Nieuwe verlichting voor Trevifontein

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Goed nieuws voor alle liefhebbers van de Trevifontein: nadat het monument van juni 2014 tot november 2015 in de steigers stond voor een grondige restauratie, is nu ook een nieuw verlichtingssysteem geïnstalleerd. Dat was dringend nodig, want de oude verlichting was versleten en durfde al eens haperen. Er werd gekozen voor ledverlichting waardoor meteen ook de energiekosten met 70% dalen.

Daarmee is de Trevifontein, één van de drukst bezochte en meest gefotografeerde monumenten in Rome, ook ‘s avonds en nachts opnieuw in volle glorie te bewonderen. Alleen de lelijke souvenirkraampjes staan nog in de weg, maar daar wil het stadsbestuur in de toekomst iets aan doen. De volledige kostprijs van de restauratie vier jaar geleden, zowat 2,18 miljoen euro, werd betaald door het modehuis Fendi.

Op de plaats waar nu de Trevi-fontein staat lag de tussenstop van de Aqua Virgo, een antieke waterleiding van 21,2 km lang, die in 19 v. Chr. werd aangelegd door Agrippa. Het is daarmee het kortste van de dertien aquaducten die het oude Rome zal kennen. Het aquaduct eindigde bij het badcomplex dat Agrippa achter het Pantheon bouwde, het eerste in Rome. Het debiet bedroeg toen 100.160 m³ per dag.

Soldaten van Marcus Vipsanius Agrippa (63 v. Chr. – 12 v. Chr.), generaal en de schoonzoon van keizer Augustus, hadden de opdracht gekregen op zoek te gaan naar water. Volgens de legende ontmoetten enkele soldaten in de bergen een meisje dat hen een bijzonder zuivere bron wees zodat ze hun dorst konden lessen. De bron werd daarom de ‘Aqua Virgo’ (ook aqua virginis) genoemd, later omgevormd tot het Italiaanse ‘Acqua Vergine’ of maagdenwater. Het is een mooi verhaal.

Op het rechter bas-reliëf van de Trevifontein is te zien hoe de maagd de soldaten de weg wijst naar de bron. Aan de linkerzijde legt Agrippa aan Augustus zijn plan uit om water naar de stad te brengen. Een andere uitleg is dat de naam afkomstig is van het woordje virga, de wichelroede waarmee vroeger nogal eens naar ondergrondse bronnen werd gezocht.

Na de val van het oude Rome raakten de aquaducten buiten gebruik. De Aqua Virgo werd in 1453 hersteld door paus Nicolaas V die er ook een bescheiden fontein liet oprichten. Daardoor komt het Trevi-water ook vandaag nog onbezoedeld tot in de stad. Het water van de Trevifontein werd eeuwenlang meegenomen op reis tegen ziekte. Het stond bekend om zijn helende kracht. Het zou het bovendien het lekkerste water uit de stad zijn.

Naar verluidt weigerde Michelangelo ander water te drinken dan uit deze bron. Toen Michelangelo op 87-jarige leeftijd stierf vond men in zijn kelder vijf vaten Treviwater. Tot ver in de negentiende eeuw lieten de pausen vaatjes water uit de Trevi naar het Vaticaan brengen. De huidige Trevifontein werd gebouwd in de periode 1732-1751 met geld dat paus Urbanus VIII had bijeengebracht met een extra belasting op wijn.

Deze fontein is zo groots en gevarieerd dat men haar eigenlijk nooit te vaak kan bekijken. Ogen en oren worden tegelijkertijd geboeid en met dat eeuwig veranderlijke spel van licht en schaduw op het water wordt men iedere keer weer een beetje afgeleid, zodat er altijd iets overblijft voor een volgende keer en een volgende keer, tot in het oneindige’, dat lezen we bij de Romeinse schrijver-journalist Antonio Baldini (1889-1962).

De Italiaanse componist Ottorino Respighi (1879-1936) wijdde een deel van zijn ‘Fontane di Roma’ uit 1916 aan ‘la fontana di Trevi al meriggio’, een evocatie van de triomftocht van Neptunus onder de middagzon.

