Archeologen hebben een tot dusver onbekend netwerk van christelijke catacomben uit de Romeinse tijd gevonden. Daarin zouden meer dan duizend lichamen liggen uit de tweede eeuw na Christus, wat uitzonderlijk vroeg is. Omdat er zoveel lichamen in korte tijd begraven zijn – naar verluidt met rijke en mooie kleding aan – vermoeden de archeologen dat de christenen zijn omgekomen bij een ramp of een epidemie. De catacomben zijn ontdekt tijdens restauratiewerkzaamheden van de catacombe van de heilige Petrus Marcellinus. Het gaat om een reeks grote, met elkaar verbonden kamers vol skeletten. De vondst zal pas in juni officieel worden gepresenteerd.
Het netwerk strekt zich kilometers uit en bevat een complex netwerk van ondergrondse begraafplaatsen. De opgravingen vinden plaats onder toezicht van de Pauselijke Commissie voor Archeologie. Nu al is echter duidelijk dat dit het eerste bekende voorbeeld is van een massabegraafplaats. Mogelijk kwamen ze op dezelfde plaats om bij een ramp of een epidemie. Duidelijk is dat ze niet door geweld om het leven kwamen. Uitzonderlijk is echter dat ze daarna niet verbrand werden, zoals dat in die tijd gebruikelijk was. Ze werden zorgvuldig en met waardigheid begraven, in elegante toga’s en kleding, maar de vraag blijft waarom zoveel tegelijkertijd? De ontdekking werd gedaan aan de catacomben van de Heilige Petrus Marcellinus, aan de oude ‘Via Labicana’ in het zuidoosten van Rome. De resultaten van de opgravingen worden in de loop van de maand juni voorgesteld door de Pauselijke Commissie voor Archeologie en wetenschappers van de Universiteit van Bordeaux, die bij de opgravingen betrokken waren
Met catacomben worden in eerste instantie de onderaardse begraafplaatsen van de eerste christenen in Rome aangeduid. In navolging hiervan zijn ook andere onderaardse begraafplaatsen wereldwijd de naam van catacomben gaan dragen. In de nabijheid van de belangrijkste Romeinse weg, de Via Appia, bevond zich een laag gelegen terrein, dat werd aangeduid als catacumbas. Dit woord was afgeleid van het Griekse kata kumbas, wat bij de terreinglooiing betekent. Die naam ging over op een christelijke begraafplaats, die was ingericht in een steengroeve onder de nabijgelegen kerk van Sint-Sebastianus.
De benaming “catacombe” ging vervolgens ook over op andere onderaardse begraafplaatsen in Rome, maar daarna dus ook ver daarbuiten. De eerste catacomben ontstonden in de tijd van de christenvervolgingen in Rome en werden gebruikt als begraafplaats en liturgische ruimten. Na die vervolgingen raakten de catacomben in de vergetelheid. Christenen begroeven hun doden nu elders, in of bij kerken in Rome zelf. In de zestiende eeuw werden zij voor het eerst wetenschappelijk onderzocht, onder meer door de oudheidkundige Antonio Bosio (1575-1629). Vanaf de negentiende eeuw zijn de catacomben in Rome onderwerp van een meer systematischer en wetenschappelijker onderzoek. Overigens treft men in Rome ook joodse catacomben aan, die meestal ouder zijn dan de christelijke begraafplaatsen.
Catacomben bestaan uit ingewikkelde stelsels van gangen en vormen ware labyrinten. In de wanden zijn gaten uitgehakt, waarin de doden werden bijgezet. Deze eenvoudige grafnissen worden loculi genoemd en werden afgesloten met een plaat van terracotta of van marmer. Rijkere christelijke families hadden eigen grafkamers met rijkelijk versierde wanden. Zij hadden ook grotere graven, in de vorm van een boog. Een dergelijk booggraf werd een arcosolium genoemd. Grafkamers en arcosolia werden versierd met muurschilderingen, waarin zowel hellenistische als vroeg-christelijke motieven te vinden zijn.
Vaak terugkerend zijn taferelen als een herder met zijn schapen, zowel refererend aan het verhaal van de Goede Herder als aan een pastoraal thema, dat ook in de Romeinse kunst te vinden is. Ook bijbelse thema zijn er te vinden, zoals de drie jongelingen in de vuuroven, Daniel in de leeuwenkuil, Jona en het zeemonster of de arme Job op de mestvaalt. Ook vindt men symbolen terug als het anker (de hoop), het kruis (het geloof) of de duif (de vrede). De vis verwijst naar het Griekse ichthus, waarin ook de letters van Christus te vinden zijn. Ook vindt men er fresco’s van de Maagd Maria met haar Kind.
In Rome zijn slechts enkele van de vele catacomben voor het publiek opengesteld, die van San Callisto, San Sebastiano, San Domitilla, San Agnese en San Priscilla. Vanaf de tweede eeuw ontstonden er ook catacomben in Napels, Sicilië, Malta en Noord-Afrika, onder andere in Cyrene. In later eeuwen werden ook andere onderaardse kerkhoven en ossuaria als catacomben aangeduid, zoals die te Parijs. In het Nederlandse Valkenburg werd omstreeks 1908 een waarheidsgetrouwe replica van de belangrijkste delen van de catacomben van Rome gerealiseerd. Deze zijn nog steeds te bezichtigen.
www.catacombe.roma.it
web.tiscali.it/no-redirect-tiscali/catacombe_priscilla/
www.catacombe.domitilla.it
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 7 mei 2006 op het Romenieuws-archief.

