verschillende bibliothecarissen van de Vaticaanse Bibliotheek, ook in andere functies, naam gemaakt. Marcello Corvini werd zelfs tot paus gekozen, maar regeerde als Marcellus II slechts 22 dagen. Caesar Baronius was een beroemd kerkhistoricus en kardinaal. Angelo Mai was al beroemd als bibliothecaris van de Biblioteca Ambrosiana in Milaan door zijn ontdekkingen van verloren gewaande teksten in palimpsesten, tweemaal beschreven handschriften. De benedictijn Jean Baptiste François Pitra was al bekend als handschriftenexpert en medewerker van Dom Prosper Guéranger in de abdij van Solesmes en van uitgever Jacques Paul Migne. De huidige collectie handschriften en oude drukken, met name ook incunabelen, is uitzonderlijk door de omvang, diversiteit en kwaliteit. Van zeer vele teksten bezit de Vaticaanse Bibliotheek of zeer veel handschriften, het enige handschrift of handschriften met een bijzondere geschiedenis, waaronder autografen, auteurshandschriften. Ook zijn er vaak meerdere (zeldzame) oude drukken van teksten aanwezig. Aan de bibliotheek is tevens een bibliotheekacademie, de Scuola Vaticana di Biblioteconomia, verbonden.
Tot 14 juni 1966 diende de bibliotheek ook als achtergrondcollectie van op de ‘Index van verboden boeken’ geplaatste boeken. De Index librorum prohibitorum of kortweg Index was een door de paus vastgestelde lijst van boeken die katholieken niet mochten lezen omdat ze door de Rooms-Katholieke Kerk verwerpelijk werden geacht. Het doel van de lijst was te voorkomen dat de gelovigen zouden worden gecorrumpeerd en dat probleem werd als acuut aangevoeld nadat de boekdrukkunst de verspreiding van boeken op zeer ruime schaal had mogelijk gemaakt. In 1966 maakte Paus Paulus VI een eind aan de Index. Auteurs waarvan werk op de lijst stond, werden wel aangemoedigd hun werken aan te passen zodat ze van de lijst konden worden afgevoerd, en om hun werk voor publicatie te laten lezen. Ook werd verklaard dat de morele autoriteit van de Index nog altijd bleef bestaan.
http://bav.vatican.va/en/v_home_bav/home_bav.shtml
http://asv.vatican.va/home_it.htm
http://www.vaticanlibrary.vatlib.it/BAVT/scuola/default.htm
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 30 januari 2010. Bekijk het origineel.

