Officieel naderen we de 2.767ste verjaardag van Rome. Op 21 april wordt dat zowel in Rome als binnen onze vereniging uitbundig gevierd. Net nu, bericht de krant The Guardian dat archeologen in Rome een muur hebben blootgelegd die aantoont dat de stad wel minstens honderd jaar ouder zou kunnen zijn. Echt nieuws is dat natuurlijk niet. Het officiële stichtingsjaar van Rome is louter symbolisch en er zijn al eerder vondsten gedaan die wijzen op een veel vroegere bewoning van de stad. Interessant is wel dat het hier zou gaan om het oudste stenen bouwwerk dat ooit in Rome werd gevonden. De ontdekking gebeurde vlakbij de Lapis Niger, een ondergronds complex op het Forum Romanum dat is afgedekt met een zwarte marmeren bekleding.
De muur van vulkanische steen vlakbij het heiligdom Lapis Niger zou gebouwd zijn om water te winnen van een aquifer (een watervoerende laag in de grond) onder de Capitolijnse heuvel. Volgens archeologe Patrizia Fortini, verantwoordelijke voor de opgravingen op het Forum Romanum, is er bewijs gevonden dat de infrastructuur honderd jaar ouder is dan de vermeende stichtingsdatum van de stad. Rond de muur ontdekten archeologen stukken keramiek en voedselresten. Dankzij dit aardewerk kon de bouw van de muur gesitueerd worden tussen de negende en het begin van de achtste eeuw vóór Christus.
Dat de traditionele stichtingsdatum van Rome een symbolisch verzinsel is, was al langer geweten. Er is hard bewijs dat er in de tiende eeuw v. Chr. al mensen woonden op de Palatijn. De nu ontdekte muur is echter het eerste fysieke bewijs dat er zo vroeg al aan de stenen opbouw van de stad Rome begonnen werd.
En hoe zit dat weer met dat verhaal van Romulus en Remus? De meeste mensen hebben het verhaal van de beroemde legendarische tweelingbroers vaag of soms wat beter in het geheugen zitten, maar toch krijgen we deze vraag regelmatig te horen. Hun afbeelding, samen met de al even legendarische wolvin, behoort tot de iconen van Rome. Het is een verhaal dat iedereen zou moeten kennen.
De ontstaansgeschiedenis van Rome als wereldstad is altijd nogal duister gebleven. Toen de stad machtig werd, ontstonden sagen omtrent de stichting en oorsprong van de stad en haar rijk. De officiële versie werd dat Aeneas, zoon van Aphrodite, uit Troje naar Latium kwam. Zijn zoon Ascanius stichtte Alba Longa. Ten slotte stichtten Romulus en Remus, tweelingzonen van Mars en Rhea Silvia, de dochter van de koning van Alba Longa, de stad Rome. Het officiële stichtingsjaar werd vastgesteld op 752 v. Chr.
Het is dus de mythologische Trojaanse held Aeneas (of Aineias in het Grieks) die reeds wordt vermeld door Homerus, maar vooral in de Romeinse wereld belangrijk werd als de indirecte stichter van Rome en stamvader van het Julische keizershuis waartoe Julius Caesar, keizer Augustus en diens opvolgers behoorden.
Homerus noemt Aeneas de zoon van de sterveling Anchises en de godin Aphrodite. Hij werd geboren op de berg Ida in Trojeland en wordt door Homerus getekend als de dapperste held der Trojanen na Hector. Met grote moed nam hij deel aan de gevechten voor Troje, waarbij zijn goddelijke moeder en Apollo hem beschermden en Poseidon hem redde uit de handen van Achilles. Hij en zijn nageslacht, zo werd hem verteld, zouden heersen over Troje.
De sage van Aeneas is in de post-homerische tijd naar het westen gekomen, wellicht overgebracht door de Etrusken of Etruriërs die zich in de achtste en de zevende eeuw v. Chr. in de streek tussen Arno en Tiber hadden gevestigd. Het verhaal kan ook overgedragen zijn door de Griekse kolonisten die zich op diverse plaatsen in Zuid-Italië en op Sicilië hadden genesteld en nauwe handelsrelaties onderhielden met de Etrusken.
Door deze transmigratie van de sage ontstonden nieuwe versies, namelijk dat Aeneas na de ondergang van Troje werd gered en na vele omzwervingen uiteindelijk aan de kusten van Latium belandde. Deze sagen uit de Latijnse literatuur zijn in verschillende variaties bekend, doch vóór alles uit het nationale epos van Rome: de Aeneïs van Vergilius.
Romulus en Remus waren volgens de Romeinse sage tweelingzoons van de god Mars en van Rhea Silvia en worden in het verhaal beschouwd als de directe stichters van Rome. Amulius, een broer van hun grootvader Numitor, liet de pas geboren tweeling in een mandje sluiten en in de Tiber werpen. De mand bleef echter in de modder steken aan de voet van de Palatijnse heuvel nabij een grot gewijd aan Faunus.
De kinderen werden op die manier gespaard van de verdrinkingsdood en bleven in leven doordat ze werden gezoogd door een wolvin in de schaduw van een vijgenboom. Daar werden ze gevonden door de herder Faustulus die de beide broers door zijn vrouw liet grootbrengen. Volwassen geworden, doodden Romulus en Remus de boze Amulius die hen dood had willen insturen en stichtten een nederzetting op de Palatijnse heuvel. Er ontstond echter een twist tussen de broers, waarop Romulus zijn broer doodde en zelf heerser werd over het jonge Rome.
Om de bevolking uit te breiden riep Romulus zijn gebied uit tot een plek waar vluchtelingen asiel konden verkrijgen en waar ballingen een nieuw leven konden opbouwen. Die strategie werkte behoorlijk, zij het dat er bijna uitsluitend mannen toestroomden. Het tekort aan vrouwen werd opgeheven door de Sabijnse maagdenroof, waarna de vestiging rond de Palatijn samensmolt met de Sabijnse nederzetting op de Quirinalis en Romulus met de Sabijnse koning Titus Tatius de regering deelde.
Na de dood van Titus Tatius was Romulus alleenheerser. Op het einde van zijn regering werd hij door de god Mars ten hemel gevoerd en genoot hij, vereenzelvigd met de Sabijnse god Quirinus, goddelijke eer. Sommige oude teksten vermelden dat Romulus op het Forum werd begraven (Livius, Ab urbe condita, I, 4; Vergilius, Aeneïs, I, 275; VI, 778, 781; VIII, 342; Ovidius, Metamorphoses, XIV, 772 vv.).
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 18 april 2014. Bekijk het origineel.

