Proces moordenaars Roberto Calvi uitgesteld

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het proces tegen de vermoedelijke moordenaars van de Italiaanse bankier Roberto Calvi is donderdag in Rome begonnen en werd al meteen uitgesteld tot 23 november wegens procedurekwesties. Calvi, ook de ‘bankier van God’ genoemd, werd op 18 juni 1982 opgehangen teruggevonden onder de Blackfriars-brug in Londen. Vijf personen worden vervolgd voor het assisenhof van Rome op beschuldiging van medeplichtigheid aan moord: een lid van de Siciliaanse maffia, Pippo Calo, een Romeinse oplichter, Ernesto Diotallevi, een smokkelaar, Silvano Vittor, een zakenman, Flavio Carboni en zijn vriendin, Manuela Kleinszig.

Alleen Flavio Carboni was donderdag aanwezig. Pippo Calo, die in Palermo in de Ascoli Piceno-gevangenis zit, volgde de zitting via videoconferencing. De drie andere beschuldigden worden bij verstek veroordeeld. Het uitstel van het proces werd verkregen door de advocaat van Silvano Vittor, die pas vorige week bij het proces betrokken werd. Vittor vergezelde Roberto Calvi naar Londen als chauffeur en lijfwacht, houdt de openbare aanklager vol.

Roberto Calvi (62) was voorzitter van de Banco Ambrosiano toen hij op 18 juni 1982 opgehangen werd teruggevonden aan een pijler van de Blackfriars-brug in Londen. Een jaar eerder werd hij opgepakt naar aanleiding van het onderzoek van het faillissement van zijn bank en nadien weer vrijgelaten. Zijn beheer zorgde voor een tekort van 1,17 miljard euro bij de Banco Ambrosiano en een put van ongeveer 209 miljoen euro bij de Banco Vaticano, de hoofdaandeelhouder van de Banco Ambrosiano. Vandaar Calvi’s bijnaam ‘bankier van God’.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 7 oktober 2005 op het Romenieuws-archief.