Van het Romeinse Rijk tot hedendaags imperialisme

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Van 11 tot 13 september 2014 wordt in Brussel een internationaal congres georganiseerd met als thema ‘Renovatio, inventio, absentia imperii. Van het Romeinse Rijk tot hedendaags imperialisme’. De aanleiding is het 75-jarige bestaan van de Academia Belgica in Rome, die optreedt als organisator van het evenement. Voorstellen voor papers (abstracts van max. 1 pagina) dienen ten laatste op 31 januari 2014 te worden bezorgd op het adres empire2014brussels@gmail.com, vergezeld van een academisch c.v. (max. 3 pp.: wetenschappelijke instelling, academische publicaties, diploma’s,…). Ten laatste op 25 februari 2014 zal het resultaat van deze oproep worden meegedeeld.

Het thema van dit congres is de receptie, het ‘Nachleben’, of ook de ‘permanence’ of ‘rémanence’ van het Romeinse Rijk, van een idee en een historisch paradigma dat sinds de Klassieke Oudheid de meest uiteenlopende aanspraken op het verkrijgen en het consolideren van macht heeft onderbouwd. De aandacht zal uitgaan naar ‘cultuur’, een notie die breed wordt opgevat, nl. niet enkel de kunsten, architectuur, literatuur enz., maar ook filosofie, religie en discours. Een brede waaier thema’s zal aan bod komen. De centrale focus zal weliswaar liggen op Europa en Noord-Amerika, maar het is ook de bedoeling om aandacht te besteden aan niet-Westerse contexten, al dan niet in een direct verband met het Romeinse voorbeeld.

Een theoretische en sociologische dimensie zal de discussie vervoegen en idealiter beïnvloeden, in de vorm van methodologische vraagstellingen die in verband staan met het congresthema. Meer in het bijzonder zullen de volgende vragen centraal staan: wat is onze positie als onderzoekers, deel uitmakend van een hedendaagse, vaak Westerse, democratische en kapitalistische context; wat met de notie imperium an sich: hoe wordt zij gedefinieerd, en aan welke ideologische vereisten wordt zij onderworpen; met andere woorden, naast de vele historische varianten en manifestaties van receptie van imperium, doorheen welke filters wordt deze notie beschouwd?

Want sinds het begin van de 21ste eeuw heeft de wereld radicale veranderingen ondergaan: na het uiteenvallen van de Sovjetunie hebben de gebeurtenissen van 11 september 2001 een tijdperk van vernieuwd Amerikaans ‘imperialisme’ ingeluid, terwijl terzelfdertijd een grotendeels economisch gedreven variant, vertegenwoordigd door nieuwe grootmachten zoals China, in toenemende mate de bestaande machtsstructuren in vraag is beginnen stellen.

In het kader van een dergelijke metahistorische bewustwording zal dit congres evenzeer het Romeinse Rijk als zijn erfenis/veronderstelde erfgenamen doorheen de eeuwen behandelen. Hoogst uiteenlopende thema’s en opinies betreffende dit onderwerp zullen aan bod komen, en er zal worden getracht om vragen te beantwoorden die gelden als essentieel voor het schrijven, het creëren en het eigenlijke totstandkomen van (culturele) geschiedenis.

Het congres zal bestaan uit een reeks thematische sessies. In het bijzonder wordt gedacht aan voorstellen voor papers betreffende de vier volgende hoofdthema’s.

Sessie 1: Rome en haar erfenis

Het Imperium Romanum in de Europese cultuur vanaf de Klassieke Oudheid tot de opkomst van de Europese supermachten (1ste-19de eeuw).

In het oude Rome werd de idee van imperium zorgvuldig vormgegeven tijdens de Late Republiek en in het begin van de Keizertijd, waarna zij standhield doorheen de Europese en Amerikaanse geschiedenis. Romeins geïnspireerde imperiale ‘performance’ groeide uit tot het culturele en politieke keurmerk voor de ambities van middeleeuwse koningen en keizers tijdens de feodale periode, voor opkomende staatsmacht in het begin van de moderne tijden, alsook voor Europese koloniale expansie vanaf de zestiende eeuw.

