De oude Via Lata, vandaag bekend als de Via del Corso, was het stedelijke deel van de Via Flaminia. Vanaf de voet van het Capitool verdeelde deze weg zowat de Campus Martius, kruiste Porta Flaminia (de huidige Porta del Popolo) en voerde recht naar de Milvische brug. Aan het begin van de Via del Corso, vertrekkend vanaf Piazza Venezia, vind je zowat 150 m verder aan je linkerzijde de kerk Santa Maria in Via Lata, een beetje ingeklemd tussen Palazzo Doria Pamphilj en de Galleria Doria Pamphilj. Vlak hierachter bevindt zich de huidige Via Lata, een smallere zijstraat van de Via del Corso, die deze verbindt met Piazza del Collegio Romano. Weinig mensen bezoeken deze mooie barokke kerk, die bovendien nog een fraai ondergronds geheimpje bevat.
Bij afbraak- en verbouwingswerken langs deze belangrijke verbindingsweg uit de oudheid werden eeuwen geleden al tal van vondsten gedaan. Reeds op ruim vijf meter diepte botsten onderzoekers op woningen, zuilen, arcades, gewelven en mooi versierde blokken travertijn uit de oudheid. Veel van die ondergrondse ruimtes werden nooit volledig onderzocht. Op de plaats waar zich vandaag de kerk Santa Maria in Via Lata situeert, bevindt zich een interessante onderaardse ruimte uit de tijd van keizer Hadrianus. Een gedeelte ervan dateert zelfs nog uit de 1ste eeuw. Recent werd in een kelderruimte hier vlakbij nog een fontein uit de 2de eeuw ontdekt.
De Duitse architectuurhistoricus Richard Krautheimer, die pas in de jaren ’70 van de vorige eeuw de kelder voor het eerst grondig onderzocht, nam aan dat de aan beide zijden zowat 14 m brede en 10 m hoge ruimte zich over ruim 100 m lengte heeft uitgestrekt in de vorm van vier colonnades van travertijn. Het complex, te situeren tussen de huidige Via Lata en de Vicolo Doria zou daarmee groter geweest zijn dan het huidige Palazzo Doria Pamphilj. Aan het eind van de 2de eeuw, begin 3de eeuw, werd het gebouw omgevormd tot een horreum, een soort publiek magazijn voor de opslag van levensmiddelen en waardevolle goederen waarvan de distributie in handen was van de keizerlijke overheid.
Hoewel de Latijnse term vaak wordt gebruikt om te verwijzen naar graanschuren, werden Romeinse horrea gebruikt voor de opslag van veel andere soorten levensmiddelen, waaronder behalve graan ook olijfolie en wijn maar evengoed kleding en zelfs voorraden marmer. Tegen het einde van de keizertijd beschikte Rome over zowat 300 horrea. De eerste horrea in Rome werden gebouwd tegen het einde van de 2de eeuw v. Chr. Zeker in het begin werd vaak gebruik gemaakt van kelders, de zogenaamde horrea subterranea .
Rekening houdend met de enorme behoeften van Rome aan allerlei goederen en levensmiddelen moet de opslag en doorstroming van de producten via deze horrea, zelfs naar hedendaagse begrippen, enorm geweest zijn. Maar keren we even terug naar onze ondergrondse ruimte aan de Via Lata. Het grote complex werd gaandeweg met bakstenen muren verdeeld in kleinere ruimten. Het is in zes van deze kleinere magazijnen dat in de 6de-7de eeuw bijeenkomsten begonnen plaats te vinden van een christelijke groep die hier erediensten hield. In de 5de eeuw was er al de aanzet gegeven tot een soort kloostergemeenschap.
Een legende verhaalt dat de apostel Paulus hier in de jaren zestig van de 1ste eeuw een tijdlang zou vastgehouden zijn, wat wellicht het ontstaan van de gebedsgroep zou kunnen verklaren. Andere bronnen menen dat als Paulus hier al zou geweest zijn, hij hier gewoon een tijdlang gewoond heeft tussen gelijkgestemde zielen, al dan niet onder bewaking van Romeinse soldaten.
