Studie over ontstaan catacomben Rome

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De Belgische archeoloog Renaat M.G. Jonckheere promoveerde op 10 mei aan de Universiteit van Utrecht met het proefschrift: ‘Christenen en de dood: Een studie naar het ontstaan van de christelijke catacomben te Rome’. Zijn onderzoek maakt deel uit van het ‘The Rise of Christianity’-project onder leiding van prof. dr. L.V. Rutgers. Het onderzoek van Jonckheere naar het ontstaan van de catacomben van Rome heeft aangetoond dat deze begraafplaatsen geen heidense vinding zijn. Op basis van een uitgebreide studie van het heidens en christelijk archeologische funeraire materiaal, in combinatie met een lezing van de teksten van antieke auteurs over de funeraire organisatie, toont Jonckheere aan dat de christelijke catacomben van Rome een christelijke oorsprong hebben.

De conclusie van de Belgische archeoloog bevestigt een nog niet eerder definitief bewezen werkhypothese omtrent het ontstaan van de catacomben. Dat het nu toch mogelijk is om deze conclusie te trekkn, is te danken aan een systematisch onderzoek van alle relevante archeologische funeraire vondsten uit de eerste eeuw tot de derde eeuw na Christus en door een vernieuwde analyse van deze literaire bronnen. Jonckheere toont aan dat de catacomben van Rome aanvankelijk door christelijke families, en vanaf 250 na Christus hoofdzakelijk op initiatief van de kerk werden aangelegd. Zijn onderzoek werpt verder een nieuw licht op de sociale achtergrond van de eerste christenen, de kerkelijke organisatie, de relatie tussen de eerste christenen en hun heidense medeburgers en de connectie met de joodse catacomben van Rome. (Bron: KerkNet Vlaanderen)

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 22 mei 2006 op het Romenieuws-archief.