Maffiahotel in Rome in beslag genomen

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

De Direzione Investigativa Antimafia (DIA) van Rome en Reggio Calabria hebben samen met de Polizia di Stato voor zowat 150 miljoen euro activa in beslag genomen. Daaronder het bekende Grand Hotel Gianicolo, gelegen aan de Viale delle Mura Gianicolensi in Rome. Het luxueuze hotel met 48 kamers bevindt zich op één van de hoogte toppen van Rome, heeft een adembenemend uitzicht op de omgeving is erg geliefd bij hoge bezoekers van het Vaticaan en bij toeristen die de drukte van de stad willen ontvluchten maar er toch vlakbij willen verblijven. Er is parkeergelegenheid en gasten beschikken over een tuin met zwembad.

De actie was gericht tegen Giuseppe Mattiani en zijn zoon Pasquale. Beiden worden ervan verdacht te behoren tot de ‘Ndrangheta. De actie toont nog maar eens aan hoe de maffia systematisch investeert in vastgoed, in Rome en elders, waarbij het steevast gaat om luxueuze panden op bijzondere locaties. De bedoeling daarvan is duidelijk: de maffiosi zitten haast letterlijk op bergen cash. Geld dat werd verdiend met afpersing, drugshandel, prostitutie, smokkel en andere onfrisse praktijken. Dat zwarte geld moet op een of andere manier worden witgewassen vooraleer het terug in het financiële systeem kan worden gepompt.

De actie in Rome werd geleid door kolonel Renato Chicoli (DIA Rome) en kolonel Gianfranco Ardizzone (DIA Reggio Calabria) en de politie. De inbeslagname is het resultaat van twee convergerende en complexe onderzoeken geleid en gecoördineerd door de anti-maffia aanklager in Reggio Calabria. Tijdens de actie werden ook 53 woningen in beslag genomen, ondermeer in Rome, in Bologna en in Palmi. Er werd tevens beslag gelegd op een aantal landbouwgronden, bouwkavels, auto’s en een aantal bankrekeningen. De Mattiani’s bleken te beschikken over een fameuze vastgoedportefeuille die voornamelijk uit hotel- en horecafaciliteiten bestaat.

Het Grand Hotel Gianicolo was oorspronkelijk een klooster maar werd later omgebouwd tot een luxehotel. De maffia zou het hotel reeds sinds de jaren negentig onder controle hebben genomen, dit om mee te profiteren van de komst van de honderdduizenden pelgrims die werden verwacht in het jubeljaar 2000. Ook vandaag draait het hotel nog goed. Achter het pand schuilt een venootschap die in de gemeente Palmi (Reggio Calabria) ook het hotel Arcobaleno bezit.

Met dat hotel, destijds een bescheiden motel, is het blijkbaar allemaal begonnen. Het kleine logementshuis werd plots voor miljarden lires gekocht. De zonen van Mattiani’s verdeelden het pand via een aantal aandelen van 250 miljoen lire elk. Dat geld werd gebruikt als borg om in Rome onroerende goederen aan te kopen. Hun oog viel ondermeer op een klooster, gelegen op één van de mooiste plekken in de hoofdstad. Het vervolg is gekend.

Beide Mattiani’s vielen door de mand omdat de details van hun investering niet duidelijk in de boeken werden vermeld. De opbrengsten van het hotel en de aangegeven inkomsten stroken bovendien niet met elkaar. Voor de maffia maakt het niet uit of de helft van een hotel leeg staat. Men geeft eenvoudig netjes de inkomsten aan – alle dagen helemaal volgeboekt natuurlijk – waarna men braaf de belastingen betaalt. De zogenaamde winst die overblijft is wit geld en kan worden gebruikt voor andere investeringen of om de eigen bankrekening op een legale manier te spekken.

Het kostte de onderzoekers maanden a an observaties en telefoontaps om na te gaan hoeveel en op welke manieren er werd gesjoemeld. Vader Giuseppe Mattiani was in 1979 al eens gearresteerd voor zware fraude in de regio Calabrië. Maar hij ging vrijuit nadat bevriende clanleden ervoor zorgden dat hij bij de eerstvolgende verkiezingen voldoende stemmen haalde om vice-burgemeester te worden van Palmi. De inspecteur die het onderzoek leidde werd weggepromoveerd en de zaak werd geklasseerd.

De Direzione Investigativa Antimafia, beter bekend als de DIA, is een onderzoekseenheid van de afdeling Openbare Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Het departement is samengesteld uit diverse politiediensten en civiel personeel van Binnenlandse Zaken. De DIA werd opgericht in 1991 als gevolg van de intensivering van de strijd tegen de maffia die in die dagen werd gevoerd door Giovanni Falcone en Paolo Borsellino.

Beiden bekochten hun inzet een jaar later met de dood. De wagen van Falcone, waarin zich ook zijn vrouw en lijfwachten bevonden, werd opgeblazen door de Cosa Nostra. Twee maanden later ontplofte ook de auto van Borsellino toen hij wilde starten. De brutale moorden wekten veel verontwaardiging in Italië en vormden op hun beurt de latere start van ‘Operatie schone handen’ (Mani Pulite) van onderzoeksrechter Antonio di Pietro.

Di Pietro en zijn team begonnen aan de vervolging van vooraanstaande nationale politici, waaronder voormalig premier Bettino Craxi en Silvio Berlusconi die toen zelf premier was. Berlusconi kreeg een schriftelijke nota toegespeeld waarin stond dat hij er een officieel onderzoek naar zijn praktijken was gestart. Op dat moment was hij voorzitter van een congres dat handelde over een betere internationale politiesamenwerking. Mani Pulite zorgde ervoor dat een aantal partijen, waaronder de Democrazia Cristiana en de Socialistische Partij van Italië, werden opgeheven en dat het politieke landschap van Italië drastisch veranderde. Antonio Di Pietro (foto hieronder) groeide uit tot de meest populaire magistraat.

Antonio Di Pietro kwam later zelf in de politiek terecht en stichtte zelfs zijn eigen partij, Italia dei Valori. Hij werd in 2006 minister van infrastructuur in het centrum-linkse kabinet van Romano Prodi. Tijdens de parlementsverkiezingen van 13 en 14 april 2008 sloot Italia dei Valori een coalitie met de centrumlinkse partij Partito Democratico van de oud-burgemeester van Rome, Walter Veltroni.

De coalitie verloor de verkiezingen, maar de aanhang van Di Pietro bleek in twee jaar tijd verdubbeld. Italia dei Valori kreeg 4,3% van de stemmen voor de Senaat (goed voor 14 zetels) en 4,4% van de stemmen voor de Kamer van Afgevaardigden (goed voor 29 zetels). Di Pietro had tijdens de verkiezingscampagne in tegenstelling tot Veltroni, die zijn tegenstander Berlusconi expres nooit bij name noemde, een felle campagne gevoerd tegen de mediamacht van Berlusconi.

Wie aan het begin van jaren ’90 een document ontving waarin een persoon op de hoogte werd gesteld van een onderzoek (een zogeheten Avviso di garanzia), was in Italiaanse ogen reeds schuldig. Natuurlijk geldt ook in Italië “onschuldig tot het tegendeel is bewezen”, maar de meeste politici die een Avviso di garanzia ontvingen bleken nadien inderdaad corrupt en werden uiteindelijk veroordeeld.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 25 november 2013. Bekijk het origineel.