Twee dagen nadat bij Christie’s in Londen een recordprijs van 11,4 miljoen pond betaald werd voor een Venetiaans stadsgezicht van Canaletto, deed Sotheby’s er nog een schepje bovenop. Daar bracht een Gezicht van het Canal Grande vanuit het Palazzo Balbi 18,6 miljoen pond op, dat is ruim 27 miljoen euro. De veiling was een succes over de hele lijn, met twaalf nieuwe recordprijzen voor oude meesters en een totale opbrengst van 64,5 miljoen euro. Een schilderij van de Nederlandse meester Jacob van Ruisdael, een Gezicht van het kasteel van Bentheim, haalde 3,7 miljoen euro. Voor een Sint-Joriskermis van Pieter Brueghel de Jonge steeg het bod tot 3,2 miljoen euro.
De Venetiaanse schilder en tekenaar Canaletto, eigenlijk: Giovanni Antonio Canal (Venetië 18 oktober 1697 – 20 april 1768), was aanvankelijk leerling van zijn vader Bernardo Canal, die hij theaterdecors hielp schilderen. In 1719 ging hij naar Rome en begon daar naar de natuur te werken. In 1720 teruggekeerd, maakte hij van zijn geboortestad tal van ‘vedute’ (stadsgezichten), o.a. van het Canal Grande, de Rialtobrug en van vele kerken, die vooral bij John Smith, Brits consul te Venetië, gretig aftrek vonden. Voor hem vervaardigde Canaletto een serie van 36 vedute en later 13 geïdealiseerde landschappen, zoals hij die in Rome vanaf 1742 ging schilderen. Driemaal reisde hij naar Engeland (1746-1750, 1751-1753, 1754), waar hij een rijk arbeidsterrein vond en o.a. gezichten op de Theems schilderde. Zijn vroege werken vertonen vrij zware licht-donker contrasten; later klaarde zijn palet op; het licht doorstraalt weidse ruimten onder ijle luchten. Zijn laatste werken vertonen academische trekken. Canaletto liet vele, snel geschetste, haast ‘impressionistische’ tekeningen na; de interessantste biedt zijn schetsboek (Accademia, Venetië). Ook is een groot aantal etsen van hem bewaard gebleven (facsimile uitg. 1976), waarin hij het licht met grafische middelen trachtte te vangen en op penseelstreken gelijkende dunne golflijnen aanbracht.
Zijn manier van schilderen vond veel navolgers, maar nog meer vervalsers, die echter geen van allen zijn helderheid en intensiteit bereikten. Hernieuwde belangstelling voor zijn werk (dat zich voor een groot deel in Engeland bevindt, ondermeer in de Wallace Collection, Londen) rijpte in de 19de eeuw bij schilders als Richard Parkes Bonington, John Constable en Jean-Baptiste Camille Corot. Zijn neef Bernardo Bellotto wordt eveneens Canaletto genoemd.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 10 juli 2005 op het Romenieuws-archief.

