We maakten er gisteren al even terloops melding van, maar het is een ironische speling van de geschiedenis dat de beroemde Spaanse Trappen in Rome eigenlijk niets met Spanje te maken hebben. De naam zou eigenlijk Franse Trappen moeten zijn.
Reeds in de zeventiende eeuw wilden de Fransen de Trinità dei Monti-kerk en de hogerop gelegen Pincio verbinden met het plein beneden.
Pas in 1723 vertrouwde paus Innocentius XIII dat project toe aan de Italiaanse architect Francesco de Sanctis, die samen met Alessandro Specchi een ontwerp presenteerde dat zowel voor de Fransen als de paus aanvaardbaar was.
Maar al meteen na de voltooiing van de monumentale trappenpartij, begonnen de Romeinen de nieuwe verbindingsweg te omschrijven als de Spaanse Trappen omdat die naar het plein beneden, in de richting van de Spaanse ambassade bij de Heilige Stoel voerde.
Het linkerdeel van het plein aan de voet van de trappen (kant richting Piazza del Popolo) heette destijds zelfs Piazza di Francia. Het smallere rechtergedeelte van het plein (zuidelijk, rechts van de trap) werd, onder meer omwille van de aanwezigheid van de ambassade, Piazza di Spagna geheten.
Op een of andere manier maakten de Romeinen destijds, na de bouw van de trap, veel vlugger de link naar Spanje dan naar Frankrijk, zodat de Fransen al gauw moesten vaststellen dat hun trapverbinding, waarvoor ze zoveel moeite hadden gedaan, door iedereen werd (en tot vandaag nog steeds wordt) toegeschreven aan de Spanjaarden.
Kardinaal Jules Mazarin moet zich dagelijks in zijn graf omdraaien, wordt weleens gezegd. Het oorspronkelijke plan voor een trap is immers van hem.
Mazarin, die eigenlijk Giulio Mazarini (1602-1661) heette, was geen Fransman van geboorte. Hij volgde in 1642 Richelieu op als eerste minister van Lodewijk XIII en daarna van Lodewijk XIV.
Hij wilde van de trap het symbool maken van de glorie van de Franse monarchie. Boven een machtige trappenpartij voorzag hij bovendien een ruiterstandbeeld van de Franse zonnekoning, maar dit plan botste op verzet van de paus.

Pas onder paus Innocentius XIII (1721-1724) kwam er uiteindelijk een akkoord over een Italiaans ontwerp, weliswaar zonder ruiterstandbeeld, van de hand van Francesco de Sanctis (1679-1731), de architect van de Orde der Miniemen (Ordo Minimorum) die eigenaar van het terrein waren.
Het ontwerp vertrok vanuit een nooit uitgevoerd project van Gian Lorenzo Bernini, die omstreeks 1660 ook al plannen had voor een monumentale, hellende weg, die zou fungeren als verbinding tussen de piazza en de erboven liggende kerk.
De trap werd uiteindelijk gebouwd tussen 1723 en 1726, met geld van de Franse ambassadeur Etienne Gueffier, die in 1661 een bedrag van 24.000 scudi naliet.
Omdat Rome een stad van heuvels is, is het ook een stad van trappen en steile straten, maar de Spaanse trappen zijn de statigste en spectaculairste van allemaal. Ze vormen het enige grote rococomonument in Rome.
De trappenpartij bestaat uit 138 treden en drie terrassen. Het geheel is verdeeld in tien groepjes treden met golvende leuningen, zodat de indruk zowel sierlijk als groots is.
In een bewaard gebleven verslag van de architect vermeldt de Sanctis heel fier de sterke punten van zijn plan.
Vooreerst waardeerde hij de algehele opbouw omdat de trap vanop enige afstand goed te overzien is, want, zo schrijft hij, de paters van de Trinità dei Monti hadden hem verwittigd dat vele koppeltjes onwelvoeglijkheden pleegden in de bosjes op de helling.
Een tweede waarderingspunt was de verdeling in drie trappen met bordessen, een verwijzing naar de Trinità dei Monti (Drievuldigheid van de bergen), de kerk waarheen de trap leidt. Ten derde loofde de architect de goede bruikbaarheid voor wandelaars en feestelijkheden.

Ten slotte onderstreepte hij ook het efficiente afvoerstelsel dat ervoor borg staat dat zelfs bij een Romeinse wolkbreuk, de trap niet onder water komt te staan. Kortom, de man was best wel tevreden met zichzelf.
Terecht. Want de trap is inderdaad uiterst elegant en harmonisch, hoewel hij niet symmetrisch is. Men zou zo’n trappenpartij eerder verwachten in een paleis of in een operagebouw dan hier in open lucht.
Helaas. Het meesterwerk maakte echter ook een einde aan de carrière van de architect, want reeds in 1728, twee jaar na de realisatie, stortte het bovenste gedeelte van de trap in als gevolg van een combinatie van ondeugdelijk bouwwerk en extreem zware regenval.

Hoewel de schade vlug werd hersteld en de ramp helemaal niet de schuld van de Sanctis was, werd zijn naam geassocieerd met de verzakking en kreeg hij vanaf dan geen opdrachten meer. De Sanctis stierf kort daarna, in 1731. Hij werd amper 52.
Onderaan de trap staan aan beide zijden op de bollen, zowel Franse lelies (buitenste paar) afgebeeld als de adelaars uit het wapen van paus Innocentius XIII.
Bij het begin van de lente wordt de trap versierd met kleurige azalea’s. Toch is deze flora is lang niet zo schilderachtig als de ‘fauna’ die vroeger de trap sierde.
De voet van de trap was immers het trefpunt van kunstenaarsmodellen die in hun kleurige klederdracht probeerden de aandacht te trekken van Engelse toeristen met artistieke pretenties.
Henry James (1843-1916), schrijver van onder andere ‘The Aspern papers’ en ‘The portrait of a Lady’, schreef over hen: ‘… all vanished eyes and daggered hair and swathed legs and peaked hats’.
Naar deze dames werd zelfs een straat genoemd, de ‘Vicolo dei Modelli’, rechts van de barokkerk Santi Vincenzo e Anastasio, vlakbij de Trevifontein.
In 1876 beschreef de scherpzinnige Nederlandse literaire criticus Conrad Busken Huet (1826-1886) hen knorrig als ‘gespuis, waaronder nog weinige jaren geleden schilders hunne levende modellen kwamen kiezen’. Charles Dickens vond de modellen dan weer ‘mightily amusing’.
De Nederlandse auteur Leo Van Egeraat (1923-1991), auteur van onder meer ‘Een gids voor Rome’, wiens verhalende reisgidsen over Rome en Italië meer dan een halve eeuw geleden werden gepubliceerd, maar die ook vandaag nog altijd boeiend en leerrijk zijn, zag er tijdens de jaren ’60 van de vorige eeuw existentialisten zitten: ‘ze zijn te herkennen aan hun onverzorgde baard, zij zijn nooit om een gesprek en altijd om geld verlegen’.

Tegenwoordig worden de Spaanse Trappen ook jaarlijks gebruikt voor een mediatieke modeshow, de ‘Donne sotto le Stelle’ waarbij de mannequins heen en weer paraderen in de laatste creaties van de Italiaanse modeontwerpers.
Maar regelmatig vormen de trappen ook het decor voor gewone fotoshoots. Recent hield het modehuis Valentino er nog een grote zomershow. Tijdens de kerstperiode wordt halfweg de trap een mooie kerststal opgericht, een historische evocatie van de achttiende eeuw.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 29 oktober 2022. Bekijk het origineel.

