Waarom hebben sommige mensen wél een natuurlijke afweer tegen het HIV-virus en anderen niet? We weten ondertussen dat dit te maken heeft met één bepaald gen, het CCR5-delta32 gen . Dat gen beschermt tegen HIV, aids dus. Maar waarom hebben sommigen dat gen wel en anderen niet? Franse onderzoekers beweren dat dit de schuld is van de Romeinen. Dat schrijft het blad New Scientist.
In landen die vroeger tot het Romeinse rijk behoorden – Spanje, Italie, Griekenland – komt het gen dat bescherming biedt tegen HIV het minst voor, bij pakweg 5 tot 6 procent van de mensen. In gebieden die ooit grensden aan het Romeinse rijk (Duitsland en een deel van Engeland) bedraagt dat percentage 8 tot 11 procent en in landen die nooit werden onderworpen aan Rome is dat percentage nog groter. De geografische spreiding van het gen overlapt dus precies met de landkaart van het Romeinse rijk.
Dat heeft niets te maken met het feit dat de Romeinen hun genen verspreidden binnen de veroverde landen, door gemengde huwelijken of relaties. Want we weten al dat de Romeinen daar in principe niet aan deden. Nee, waarschijnlijk hebben de Romeinen tijdens hun veroveringstochten een ziekte meegebracht, een ziekte waaraan vooral de mensen stierven die beschikten over het specifieke gen dat beschermt tegen HIV.44. Dat zou meteen verklaren waarom een ziekte als de pest veel later – na het instorten van het Romeinse Rijk – zo kon huishouden in delen van Europa. Mensen met het anti-HIV gen waren waarschijnlijk ook beter tegen de pest bestand geweest, denken de onderzoekers.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 september 2008. Bekijk het origineel.

