Fiumicino kent iedere Romereiziger natuurlijk als één van de belangrijke luchthavens (Aeroporto Internazionale Leonardo da Vinci) gelegen op een boogscheut van de Tyrreense zee en op zowat 35 km van de stad Rome. Fiumicino heeft ook enkele sterke toeristische troeven als badplaats en jachthaven.
Op 4 februari 2010 werd de eerste steen gelegd van een nieuwe toeristische trekpleister ‘il Porto della Concordia’ met faciliteiten als 4 grote jachthavens (1.445 ligplaatsen), een hotel, een congrescentrum, commerciële en residentiële ruimte en 80.000 m² groen. Maar Fiumicino kent sinds eeuwen ook een hechte vissersgemeenschap die vanuit de haven, gelegen aan de monding van de Tiber, elke dag opnieuw uitvaart om de vele restaurants in en om Rome te bevoorraden met lekkers uit de zee.
Eén van de specialiteiten zijn ‘le telline’ (tuniole in het Romeins dialect en ‘stomp zaagje’ in het Nederlands). Deze tweekleppige schelpen zijn driehoekig van vorm, ongelijkzijdig, glad en glimmend. Ze leven ingegraven in zand- of modderbodem. Bij sterke branding worden ze soms losgewoeld maar ze kunnen zich snel weer ingraven.
De vangst vindt plaats gedurende het ganse jaar maar enkel op een kalme zee met uitzondering van de maand april wanneer een periode van biologische rust wordt ingelast. De vissers gaan in hun eentje de zee op met piepkleine visserssloepen bij zonsopgang en keren terug op de middag. Er zijn brieven uit de 16de eeuw die reeds over deze vangst melding maken maar men neemt aan dat dit beroep nog veel ouder is.
De 50 vissers van Fiumicino hebben zich verenigd in een coöperatieve zoals er nog 4 andere langsheen deze kust bestaan. Naast deze officiële federatie zijn er nog tientallen andere vissers die hun kans wagen (gepensioneerden, hobbyvissers, …). De vangst op le telline is artisanaal, hard en eenzaam. De vissers gebruiken geen hydraulische vangnetten maar schepnetten van 1 m op 60 cm aan een steel zoals de schepnetten die je te voet gebruikt om bijvoorbeeld garnalen te vangen.
Het beroemdste gerecht uit de lokale keuken van deze kustlijn is ongetwijfeld de bruschetta con la tellina. Deze lekkernij kende zijn hoogdagen tijdens de jaren ’50, de periode waarin filmsterren en regisseurs uit Cinecittà aan de kust kwamen uitwaaien – waaronder Federico Fellini – om zich over te leveren aan de geneugten van la Dolce Vita: feesten, lekker eten en drinken.
Le telline worden zowel rauw als gekookt gegeten. Het vlees is mals, fijn en zacht en ze lenen zich uitstekend voor verschillende soorten gerechten met pasta zoals spaghetti con le telline. Als je zelf iets met telline wil klaarmaken, let dan bij het aankopen dat de schelpen goed gesloten zijn. De schelpen worden immers levend verkocht en openen zich pas als ze afsterven.
De vangst op le telline was het eerste item dat door Slow Food Lazio werd uitgekozen om van de ondergang te redden. Sinds 1 juni 2010 verbiedt een nieuwe Europese wet het vissen met netten op minder dan 0,3 mijl uit de kustlijn. Dat zou de doodsteek betekend hebben voor de vangst op le telline aangezien deze gevist worden op amper 20 m van de kust.
Claudio Brinati, president van de Federcoopesca-Confcooperative Lazio hoopte dat Europa een uitzondering zou maken. Anders zouden de vele vissers die dagelijks hun brood verdienen met schelpen vangen, in één klap werkloos worden. Een tragedie in deze reeds fel belaagde sector. En meteen een regionale lekkernij minder op het bord van de inwoners en toeristen in Rome. Gelukkig voor de vissers werd hun noodkreet opgevangen en kan de vangst voorlopig verder gaan. (Tekst: Bart Tordeurs)
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 29 juni 2012. Bekijk het origineel.

