Archeologen van de universiteit van Michigan hebben zo'n 18 km ten oosten van Rome een 1700 jaar oude loden doodskist gevonden. Onderzoekers gaan er van uit dat in de kist de overblijfselen van een belangrijke gladiator, een bisschop of een andere hoogstaande figuur te vinden zijn. De kist, 360 kilo zwaar, werd een tijd geleden ontdekt bij de oude stad Gabii. De vondst is volgens de onderzoekers opmerkelijk omdat de Romeinen hun doden destijds doorgaans cremeerden en als ze werden begraven, gebeurde dat in houten kisten. Er zijn tot nog toe slechts enkele loden grafkisten gevonden die bovendien veel minder lood bevatten. Precies omwille van het gebruikte dure materiaal denken de archeologen dat de overledene vermoedelijk van hoge komaf was. Los van deze ontdekking blijkt dat lood uit de oudheid ook vandaag nog zeer gegeerd is en nog wel door nucleaire wetenschappers. In eigen land kan je in het Gallo-Romeins museum in Tongeren een prachtige loden staaf uit de tijd van keizer Tiberius bewonderen.
Archeologen zijn al sinds vorige zomer bezig met opgravingen in de oude Latijnse stad Gabii, vóór de opkomst van het Romeinse Rijk een belangrijke stad. Deze werd volgens de overlevering door Tarquinius Superbus op verraderlijke wijze veroverd. Later sloot Rome met Gabii een verbond, waarbij de burgers onder de cives Romani werden opgenomen, maar Gabii zijn eigen bestuur behield. In Cicero’s tijd was het stadje reeds geheel vervallen. De steengroeven van Gabii leverden de bouwstof tufsteen (bij de Romeinen soms tophus, tegenwoordig peperino geheten), tot de herbouw van Rome na de grote brand onder keizer Nero.
Wetenschappers hopen dat de actuele opgravingen meer licht werpen op de pre-Romeinse en vroeg-Romeinse beschaving. Het onderzoek verloopt nogal moeizaam omdat de Romeinen in hun hoofdstad de gewoonte hadden de beschavingen op elkaar te bouwen, waardoor de oudere beschaving vandaag niet kan worden onderzocht zonder de nieuwere te beschadigen. De sarcofaag werd overgebracht naar de American Academy in Rome. Daar wordt met warmtetechnieken en kleine camera's uitgezocht wat er in de loden kist zit. Als deze technieken niets opleveren zal de kist onderzocht worden met behulp van een MRI-scan, een techniek waarmee eerder al mummies zijn bestudeerd. Dat onderzoek is echter erg duur. Als de kist een lichaam bevat, en dat is vrijwel zeker, is het omwille van het gebruikte materiaal waarschijnlijk goed geconserveerd. Ook daarvan kan veel worden geleerd over de vroege Romeinse periode.
Een baar lood woog bij de Romeinen in de oudheid 33 kilogram, met een afmeting van 46 centimeter lang en 9 centimeter dik. Zwaardere ladingen mochten slaven niet dragen. Recent stond er over Romeins lood nog een leuk verhaal in de kranten. Loden staven uit de oudheid zijn tegenwoordig blijkbaar zeer gegeerd door kernfysici, die het materiaal goed kunnen gebruiken voor experimenten. Ze willen nu met lood uit de oudheid een speciaal schild rond een nieuwe deeltjesdetector bouwen.
Ongeveer twintig jaar geleden sponsorde het Italiaanse instituut voor kernfysica archeologen die voor de kust van Sardinië een 36 meter lang Romeins schip hadden ontdekt en de lading daarvan boven water wilden halen. Het schip moet tussen 80 v. Chr. en 50 v. Chr, onderweg geweest zijn van Spanje naar Rome. Aan boord bevond zich een grote lading loden staven, in totaal ongeveer duizend stuks. Lood was bij de Romeinen een bijproduct van de zilverwinning, maar werd ook om zichzelf gewaardeerd. De Romeinen gebruikten het onder meer voor aquaducten, gewichten en munten. Op elk blok staat een stempel van de Romeinse familiebedrijven in Spanje die het fabriceerden. De archeologen hoeven niet bang te zijn dat er wetenschappelijke gegevens verdwijnen. De buitenste laag van de loodstaven, met daarin inscripties, blijft bewaard voor nader onderzoek. De fysici zullen alle inscripties van de blokken halen en terug bezorgen aan de onderzoekers.