Het is onzeker waar de naam Trevi vandaan komt. Volgens sommigen is het woord afgeleid van het Latijnse “trivium” dat driesprong betekent, verwijzend naar de drie straten (tre vie) die toen op het plein samenkwamen (nu zijn er zes).

Vandaag loopt het water nog steeds onder de Pincio naar het centrum van de stad om er verschillende fonteinen te voeden waaronder deze op Piazza della Rotonda voor het Pantheon, de Barcacciafontein onderaan de Spaanse Trappen, de drie fonteinen op Piazza Navona, de twee fonteinen op Piazza Farnese… Kortom, het water dat we hier zien vloeien loopt vandaag naar niet minder dan vijftien grote en veertig kleinere fonteinen in de binnenstad.

Hoe belangrijk de waterbedeling ook nog tijdens de 19e eeuw was beschrijft Amerikaanse diplomaat en schrijver Nathaniel Hawthorne (1804-1863) in 1858:

‘In the daytime there is hardly a livelier scene in Rome than the neighbourhood of the fountain of Trevi; for the piazza is then filled with stalls of vegetables and fruit dealers, chestnut-roasters, cigar-vendors, and other people whose petty and wandering traffic is transacted in the open air. It is likewise thronged with idlers, lounging over the iron railing, and with ‘forestieri’ (tourists) who come hither to see the famous fountain. Here, also, are men with buckets, urchins with cans, and maidens (a picture as old as patriarchal times) bearing their pitchers upon their heads. For the water of Trevi is in request, far and wide, as the most refreshing draught for feverish lips, the pleasantest to mingle with wine, and the wholesomest to drink, in its native purity that can anywhere be found’.

De bouw van de Trevifontein zoals we die vandaag kennen heeft een lange geschiedenis. Omdat het antieke aquaduct vrij kort was en omdat het grotendeels ondergronds liep, was het voor Nicolaas V vrij gemakkelijk te herstellen, al waren sommige delen ingestort of door kalkafzetting geblokkeerd geraakt. De werken werden geleid door de schilder, dichter, taalkundige, filosoof, cryptograaf, musicus en architect Leon Battista Alberti (1404-1472), één van de belangrijkste figuren van de Italiaanse renaissance.

Op zijn aandringen gaf de paus opdracht het aquaduct in de buurt van de Porta Pinciana een andere loop te geven met als eindpunt de huidige plaats van de Trevi-fontein waar een waterreservoir werd gebouwd. Het was een eenvoudig rechthoekig bekken waarin vanuit drie tuiten het water stroomde. Tijdens de zestiende eeuw werden enkele wijzigingen aangebracht zonder dat de vorm van de fontein veranderd werd.

Het is dan wachten tot paus Urbanus VIII Barberini (1623-1644) het initiatief neemt voor een monumentaal project. Gian Lorenzo Bernini krijgt als pauselijk architect de opdracht om het eenvoudige bekken te vervangen door een kunstige fontein, en wel op kosten van de Romeinse bevolking via een accijns op wijn. Het sprekende beeld Pasquino schreef: ‘Na duizend belastingen op wijn, verfrist Urbanus de Romeinen nu met gewoon water’. En ook: ‘Nadat hij accijnzen op de wijnen beval, dronken ze er alleen nog op het Quirinaal’.

De bouw van de nieuwe fontein was niet eenvoudig. Om te beginnen moesten enkele huizen worden afgebroken om het plein groter te maken. Daarna werd een tweedelig halfrond bassin gebouwd op twee verschillende niveaus. Bij het overlijden van de paus in 1644 werden de werken echter stilgelegd omdat zijn opvolger Innocentius X Pamphili (1644-1655) zich enkel interesseerde voor de Piazza Navona. Paus Alexander VII Chigi (1655–1667) liet wel nieuwe plannen uitwerken, maar deze zouden nooit worden uitgevoerd.

Bijna een eeuw later, in 1730, schrijft Clemens XII Corsini (1730-1740) een wedstrijd uit voor een nieuw ontwerp voor de fontein, maar de ingediende plannen voldoen andermaal niet aan de wensen van de paus zodat in 1732 opnieuw een ontwerpwedstrijd wordt uitgeschreven. Ditmaal is er een winnaar, Nicola Salvi (1697-1751).

