De Italiaanse senaat heeft met een nipte meerderheid de begroting voor volgend jaar goedgekeurd. Daarmee is de centrumlinkse regering van premier Romano Prodi weer even uit de problemen. Drie senatoren van de meerderheid hadden ermee gedreigd tegen te stemmen, maar ze gaven uiteindelijk toch hun fiat. De senaat keurde de begroting goed met 161 tegen 157 stemmen. Door het dreigement van de drie senatoren van de Liberaal-Democratische Partij dreigde de regering kopje-onder te gaan. De coalitie heeft in de senaat immers slechts een meerderheid van één stem. De goedkeuring van de begroting was een opsteker voor Prodi. Silvio Berlusconi, oppositieleider en ex-premier, had nog voor de stemming de dood van de regering aangekondigd.
Dat betekent niet dat de Italiaanse regering uit de gevarenzone is. De bonte coalitie bestaat uit negen partijen, van christendemocraten tot communisten. En al die partijen blijven kibbelen over de koers die de regering moet varen. Inmiddels is de steun voor het kabinet gezakt tot 44 procent, het laagste cijfer sinds de verkiezingen van april vorig jaar. De begroting voorziet onder meer in een verlaging van de vennootschapsbelasting van 33 naar 27,5 %. Een regionale belasting op arbeid zakt van 4,25 naar 3,9 %. De Europese Commissie en de Italiaanse centrale bank hebben de begroting steeds bekritiseerd. Volgens hen slaagt de regering er niet in de uitgaven te beperken. En Prodi zou niets doen aan de overheidsschuld. Die is met 106 procent van het bruto binnenlands product de hoogste van de hele eurozone. (Bron: De Tijd)
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 17 november 2007 op het Romenieuws-archief.

