Palazzo Bonaparte opent als kunstcentrum voor het publiek

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De voorbije paar jaar werd het interieur van Palazzo Bonaparte, gelegen op de hoek van de Via del Corso en Piazza Venezia, in alle stilte gerestaureerd. Het enorme pand heet tegenwoordig eigenlijk Palazzo Misciatelli, maar wordt in de volksmond steevast Palazzo Bonaparte genoemd, vooral omdat anders geen mens weet welk gebouw wordt bedoeld.

Op zondag 6 oktober openen de deuren van Palazzo Bonaparte voor het publiek met de toptentoonstelling Impressionisti Segreti, die te zien zal zijn tot 8 maart 2020. Palazzo Bonaparte is niet te verwarren met Palazzo Primoli aan Piazza Ponte Umberto I, waar het Museo Napoleonico gevestigd is.

Eigenaar Generali Italia heeft het gebouw op de hoek van de Via del Corso en Piazza Venezia samen met Arthemisia ingericht als de eerste Valore Cultura van Rome. Dat is het meerjarenprogramma van Generali Italia dat de beste Italiaanse artistieke en culturele initiatieven steunt in de meeste Italiaanse regio’s. Sinds 2015 werden in het kader van Valore Cultura meer dan veertig tentoonstellingen georganiseerd in heel Italië.

De opening van Palazzo Bonaparte betekent minder goed nieuws voor het vlakbij gelegen Vittoriano: Arthemisia sloot met Generali alvast een contract om de komende drie jaar alle toptentoonstellingen die het organiseert te laten plaatsvinden in Palazzo Bonaparte. Wie de komende tentoonstelling zou missen, krijgt de eerstvolgende jaren dus ruimschoots de kans om eens kennis te maken met dit imposante gebouw.

Sinds 1972 is het Palazzo Misciatelli / Bonaparte eigendom van verzekeringsmaatschappij Assitalia (later INA Assitalia) waarvan de activiteiten in 2013 volledig werden opgenomen in Generali Italia SpA. De naam Bonaparte op het dakgedeelte bleef doorheen de jaren tot vandaag bewaard. Het gebouw kreeg deze naam omdat Letizia Ramolino, de moeder van Napoleon Bonaparte, na de val van het Franse keizerrijk in dit gebouw ging wonen. Ze is er in 1836 ook gestorven.

In juli kon het publiek gedurende één dag reeds exclusief kennismaken met het gerenoveerde gebouw, maar vanaf 6 oktober is iedereen er welkom om een unieke collectie impressionisten te bewonderen. De ruim vijftig schilderijen komen uit vrijwel nooit eerder ontsloten privécollecties en de meeste doeken waren dan ook nooit eerder publiek te zien, vandaar de titel ‘Geheime impressionisten’. Bij de toppers bevindt zich werk van onder meer Monet, Renoir, Cézanne, Pissarro, Sisley, Caillebotte, Morisot, Gonzalès, Gauguin, Signac, Van Rysselberghe en Cross.

Het gerestaureerde Palazzo Bonaparte is op zichzelf natuurlijk ook een bezoek meer dan waard. Zowat 3.000 m² fraaie mozaïeken, schitterende fresco’s en stucwerk, samengebald in een barokke omgeving met renaissance-trekjes, ontworpen door Giovanni Antonio De Rossi. De architect heeft er twintig jaar aan gewerkt, van 1657 tot 1677. Een bezoek aan Palazzo Bonaparte is dan ook een ontdekking. Het begint al met het grote atrium, de trap en de fraaie vloer met het monument van Canova, die overigens ook de open haarden van de negen kamers ontwierp.

Als je vanaf Piazza Venezia in de richting van Via del Corso wandelt, zie je aan de linkerzijde, bij het begin van de Via del Plebiscito, de grote gevel van palazzo Doria Pamphili (ook Pamphilj) uit het midden van de achttiende eeuw, waarvan de gevel zich uitstrekt tot verderop in de Via del Corso (waar zich ook de hoofdingang bevindt). Rechts van dit paleis, en ervan gescheiden door de nogal sombere Vicolo Doria en de hoek vormend met de Via del Corso, bevindt zich het veel kleinere Palazzo Bonaparte.

De Vicolo Doria heette tot 1871 Via della Stufa, naar een openbaar bad dat zich hier bevond. In Vlaanderen sprak men tijdens de middeleeuwen ook van stedelijke ‘badstoven’. Paus Paulus IV (1555-1559) noemde het Laatste Oordeel in de Sixtijnse kapel een ‘stufato met naakten’. Vandaag verwijst stufato in het Italiaans naar een stoofpot, destijds zoals gezegd naar een openbaar bad, maar waarmee ook een bordeel werd omschreven.

Merk ook op dat het gelijkvloers van de enorme Romeinse paleizen zoals Doria Pamphili vaak gebruikt wordt als handelsruimte. Dat is vooral in Rome blijkbaar een oude en vertrouwde manier om dit soort ruimte in te vullen. We vragen ons af of die traditie teruggaat op de insulae, de woonkazernes van het klassieke Rome, waarvan het gelijkvloers ook een commerciële functie had.