Destijds kreeg het instituut al 150 staven, recent zijn er nog eens 120 overgedragen aan het Gran Sasso Laboratorium, ditmaal voor deeltjesonderzoek. Het grote voordeel van lood dat 2000 jaar op de zeebodem heeft gerust, is dat het zijn natuurlijke radioactiviteit vrijwel verloren heeft. Die radioactiviteit komt voort uit het verval van het instabiele isotoop lood-210, zelf weer een vervalproduct van radon-222. In pas gedolven lood zitten steevast hoge concentraties lood-210, maar wegens de halfwaardetijd van 22 jaar is het uit de oude staven grotendeels verdwenen. Het stralingsarme lood vormt een perfect materiaal om de detector, die zich 1.400 meter diep onder het gesteente van de Apennijnen bevindt.
Daar worden de staven omgesmolten tot een drie centimeter dikke loden afscherming van het Cuore-experiment (Cryogenic Underground Observatory for Rare Events). Bij dat experiment willen de fysici een zeldzaam soort verval ('neutrinoloos dubbel bètaverval') opsporen. Het zeldzame proces kan inzicht geven in neutrino's, de meest ongrijpbare van alle bouwsteentjes van de natuur. Maar om het zichtbaar te maken, moet de ruis van storende achtergrondsignalen minimaal zijn. De dikke laag gesteente in het gebergte absorbeert al heel veel storende deeltjes uit de atmosfeer en de kosmos. Het zware lood moet de rest wegnemen zonder zelf, door radioactief verval, nieuwe storingen te veroorzaken.
Daarnaast zullen de natuurkundigen nauwkeurige metingen uitvoeren aan het lood en eventuele andere metalen die de archeologen hebben opgedoken, zoals brons. Volgens de leider van het experiment, Ettore Fiorini, hebben fysici vaker antiek lood verwerkt. Eerder haalden zij het ook al van kerkdaken. In ruil voor de staven financierden ze voor 155.000 euro mee de berging van de Romeinse scheepslading.
Het nieuwe Gallo-Romeins Museum in Tongeren beschikt over een schitterend bewaard exemplaar van zo'n loodstaaf (foto onder). Deze staaf verwijst naar keizer Tiberius en is afkomstig uit de tijd dat Romeins Tongeren nog in volle opbouw was. Een dergelijk stuk met Tiberius-inscriptie is nooit eerder gevonden. De Tiberius-staaf werd in februari 2008 ontdekt tijdens de aanleg van de ondergrondse parking aan het Tongerse stadsarchief. De historische waarde ervan voor Tongeren is niet te schatten.
Deze loden baar weegt 18 kg en is 53 cm lang. In een rechthoekige kader in het bovenvlak staat duidelijk te lezen: IM(peratoris) TI(berii) CAESARIS AVG(vsti) GERM(anicvm) TEC(-). Wat zoveel betekent als ‘eigendom van keizer Tiberius Caesar Augustus, lood van Germanië’. De term TEC verwijst meer dan waarschijnlijk naar de persoon die de mijn exploiteerde voor de keizer. Daaruit mag echter niet geconcludeerd worden dat Tiberius in Tongeren zou geweest zijn. In die tijd was de keizer immers automatisch eigenaar van alle grondstoffen.
De staaf, licht gebogen, is intact. Zo zag een afgewerkt product uit een loodmijn eruit. Vermoedelijk is dit product afkomstig uit een loodmijn in de Eifel aan onze zijde van de Rijn. Na de Romeinse nederlaag bij de slag bij Varus, in 9 na Christus, gaf Rome immers de Germaanse gebieden aan de overkant van de Rijn op. De loden staven werden gesmolten en vervolgens gebruikt bij de aanleg van waterleidingen of als ‘bindmiddel’ bij monumentale keizerlijke of religieuze standbeelden. Nergens anders is er tot dusver een loden baar bekend met de combinatie Tiberius-Germanië. Het gaat dus om een uniek stuk waar het Tongerse museum best fier op mag zijn.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 16 juni 2010. Bekijk het origineel.

