Op amper zes meter diepte hebben archeologen in Nijmegen de restanten gevonden van een Romeinse haven. De haven lag aan de voet van het Kops Plateau waar tweeduizend jaar gelden de Waal stroomde. De archeologen vonden bewijzen van de haven na veelvuldige boringen die tot zeven meter diep de grond in gingen, een project dat al sinds 2008 aan de gang was. Het voorbije jaar werd hun geduld beloond. Dicht bij het tankstation Total en even voorbij de Beekmansdalseweg – de steile toegangsweg naar de legerbasis van de Romeinen op de Hunnerberg en later het Kops Plateau – troffen ze tufsteen aan over een lengte van zowat veertien meter. Het gaat om een Romeinse kademuur, ongetwijfeld een deel van de haven.
De vondst op die plek lijkt wat onlogisch maar 2.000 jaar geleden zag de omgeving er helemaal anders uit. De Waal was een wilde rivier, meanderde vaak en de loop wijzigde regelmatig. Ooit botste de Waal tegen de stuwwal aan. Die botsingen zorgden er voor dat de rivier steeds wat opschoof, mede als gevolg van verzandingen. De Romeinen bouwden hun versterkingen het liefst langs rivieren. Dat deden ze bovendien vrijwel altijd op dezelfde manier. Via de rivier (in deze regio via Rijn, Waal en Maas) werd het Romeinse leger met platbodems voorzien van materiaal. Daarom ging regio-archeoloog Paul Franzen in andere steden kijken, waaronder Mainz, Bonn, Chester, Woerden en Alphen aan de Rijn en herlas nog eens de studies hierover. Op basis hiervan durfde hij de hypothese stellen dat de verplaatsing van de Romeinse versterkingen in Nijmegen alles te maken hebben met het opschuiven van de Waal naar zijn huidige loop.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 3 mei 2013. Bekijk het origineel.