Beeld en woord weerspiegelden de grote klassieke auteurs en politici. Romeinse architectuur werd de scène waarop macht en ideologie werden geprojecteerd. Terwijl de renovatio imperii Westerse koningen inspireerde, effende het Romeinse recht het terrein voor de staatscentralisatie van de opkomende Europese Staten vanaf de late Middeleeuwen, en onderbouwde het de staatsmacht en autoriteit van prinsen, koningen en hertogen tijdens de Renaissance.

Maar tegelijkertijd beriepen ideeën van republicanisme en verzet tegen machtsstructuren zich op een afstamming van Rome. Zoals onder meer ook blijkt uit de groeiende belangstelling voor het Romeinse Rijk tijdens de Verlichting en onder Napoleon I (zie Ingres enz.), is het exemplum van het Romeinse Rijk uiterst flexibel en veelzijdig, en geenszins onderworpen aan één welomschreven interpretatie.

Sessie 2: Veranderende visies op een historische categorie: het Romeinse Rijk in de hedendaagse periode

Sinds de Franse Revolutie, toen als gevolg van een toenemende ‘nationalisering van de massa’s’ (Mosse) de belangen van het volk steeds meer plaats innamen in politieke en maatschappelijke discussies, is de erfenis van het oude Rome het onderwerp geweest van intens debat. In deze tijden waarin men steeds meer aandacht had voor de verhouding tussen individuele en collectieve macht, ontstonden naties en imperia.

Gedurende de 19de en 20ste eeuw was Rome een historische voorganger waaruit men lessen trok, een voorbeeld en een bron van inspiratie. Daar waar op een sociologisch niveau het Romeinse republicanisme voor heel wat deining zorgde, is het op macro-historisch vlak vooral de idee van imperium die kan worden gelinkt aan de sleutelmomenten in de wereldgeschiedenis.

Gaande van uitingen van agressief nationalisme in de negentiende eeuw tot de twintigste-eeuwse opkomst en val van populaire, fascistische en communistische machtsstructuren, van de definitieve bekroning van de VS als enige Westerse supermacht in 1945 tot hun virtuele oppermacht aan het einde van de 20ste eeuw, van kolonialisme tot post- en neo-kolonialisme: het Romeinse imperialisme heeft maar weinig aan belang ingeboet, weze het als een historisch exemplum of, anderzijds, als een omineus caveat.

Deze sessie zal het huidige en toekomstige lot van het Romeinse Rijk verder verkennen, via een aantal bespiegelingen betreffende de wijze waarop hedendaagse beschavingen, in hun zoektocht naar macht en legitimiteit, de culturele erfenis van Rome hebben opgeëist en gevormd, maar soms ook radicaal verworpen.

Sessie 3: Het denkbeeldige imperium. Uit- en afbeelding van macht

In de beeldende kunsten is de verwijzing naar het Romeinse Rijk steeds van groot belang gebleven; het aura dat imperiale en monarchistische macht omgaf is een constante gebleven in de eeuwen volgend op het einde van Rome, beginnend met de Byzantijnse, Karolingische en Heilige Roomse Rijken.

De heidense artistieke vormentaal werd aangepast om tegemoet te komen aan de ideologische vereisten van het christendom, wat leidde tot een heftig debat betreffende de rol van het beeld, alsook, in extreme gevallen, tot iconoclastische uitspattingen. Hieropvolgend zorgde de Renaissance voor een nog grotere interesse in de Grieks-Romeinse Oudheid, op zoek naar een soort van zuiverheid die eerder voortkwam uit levendige verbeeldingskracht dan uit een tastbare realiteit.