Palazzo Bonaparte werd zoals verteld gebouwd door Giovanni Antonio De Rossi voor markies Giuseppe Benedetto. Het gebouw kwam achtereenvolgens in handen van de familie d’Aste, de familie Rinuccini en de familie Misciatelli. Het was in die tijd zeer rijk aan kunst. De Franse kardinaal Joseph Fesch kocht het gebouw van de familie Misciatelli en liet er zijn halfzus Maria Laetitia Ramolino (1751-1836) wonen, de moeder van Napoleon Bonaparte (1769-1821). Zij was namelijk verbannen uit Frankrijk na de Slag bij Waterloo in 1815 (in het latere België), waarbij haar zoon Napoleon het onderspit moest delven.

Ze woonde er vanaf de val van het Franse keizerrijk tot aan haar dood. Ondanks haar hoop om ooit terug te kunnen keren naar haar vaderland, stierf Laetitia in 1836 in Rome. Ze was de (groot)moeder van keizers, koningen en prinsen maar toch had ze zelf geen adellijke of keizerlijke status overgehouden aan het avontuur van haar zoon. Als Corsicaanse had ze ook nooit de moeite genomen om Frans te leren, ze sprak wel een beetje Italiaans. Kronieken uit die tijd beschrijven dat ze gewoonlijk met een treurig gezicht achter de jaloezieën van de loggia op de eerste verdieping naar de drukte op straat zat te kijken.

De Romeinse dialect-dichter Giuseppe Gioacchino Belli noemde haar ‘de moeder van de grote kolos, hangend op een sofa, geheel ineengeschrompeld, niet dikker dan een dijbeen’. Overigens kregen alle verbannen leden van de keizerlijke familie asiel van paus Pius VII die ondanks alles ogenschijnlijk geen wrok koesterde. Zo konden ook Lucien en Jerome Bonaparte en Lodewijk Napoleon, de voormalige koning van Holland, hun moeder gezelschap houden.

In aanwezigheid van Jerome en kardinaal Joseph Fesch, de fameuze halfoom van Napoleon, stierf de keizerin-moeder hier in Palazzo Bonaparte op 2 februari 1836, ze was 85 en nagenoeg blind. Terwijl het Romeinse carnaval in volle gang was, werd ‘madame mère Laetitia, de mater regum die vijf vorsten baarde’ (dixit Jeroen Brouwers) in alle stilte 200 m verderop begraven in de Santa Maria in Via Lata.

Kardinaal Fesch werd tijdens de Italiaanse veldtocht van 1796-1797 door Napoleon als politiek commissaris toegevoegd aan de Franse strijdmacht. Zijn optreden tijdens deze Italiaanse campagne was doorspekt met schandalen. Zo zou hij zich schuldig hebben gemaakt aan plunderingen, vooral van schilderijen. De machtsovername van Napoleon in 1799 bood weer mogelijkheden voor de carrière van Fesch. In 1802 werd hij aartsbisschop van Lyon. In 1803 verhief Pius VII hem tot kardinaal-priester en werd hij de Franse gezant aan het pauselijk hof.

Een jaar later begeleidde Joseph Fesch de paus naar de kroning van Napoleon in Parijs. Op de avond van de kroningsdag voltrok Fesch tevens het huwelijk van Napoleon met Joséphine de Beauharnais. Fesch werd vervolgens nog grootaalmoezenier van het keizerrijk, graaf en senator. In 1806-1807 kwam Napoleon in aanvaring met de paus over een aantal politieke en religieuze kwesties. Fesch trachtte de twee tevergeefs met elkaar te verzoenen maar Napoleon betichtte de kardinaal van zwakte en o ndankbaarheid. In 1808-1809 werd de Kerkelijke Staat door Frankrijk geannexeerd.

Napoleon bood in dezelfde periode Fesch de aartsbisschopzetel van Parijs aan. Fesch bedankte echter voor de eer. Na de val van Napoleon keerde de kardinaal terug naar Rome en stierf er in 1839. Zijn fameuze schilderijenverzameling, die meer dan 20.000 doeken zou hebben geteld, is na zijn dood geleidelijk geveild.

Het drie verdiepingen tellende paleis heeft een behoorlijk elegante architectuur met gevelramen. Op de eerste verdieping bevindt zich een typisch uit die tijd overdekt balkon, één van de weinige nog overgebleven dergelijke balkons in Rome. In het atrium dat toegankelijk is vanaf de Via del Plebescito bevindt zich een gedenkplaat voor Maria Laetitia (Letizia) Ramolino.

Impressioniste Segreti
Van 6 oktober 2019 tot 8 maart 2020
Palazzo Bonaparte
Piazza Venezia 5, Rome
Boeking en informatie: +39 06 871 51 11

Tickets
Open tickets

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 17 september 2019. Bekijk het origineel.