De fontein die hij voorstelde zou immens groot worden, even breed als de gevel van het achterliggende paleis, de fontein moest zelf een majestueus paleis worden, de ‘residentie’ van Neptunus die centraal op een ‘zeewagen’ zou tronen voortgetrokken door zeepaarden en tritons. Salvi wilde een overdonderend effect. De kern van zijn ontwerp werd gevormd worden door een enorme door het water overspoelde rotsmassa en dat effect zou nog versterkt worden doordat de toeschouwers aangetrokken door het watergedruis, komend uit de nauwe omliggende straatjes en steegjes plots op een alles overheersende fontein zouden stoten.

Het werk vorderde niet zonder kritiek en protesten, met name van de kant van de eigenaars van het achterliggende Palazzo Poli. In 1742, onder Benedictus XIV Lambertini (1740-1758) en tien jaar na het begin van de werken, werd het marmer dat het grote bekken vormt van de fontein aangebracht.

Ook de decoraties in travertijn van de bovenverdieping waren reeds voltooid, namelijk de top met het wapen van Clemens XII Corsini geflankeerd door de allegorische figuren van de ‘Faam’ en eronder de vier personificaties van al het goede dat het water brengt, zoals de ‘Overvloedigheid van de vruchten’, de ‘Vruchtbaarheid van de velden’, de ‘Overvloed van de herfst’ en de ‘Bekoorlijkheid van de weiden’. De twee paarden, rechts ‘rustig’ en links ‘woest’, symboliseren de kalme en onrustige zeeën.

Al waren de werken verre van beëindigd en ook al bevonden sommige delen zich nog in het voorontwerp-stadium (gipsen in plaats van marmeren beelden, basreliëfs in hout, …), toch werd de fontein tijdens de zomer van 1744 door de ongeduldige Benedictus XIV ingewijd. Volgens een verslag uit die tijd was ze ‘rijkelijk gevuld met haar kostbare en zo overvloedige water’.

Afgezien van de enorme belangstelling die zijn werk ook vandaag nog te beurt valt, heeft Nicola Salvi er zelf weinig plezier aan beleefd. Tijdens zijn leven, maar ook na zijn dood in 1751, kreeg hij vooral kritiek en jaloezie te verduren, en weinig of geen erkenning als architect. Al kende hij tijdens zijn leven enige roem, na zijn dood raakte hij volledig in de vergetelheid want eigenlijk is er nooit veel waardering geweest voor de Trevifontein als kunstwerk.

Na zijn dood wordt Salvi opgevolgd door Giuseppe Panini (niet te verwarren met de kunstschilder en architect Giovanni Paolo Pannini – 1691-1765 of nog minder met de uitvinder van de bekende voetbalplaatjes!) die de oorspronkelijke plannen wijzigt. Volgens het ontwerp van Salvi zou het water met veel geweld naar beneden moeten storten, maar Panini daarentegen laat drie halfronde en trapsgewijze bassins aanbrengen waardoor het watervaleffect sterk verminderd wordt.

Voor de nissen onder de basreliëfs waarin de ontmoeting wordt uitgebeeld tussen het meisje en de soldaten (rechts) en Agrippa die het aquaduct laat bouwen (links), had Salvi de figuren van de ‘Maagd van Trevi’ en van Marcus Agrippa voorzien. Panini gaf de voorkeur aan allegorische afbeeldingen, rechts de ‘Zuiverheid van de Lucht’ en links de ‘Overvloedigheid’.

Pas in 1762, dus na dertig jaar, kunnen de werken aan de Trevi als beëindigd beschouwd worden. De fontein is 26 m hoog en ongeveer 22 m breed.Het laatste deel van de puzzel was het gigantische centrale beeld van Oceanus of Neptunus dat gemaakt werd door Pietro Bracci (1700-1773), de belangrijkste Romeinse beeldhouwer van zijn tijd en een vooraanstaand lid van de Accademia di San Luca.

