In de rechterzijbeuk van de Santa Maria in Aracoeli, in de passage na de zevende kapel die leidt naar de rechter zijuitgang van de kerk, staat rechts tegen de muur het graf van de jonge Cecchino Bracci. De opbouw van het monument is geraffineerd in zijn eenvoud, het werd duidelijk getekend door Michelangelo (1475-1564). Dat is geen toeval.
De kunstenaar, die toen bijna zeventig was, ging veel om met Florentijnse ballingen in Rome waaronder een zekere Luigi del Riccio. Die had een jongen in huis genomen, Cecchino Bracci, die zeldzaam charmant en bijzonder levendig van geest was. Michelangelo koesterde een bijzondere belangstelling voor de jongeling.
Volgens heel wat bronnen zou Tommaso dei Cavalieri de grote liefde geweest zijn van Michelangelo, maar de kunstenaar raakte in ieder geval ook van de jonge Cecchino Bracci helemaal in vervoering. Maar in januari 1544 stierf de knaap. Michelangelo was een hele tijd ontroostbaar en schreef tal van lijkdichten over Cecchino en ontwierp bovendien ook het graf voor de engelachtige jongen. De bouw werd uitgevoerd door een leerling van de meester die het toen druk had met de Sint-Pietersbasiliek.
In de volgende kapel, dus net vóór de trap die naar het transept leidt, werd in 2000 een erg mooi dertiende eeuws fresco blootgelegd, wellicht van de hand van Pietro Cavallini. In het rechter transept zie je links en rechts de prachtige graftombes van de familie Savelli. Rechts, kijkend naar de buitenmuur, werd Giacomo of Jacopo Savelli alias paus Honorius IV (1285-1287) begraven, maar de resten van de paus werden later overgebracht naar de Sint-Pietersbasiliek zodat het graf hier leeg achterbleef. Eronder bevindt zich het graf van zijn moeder Vana Aldobrandeschi di Santa Fiora.
Dit uiterst mooie geheel van de hand van de architect van deze kerk, Arnolfo di Lapo, ook wel bekend als Arnolfo di Cambio (1232-1302) stond oorspronkelijk in de Vaticaanse grotten maar werd in 1545 in opdracht van Paulus III naar hier overgebracht. Honorius IV leed zo erg aan jicht dat, als hij de mis wilde opdragen, er boven het altaar een toestel werd geplaatst waarmee de sacramenten mechanisch werden opgeheven, want daartoe was hijzelf niet meer in staat.
Terwijl Honorius IV de pauselijke stoel bezette was zijn eveneens jichtige broer Pandolfo senator, zodat de Savelli’s een tijdlang alle macht over Rome in handen hadden. De liggende figuur van Honorius IV helt naar voor en het hoofd wordt door twee kussens omhoog geduwd. De hele steenbewerking wordt gekenmerkt door de zachte modellering en de decoratieve details van de gewaden, de tiara en het kussen.
De figuur van Honorius IV wordt afgesloten door de fragmenten van een gordijn aan het hoofdeinde wat herinnert aan het type grafmonument dat Arnolfo reeds vroeger invoerde, bijvoorbeeld in de rechterbeuk van de Santa Croce in Firenze. Het werk sluit hierdoor ook nauw aan bij de andere liggende figuren van de Toscaanse kunstenaar.
Het grafmonument van moeder Vanna Aldobrandeschi onder het vorige graf bestaat uit een derde-eeuwse sarcofaag met een mozaïek van familiewapens: twee van de Savelli en in het midden dit van de Aldobrandeschi. De hoge sokkel wordt gevormd door drie boven elkaar gestapelde parallelle elementen, waarbij de twee bovenste delen met decoraties van de Cosmati zijn verfraaid.
Bovenaan de linker muur in dezelfde kapel werd bovenaan senator Pandolfo Savelli, de broer van de paus begraven; eronder bevindt zich het graf van Luca Savelli, de vader van de Honorius IV. Het bovenste graf (dit van Pandolfo) werd ontworpen door Giotto (1267-1337). De mozaïeken en de kleine ‘Madonna met Kind’ zijn echter van Arnolfo di Cambio.
Er bestond in de dertiende eeuw nog vrijwel geen grafkunst, die zien we hier in de Santa Maria in Aracoeli geboren worden in een mengeling van antieke sarcofagen, cosmatenwerk en als absolute nieuwigheid een tabernakel met ‘Maria en Kind’. Het is slechts één van de vele redenen om deze fraaie museumkerk te bezoeken. Het onderste graf (dit van Luca) is een laat werk van dezelfde Arnolfo di Cambio, die daarvoor een klassieke guirlandesarcofaag uit de derde eeuw na Chr. gebruikte waarop steenplaten met inscripties en een prachtige gotische bekroning rusten.