Als gevolg van een welbepaalde interpretatie van Vitruvius trachtte men zelfs te rivaliseren met Romeinse imperiale architectuur, in een nieuwe vormentaal die getuigde van een macht en een autoriteit die zij terzelfdertijd ook moest legitimeren; dit alles kende als iconisch culminatiepunt de Querelle des anciens et des modernes. Het zich toeëigenen van de Oudheid is met andere woorden doorheen de eeuwen een centraal gegeven gebleven in de kunstgeschiedenis.

Diverse interpretaties en aanpassingen van de hoogst realistische vormentaal van de Romeinse kunst, de sublimering van de kunsten door totalitaire Staten en Rijken (van Karel De Grote tot Napoleon, van Stalin tot Hitler en Mussolini): moderne interpretaties van artistieke theorieën werden niet zelden gestoeld op de mythe van de Griekse maar ook Romeinse oudheid. Het is aan een beter begrip van deze voortdurende aanwezigheid van het imperiale Rome in de beeldende kunsten, in muziek en in literatuur dat deze sessie een bijdrage wil leveren.

Sessie 4: Imperia zonder Rome?

In tegenstelling tot Europese (en Amerikaanse) imperia is de idee, de ‘performance’ van imperium als geïnspireerd door het oude Rome minder vanzelfsprekend buiten de Westerse wereld. Doch sommige uitingen van imperiale ontwikkeling in de Islamitische wereld (de Omajjade- en Abbasside- kalifaten in de Middeleeuwen en het Ottomaanse Rijk vanaf de vijftiende eeuw) bouwden verder op kunst, beeldvorming en administratieve aspecten die teruggaan op het Imperium Romanum (en zijn directe opvolger in de Oosterse Middellandse Zee, het Byzantijnse Rijk).

In andere delen van de wereld had men enkel van ver gehoord van het klassieke Rome, of was het zelfs een totaal vreemd concept. In dit kader zal deze sessie bekijken hoe de idee van imperium werd beleefd in China, op het Indiase subcontinent, en in de Islamitische wereld. Ontwikkelden de verschillende Chinese dynastieën (Han, Tang, Sung, Ming en Qin) verschillende concepten of ‘performances’ van imperium, of was de Mongoolse tribale structuur of ook Mogul India met zijn Islamitische roots beïnvloed, via contact met Abbassidische, Fatimidische, Mamelukische of Ottomaanse Rijken, door oudere Romeinse ideeën?

En tenslotte, toen tijdens de 18de en 19de eeuw de Europese koloniale machten deze imperia overrompelden, leefde het Europese, en dus Romeinse, concept van imperium door in lokale cultuur, m.a.w. in de manier waarop men traditioneel imperiale ideologie voorstelt en beleeft? Aan de andere kant zal deze sessie ook aandacht besteden aan imperium ‘zonder imperium’: in een tijdperk van globale economische crisis zonder voorafgaande, in een wereld die is uitgegroeid tot een ‘global village’, heeft men globalisering en internationaal financieel kapitalisme gekenmerkt als de meest recente vertalingen van imperium, van het samenspel tussen verpersoonlijkte ‘financiële markten’ die de geboorte van een nieuw soort imperium aankondigen.

Het congres wordt georganiseerd door de Academia Belgica met de steun van het Belgisch Historisch Instituut in Rome en de Stichting Prinses Marie-José

Organiserend comité:

– Wouter Bracke (directeur, Academia Belgica, Rome)
– Jan De Maeyer (voorzitter, Belgisch Historisch Instituut te Rome)
– Pierre-Yves Kairis (voorzitter, Stichting Prinses Marie-José)
– Peter Stabel (voorzitter, Academia Belgica, Rome)

Bevestigde sprekers: Wim Blockmans (Universiteit van Leiden), Christophe Imbert (Universiteit van Toulouse-Le Mirail), Martin Kohlrausch (KU Leuven), Christoph Schönberger (Universiteit van Konstanz).

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 20 december 2013. Bekijk het origineel.