Bracci verklaarde zelf dat zijn Oceanus het grootste beeldhouwwerk ooit was en dat het op volmaakte wijze uitdrukking gaf aan Salvi’s idee van de ‘ongebreidelde macht die altijd aanwezig is in ieder deeltje van de Schepping, zelfs het kleinste’. Van Bracci zien we in Rome onder meer werk in Palazzo Venezia, in het noordelijke transept van de Santa Maria sopra Minerva en ook in de Sant’ Ignazio (de twee engelen bij het graf van Jan Berchmans).

De Fontana di Trevi werd vooral beroemd dank zij Fellini’s klassieker ‘La Dolce Vita’ uit 1960. De film is een flamboyante kroniek over de ondraaglijke lichtheid van het bestaan, met de dan 36-jarige Marcello Mastroianni als een mondaine jetset-journalist. In de meest memorabele scène neemt de blonde vamp Anita Ekberg hartstochtelijk en provocerend een nachtelijke duik in de fontein. De scène duurt slechts 96 seconden, maar zou vandaag goed zijn voor een astronomische boete.

De Trevifontein is uiteraard ook bekend voor het muntjes gooien. Weinigen beseffen dat hiermee een ritueel wordt herhaald uit de prille oudheid toen nimfen op soortgelijke wijze hun gaven kregen toegeworpen. Wat de Trevifontein betreft schrijft een gepast ritueel voor. Eerst moet men met de linkerhand het water drinken of minstens de lippen bevochtigen.

Beneden uiterst rechts vind je een fonteintje met drinkbaar water. Vervolgens dient men met de rug naar het grote waterbekken over de linkerschouder met de rechterhand muntjes te gooien. Het eerste muntje verzekert een terugkeer naar Rome, een tweede muntje de liefde van een Romein(se) en het derde een Romeins huwelijk. Merk op dat iedereen slechts één muntje in het water kiepert…! De opbrengst van de Trevimuntjes is jaarlijks goed voor ongeveer 1,5 miljoen euro. Het geld gaat naar goede doelen.

Bij zijn tweede bezoek aan Rome in 1877 schrijft de Nederlandse dichter, priester, theoloog en politicus Herman Schaepman (1844-1903): ‘daar murmelde en klaterde, ruischte en bruiste ’t ons weer te gemoet, ’t was de fontana di Trevi, herinnert gij u nog hoe wij op den vooravond van ons vertrek uit de holle hand het water dronken, de sproke is waarheid, wij zijn weer in Rome!’.

Toen zijn krachten verminderden reisde Schaepman 25 jaar later terug naar Rome om er op 21 januari 1903 te sterven, hij werd begraven op het Campo Santo Teutonico, net naast de Sint Pietersbasiliek. De tekst van Schaepman is merkwaardig want het muntjes gooien zou pas omstreeks 1870 begonnen zijn, het werd een rage vanaf 1954 dankzij de film ‘Three coins in the fountain’.

In Palazzo Poli dat de rug vormt van de Trevifontein, bevindt zich sinds 1978 de in 1738 door paus Clemens XII opgerichte Calcografia Nazionale. Het prentenkabinet bezit een verzameling van meer dan 23.000 originele koperen platen, de grootste verzameling etsplaten ter wereld. De toegang tot het museum ligt in de straat links van de Trevifontein.

We eindigen met een ander leuk verhaal. Ga even naar de rechterzijkant van de fontein. Bijna op het einde van de balustrade je een zeer dikke vaas in travertijn, de Romeinen noemen haar de ‘asso di coppe’, de kampioen der vazen. Die staat daar omdat tijdens de bouw van de fontein, ter hoogte van die vaas een kapper zijn winkel had.

Die kapper gaf elke dag onaangename en kwetsende commentaar over de werkzaamheden, hij vond de fontein maar niets en vond het nodig dit met veel adjectieven aan iedereen die het maar horen wilde te vertellen. Nicola Salvi werd dat zo beu dat hij ter hoogte van de kapperszaak deze dikke siervaasl liet neerzetten, met de opmerking: ‘zo kan die zageman mijn fontein niet meer zien en heeft hij er ook geen last meer van’.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 14 oktober 2019. Bekijk het origineel.