Italiaanse vakantiegangers in Vlaanderen: een onderzoek

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Zopas werd door Toerisme Vlaanderen een rapport van 178 pagina’s voorgesteld dat de resultaten bundelt van ruim 8.500 enquêtes die werden afgenomen bij binnen- en buitenlandse vakantiegangers in Vlaanderen. De onderzoekers peilden zowel naar de beleving op vakantie (tevredenheid, interesses) als naar concrete gegevens (bestedingen, leeftijd, beroep). Wij geven hierna een beetje toelichting over de Italiaanse vakantieganger in Vlaanderen. Misschien een beetje ‘drogere’ materie dan u van ons gewend bent, maar toch voldoende interessant omdat deze gegevens duidelijk maken hoe de Italianen zich hier gedragen en hoe ze ons land ervaren. Wie interesse heeft in het volledige rapport, mag ons steeds een mailtje sturen met als onderwerp ‘vakantierapport’.

De Italianen zijn in Vlaanderen goed voor bijna 160.000 recreatieve overnachtingen. Acht op de tien Italiaanse overnachtingen vindt plaats in de kunststeden, 14% in de regio’s en 7% aan zee. Zoals de toeristen uit de verre landen logeert het merendeel van de Italiaanse toeristen in een hotel (88%).

De Italiaanse respondenten zijn afkomstig uit Milaan en omgeving (Lombardije: 33%), Firenze en omgeving (Toscane: 14%), Napels en omgeving (Campania: 11%) en Rome en omgeving (Lazio: 10%). Ten opzichte van vijf jaar geleden is de groep Italianen uit Lazio sterk afgenomen (van 35% naar 10%). Uit Campania en Lombardije treffen we in 2005 heel wat meer toeristen in onze Vlaamse kunststeden.

De Italianen blijven iets langer in de kunststeden dan de gemiddelde toerist: 3,3 nachten ten opzichte van 2,9 nachten. De meeste Italiaanse verblijven (57%) zijn beperkt tot drie overnachtingen. De totale reis van de Italianen, met inbegrip van de overnachtingen buiten Vlaanderen, duurt 5,7 nachten.

Zes op de tien Italiaanse toeristen komt met het vliegtuig. Dat is 8% meer dan vijf jaar geleden en bevestigt niet de trend die we bij vele andere markten zien. Daar daalt het gebruik van het vliegtuig immers. Door de stijging van het aantal groepsreizen is het aandeel van de touringcar op de Italiaanse markt drastisch gewijzigd: van amper 0,7% in 2000 naar bijna een vierde in 2005. Het zijn de wagen, de trein en de hogesnelheidstrein die moeten inboeten. Deze drie transportmiddelen waren in 2000 nog goed voor een aandeel van bijna 50%, in 2005 is dat nog slechts 16%.

Door de groei van het aantal groepsreizigers is ook het aandeel van de georganiseerde reizen toegenomen. 96% van de Italianen reserveert logies en/of transport op voorhand. Vijf jaar geleden was dat iets meer dan 80%. De meeste Italiaanse vakantiegangers leggen zowel logies als transport op voorhand vast. Slechts 4% doet geen enkele reservering. Dat is weinig in vergelijking met de gemiddelde toerist in de kunststeden (13%) en met de 19% van de Italianen die vijf jaar geleden zonder reservering naar Vlaanderen trok.

Iets meer dan zeven op de tien Italiaanse citytrippers wint voor de afreis informatie in over de toeristische mogelijkheden van de Vlaamse kunststeden. Dat is iets minder dan de gemiddelde vakantieganger in de kunststeden en ook minder dan vijf jaar geleden. Het soort informatiebronnen dat de Italianen raadplegen is wel zeer vergelijkbaar met de gemiddelde vakantieganger. Het internet staat voor meer dan de helft van de Italianen voorop, gevolgd door brochures (iets meer dan gemiddeld) en reisgidsen. Zij baseren zich minder op reacties van familie, vrienden en kennissen dan de gemiddelde toerist in de kunststeden.