Paulus is in ieder geval in Rome geweest in de tijd dat het complex al bestond. In het jaar 60 zou de apostel bij het eiland Malta schipbreuk hebben geleden. Na zijn aankomst in Rome verdween Paulus een tijdlang uit beeld, tot hij in 64 of 67 door keizer Nero werd onthoofd. Wat Paulus allemaal heeft gedaan of meegemaakt in de Romeinse jaren die zijn dood vooraf gingen is niet duidelijk. De apostel werd volgens de overlevering begraven op de plaats waar vandaag de basiliek Sint-Paulus-buiten-de-Muren staat.
In ieder geval werden op zeker ogenblik doorgangen gehakt tussen de zes gebedskamers zodat uiteindelijk een iets grotere ondergrondse structuur ontstond. Het eerste altaar, een hergebruikte marmeren blok uit de Romeinse periode, kwam er omstreeks 600, een aantal jaren later gevolgd door wat je de eerste kerk zou kunnen noemen. Het is deze crypte die vandaag toegankelijk is voor het publiek. Achter deze muren bevinden zich zonder enige twijfel nog heel wat andere kamers die nooit voor de eredienst werden gebruikt en daardoor ook nooit werden blootgelegd. Of het moet in de middeleeuwen gebeurd zijn, bij een of andere verbouwing.
In 1049 werd begonnen met de bouw van wat later de bovenliggende kerk zou worden. De crypte zelf bleef bewaard als uniek heiligdom maar werd vanaf dan niet langer gebruikt. Het ondergrondse gedeelte bleef ongewijzigd tot halfweg de 17de eeuw toen de huidige kerk opnieuw een bouwkundige ingreep onderging en werd uitgebreid. Pas in het begin van de jaren ’60 van vorige eeuw vonden archeologen het tijd om een aantal waardevolle fresco’s uit de ondergrondse crypte te verwijderen. De schilderingen dreigden door de hoge luchtvochtigheid voorgoed beschadigd te worden en zouden zonder die ingreep onherroepelijk verloren geweest zijn.
Hoogtechnologisch onderzoek bracht bij die gelegenheid nog andere, reeds erg vervaagde schilderingen aan het licht. Al het hier ontdekte materiaal is buitengewoon belangrijk gebleken voor de studie van vroeg-middeleeuwse Romeinse figuratieve kunst uit de 7de tot de 11de eeuw. De mooiste fresco’s uit de oorspronkelijke crypte zijn vandaag te bewonderen in het Museo Romano Crypta Balbi.
Wie de crypte bezoekt keert in ieder geval zowat 2.000 jaar terug in de tijd. Je kan het ondergrondse gedeelte bekijken als de resten van een Romeinse huis uit het begin van de jaartelling, als de opslagplaats die het was in de glorieperiode van het Romeinse Rijk of als getuige van het geloof van vroege christenen in de 6de-7de eeuw. De ondergrondse ruimte blijft hoe dan ook alweer een indrukwekkend stukje Romeinse geschiedenis. Zoals gewoonlijk strekt deze zich in heel de stad vaak ongezien onder onze voeten uit. Soms kan je er gelukkig even een kijkje in nemen en jezelf trakteren op een unieke tijdreis. Het is één van de vele aspecten waardoor Rome ook vandaag nog zo’n fascinerende stad is en blijft.
Santa Maria in Via Lata
Via del Corso 306
Bezoek aan de Sotterranei Crypta Via Lata:
Tel 06 833 962 76 (ook inlichtingen voor groepsbezoek)
E-mail: cryptavialata@mclink.it
Dinsdag tot zondag: 16 u. tot 19 u. (in de winter van 15 tot 18 u.)
Zaterdag en zondag ook van 10 tot 13 u.
Maandag gesloten
www.cryptavialata.it
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 3 mei 2012. Bekijk het origineel.