Het belang van Arnolfo di Cambio voor de Santa Maria in Aracoeli (1245-1302) kan niet voldoende benadrukt worden. In 1265, toen hij in de kathedraal van Siena werkte, werd hij vermeld als een leerling van Nicola Pisano. In 1276 komt de Cambio naar Rome en maakt er het indrukwekkende beeld van Charles d’Anjou, te zien in de Capitolijnse Musea.
Ook als architect was di Cambio leidinggevend, zo tekende hij de Santa Maria del Fiore in Firenze en Vasari stelt zelfs dat hij ook de ontwerper is van de Santa Croce en het Palazzo Vecchio in deze stad. In Rome kennen we di Cambio in als een belangrijke beeldhouwer en als de ontwerper van ciboria in de San Clemente en de Sint-Paulus buiten de Muren, maar het is in Orvieto dat hij geschiedenis schrijft. Hij ontwerpt er het prototype van de latere grafkunst, zijnde de ‘muurtombe’. Na 1282 vinden we hiervan prachtige voorbeelden in Rome, waaronder hier in de Santa Maria in Aracoeli.
In de muur, links van het linker Savelli-grafmonument, werden na exact zeven eeuwen de resten geplaatst van broeder Ginepro (Iuniperi), gestorven op 22 juni 1258. Hij was de levenslange metgezel van Franciscus van Assisi. Rechts van het hoogaltaar van de Santa Maria in Aracoeli, zien we de Franciscuskapel, met rechts daarvan de Cappella di Santa Rosa (dus in de verste hoek naast het rechtertransept en ermee evenwijdig).
Een heel mooi maar wat ruw uitgevoerd mozaïek uit het einde van de dertiende eeuw is met enige moeite zichtbaar aan de linkerwand. Het toont Franciscus terwijl hij de voor hem knielende senator Giacomo Capocci, let op zijn kledij, aan de Madonna voorstelt. De figuur naast de Madonna is Johannes de Doper.
Trouw aan de traditie van de bedelordekerken bestaat de apsis (de halfronde of veelhoekige nisvormige ruimte aan een basilica) uit een recht afgesloten koor met zijkapellen. Het indrukwekkende dertiende-eeuwse hoogaltaar werd eeuwenlang, maar door sommige gidsen ook nu nog, aanzien als het oorspronkelijke Aracoeli van keizer Augustus.
Er boven hing ooit ‘De Madonna van Foligno’ door Rafaël, dat werk bevindt zich nu in de Vaticaanse Musea. Op dezelfde plaats zien we nu een volgens de overlevering door de evangelist Lucas eigenhandig geschilderd portret van de Madonna, dat net als dat van de Santa Maria Maggiore de eretitel ‘salus populi romani’ draagt, heil van het Romeinse volk. Lucas is niet toevallig de patroonheilige van schilders en beeldsnijders (denk aan het Sint-Lucasgilde). Volgens de legende schilderde Lucas Maria met het kind Jezus naar het leven. Verschillende voorstellingen van de Madonna worden vereerd als werk van de heilige Lucas.
Het thema ‘Lucas die de Madonna met Kind schildert’ is afgebeeld op vele altaarstukken, vooral op deze van de plaatselijke schildersgilden. Het op beukenhout geschilderde exemplaar dat we hier in de Santa Maria in Aracoeli zien, lijkt afgaande op de stijl en afwerking ontstaan te zijn tijdens de zesde eeuw toen de Byzantijnse monniken hier nog verbleven. Het is in ieder geval een erg oud schilderij.
Links en rechts tegen de alleenstaande pilaren staan de preekstoelen, de ambonen of ambo’s. Net zoals de omliggende vloer zijn het juweeltjes van cosmatenkunst. Aan de zeer bewerkte stijl kan je ze dateren uit het einde van de twaalfde eeuw. Deze ambonen werden gesigneerd door Lorenzo di Cosma en zijn zoon Giacomo, de stichters van de cosmatenfamilie. Een ambo is een benaming voor een kleine stenen preekstoel in oud-christelijke basilieken.
Vaak waren er twee ambo’s aan de uiteinden van de afsluiting van het koor en het schip van de kerk. Zij waren bestemd voor de lezing van het epistel en het evangelie. Onder invloed van de vernieuwing van de liturgie sinds het Tweede Vaticaans Concilie raakte de ambo weer in gebruik. De ambo’s zijn dus eigenlijk de voorloper van de kansel die een combinatie is van een preekstoel en een lezenaar. De praktijk van voorlezingen op bepaalde kalenderdagen en het commentaar daarop in een openbaar gebedshuis, heeft de vroegchristelijke liturgie overgenomen van de synagoge.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 27 april 2018. Bekijk het origineel.