Zoals de meeste toeristen in Vlaanderen houden ook de Italianen van wandelen in de binnenstad (85%). Winkelen en door de winkelstraten kuieren (48%) staat vaak op het programma, net zoals monumenten en historische gebouwen bezoeken (46%) en terrasjes doen (45%). Hoewel het aandeel Italianen dat gaat shoppen lager ligt dan gemiddeld, is het toch hun tweede belangrijkste activiteit. De Italianen zijn niet zo actief tijdens hun vakantie: ze geven gemiddeld elk 3,9 activiteiten op die ze tijdens hun vakantie hebben ondernomen, terwijl de gemiddelde toerist in Vlaanderen 5,7 activiteiten per vakantie aanduidt.

Een erg grote groep Italiaanse vakantiegangers, de grootste na de Belgen, ervaart het verblijf in onze kunststeden zoals verwacht. Ruim één op vijf vindt het (veel) beter dan verwacht. Dat is iets minder dan vijf jaar geleden, toen nog ruim 37% van de Italianen hun vakantie (veel) beter dan verwacht vond. Het aantal echt ontevreden klanten blijft wel beperkt tot 1,6%. Het aantal Italianen dat binnen dit en drie jaar zeker naar onze kunststeden wil terugkomen, is echter sterk gedaald: van een derde in 2000 naar 8% in 2005.

Daarnaast is de groep vakantiegangers die nog twijfelen over een herhaalbezoek, erg groot geworden. Dit bevestigt de algemene trend die we bij de meest markten kunnen onderscheiden. Bij geen enkele markt is die groep echter zo groot als bij de Italianen. Na de Japanners en samen met de Amerikanen noteren ze dan ook de laagste graad van feitelijk herhaalbezoek. 14% van hen was de laatste vijf jaar al eens op vakantie in een van de Vlaamse kunststeden, ten opzichte van een gemiddelde van 38%.

De evaluatie van de prijs-kwaliteitverhouding vertelt hetzelfde verhaal. Als we de antwoorden van de Italianen quoteren op een schaal van 1 tot 5, scoort de prijs-kwaliteitverhouding vorig jaar 3,6 op 5. Dat is evenveel als het algemeen gemiddelde, maar minder dan de 4 op 5 die de Italianen vijf jaar geleden toekenden. Hoewel de Italianen minder tevreden zijn over de prijs-kwaliteitverhouding, liggen hun bestedingen niet erg hoog. Gemiddeld besteedt de Italiaanse toerist in de kunststeden 91 euro per persoon en per nacht. Dat is 41 euro minder dan het algemeen gemiddelde en 32 euro minder dan hun uitgaven vijf jaar geleden. Het zijn dus de Italianen die het minst uitgeven aan hun vakantie, zelfs minder dan 100 euro per persoon en per nacht.

Het grote verschil met de andere markten vinden we terug bij de logiesbestedingen. Gemiddeld geeft de Italiaanse vakantieganger slechts 30 euro uit per persoon en per nacht aan een logement. Hoewel shopping de tweede belangrijkste activiteit is van de Italianen, wordt er slechts 8,5 euro besteed aan winkelen. Ook daar verliezen de Italianen fors terrein op de andere markten, waar het gemiddelde 25 euro is per persoon en per nacht.

De leeftijd van de Italiaanse toeristen in Vlaanderen is relatief gelijk verdeeld. Met uitzondering van de 25- tot 34-jarigen en de 75-plussers is elke leeftijdsgroep vertegenwoordigd met 16% à 18%. Italiaanse toeristen van 75 jaar en ouder komen niet voor. De gemiddelde Italiaan is 45 jaar, net boven het gemiddelde in de kunststeden. Waar in 2000 nog bijna driekwart van de Italiaanse vakantiegangers jonger was dan 45, is nu minder dan de helft van hen jonger dan die leeftijd. In 2000 was 9% 55 jaar of ouder, nu is dat een op de drie. De Italiaanse markt wordt dus ouder.

De Italiaanse vakantiegangers trekken het minst met kinderen op vakantie in de kunststeden. Slechts 6% van hen neemt de kinderen mee op reis. De gezins- en gezelschapsgrootte zijn vergelijkbaar met die bij de andere verre markten. Het gezin telt gemiddeld slechts 1,7 leden, het reisgezelschap beslaat in totaal 2,3 personen. Voor 45% van de Italiaanse vakantiegangers is dit een groepsreis. Dat aantal is veel groter dan het gemiddelde in de kunststeden en ook veel hoger dan vijf jaar geleden. Toen reisde slechts één op de vier in groep.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 5 december 2006 op het Romenieuws-archief.