Het gouden huis van keizer Nero

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Gisteren kon je lezen dat archeologen in het Gouden Huis van keizer Nero, de Domus Aurea, na bijna 2000 jaar een nieuwe en tot dusver onbekende ruimte ontdekten. Nero’s voormalige paleis dat werd gebouwd na de grote brand van Rome in 64 na Chr. heeft zeker nog niet alle geheimen prijsgegeven . De archeologische site is uniek omdat het paleiscomplex pas in de vijftiende eeuw is herontdekt. Grote delen van het gebouw zijn bewaard gebleven, hoewel de opvolgers van Nero alles hebben geprobeerd om alle herinneringen aan deze keizer uit te wissen.

Lang heeft Nero van zijn onvoltooide gouden huis, dat op het huis van de zonnegod zinspeelde, niet genoten. In 68 pleegde Nero zelfmoord, daarbij geholpen door zijn slaaf Epafroditus. Na Nero’s dood werd zijn mooie paleis binnen een decennium ontdaan van het bladgoud, al het marmer en ivoor. De keizer had zich immers niet geliefd gemaakt en onderging na zijn dood de zogenaamde damnatio memoriae, letterlijk een ‘vervloeking van de nagedachtenis’, waarbij de Romeinen probeerden de herinnering aan een bepaalde persoon volledig uit te wissen. De dode werd onteerd door alles wat aan hem of haar zou kunnen herinneren weg te nemen uit het collectieve geheugen.

Dat was de reden dat Nero’s opvolgers het prachtige nieuwe huis al snel systematisch begonnen te ontmantelen. Onder keizer Vespasianus startte de bouw van het Colosseum op de plaats waar een grote vijver van Nero’s paleis lag. Keizer Titus maakte van de badplaatsen openbare plekken, bouwde thermen op het terrein en bleef wonen in een gedeelte van het gouden huis. Na een brand in 104 liet ook keizer Trajanus op de puinresten zijn eigen thermen bouwen door Apollodorus van Damascus, die ook het Forum van Trajanus ontwierp. Het kwam er eigenlijk op neer dat de Domus Aurea al vrij snel onder een enorme heuvel puin en aarde werd bedekt.

Het enorme complex bleef daardoor eeuwenlang verborgen onder zand en afval en verdween inderdaad uit de herinnering. Dat duurde tot de vijftiende eeuw, toen een wandelaar per ongeluk door een spleet (vermoedelijk ontstaan door een verzakking) in de ondergrondse gangen terecht kwam. Er gebeurden in de daaropvolgende maanden voorzichtige verkenningen van het ondergrondse complex en op het einde van de vijftiende eeuw kropen durvers en nieuwsgierigen door gaten, net onder de plafonds van het paleis dat toen nog niet als zodanig was geïdentificeerd, naar binnen. Zo ontdekten renaissanceschilders schitterende fresco’s in een voor hen volkomen onbekende locatie.

Sommigen dachten dat ze in mysterieuze en sprookjesachtige grotten waren terechtgekomen. Naar verluidt lieten Pinturicchio en wellicht ook Michelangelo en Rafaël zich met touwen in deze ‘onderaardse grotten’ zakken en kopieerden ze de plafondfresco’s (‘grotesken’), die bijzonder goed bewaard waren gebleven. Zo vormden de originele muurdecoraties uit de eerste eeuw een inspiratiebron voor de grote meesters uit de renaissance. Ook kunstgeschiedenis herhaalt zich.

In de daaropvolgende eeuwen werd de site geleidelijk in kaart gebracht, maar van het volledig blootleggen of opgraven van het paleis was geen sprake. Daarvoor is de site veel te groot en is de ondergrond tot vandaag onvoldoende stabiel. In de twintigste eeuw stond het Gouden Paleis op het verlanglijstje van menige toerist, tot de site na een ernstige aardverschuiving in 1984 een eerste keer gedurende lange tijd voor het publiek werd gesloten.

Het Domus Aurea-complex werd pas opnieuw gedeeltelijk opengesteld op 23 juni 1999. Die gebeurtenis werd in Rome als erg belangrijk beschouwd en werd toen gevierd met een vertoning van de film Quo Vadis op groot scherm op de Piazza del Popolo. Dat gebeurde in aanwezigheid van de acteur Peter Ustinov, die de rol van keizer Nero vertolkte.

Sinds die tijd werden gedeeltes van het complex onregelmatig opengesteld voor het publiek. Je kon er slechts in kleine groepjes binnen mits het vooraf reserveren van een ticket. Zelfs op het hoogtepunt kon je nooit meer dan 25 tot 30 kamers bezoeken. Toch was dat voor vele bezoekers een unieke ervaring, want het complex was sinds het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw altijd gesloten geweest. Toeristen die na het jaar 2000 in Rome arriveerden hadden het Gouden Huis meestal nog nooit gezien.

De ondergrondse Domus Aurea bleef echter voor problemen zorgen. Nieuwe en onregelmatige instortingen als gevolg van insijpelend water en lekkages zorgden ervoor dat het Gouden Huis ook na 1999 meer dan eens voor kortere periodes de deuren voor het publiek moest sluiten. Een echt veilige site is het nooit geweest. Op 30 maart 2010 stortte een aanzienlijk gedeelte van het complex in. Twee jaar eerder was de site al volledig gesloten voor het publiek, precies omwille van toenemende meldingen van instortingsgevaar. Om veiligheidsredenen was het niet meer verantwoord om bezoekers toe te laten.

Tijdens de instorting in 2010 kwam het dak over een oppervlakte van ongeveer 60 m² naar beneden. Ook een stuk van het onderliggende deel van het gebouw werd toen instabiel bevonden. De gevolgen waren zichtbaar op de hele archeologische site, over een lengte van zowat 130 m². In de toegangstunnel naar het Gouden Huis, die gebruikt werd voor de opslag van archeologisch materiaal, kwamen flink wat stenen los. De brandweer en de civiele bescherming kwamen er toen aan te pas om de hele omgeving veilig te stellen.

Als oorzaak van de zware instorting werd de overvloedige regenval in die periode aangewezen. Er werd gesuggereerd dat zich regenwater had verzameld op het dakgedeelte en dat zou uiteindelijk de onderliggende grondlagen instabiel hebben gemaakt. Het gebouw is sinds de herontdekking echter altijd al in vrij slechte staat geweest en er gebeurden in het verleden al heel wat kleine en minder kleine instortingen. Dit was echter wel de zwaarste van de voorbije 50 jaar.

Ondanks alle schade en verzakkingen bleef het eigenlijke complex toch grotendeels gespaard, maar heel wat kamers werden definitief gesloten voor publiek bezoek. Soms hadden de instortingen echter positieve gevolgen. Zo werd tijdens werkzaamheden die volgden op een nieuwe instorting in 2006, een onderaardse gang ontdekt die tot vlakbij de fundamenten van het nabijgelegen Colosseum loopt. Sinds eind 2014 werden opnieuw enkele van de naar schatting 153 kamers in Nero’s voormalige paleis opnieuw opengesteld voor het publiek.

In het voormalige paleis sta je op het niveau van het Forum Romanum. Omdat het onder de grond ligt, is het een hele opgave om je voor te stellen dat hier ooit licht binnenviel, waardoor fresco’s, mozaïeken, marmer en bladgoud schitterden, zonnestralen in vijvers, meren en fonteinen weerkaatsten en de bewoners uitzicht op Rome hadden. Het monumentale bouwwerk was eigenlijk een afspiegeling van het Romeinse rijk, met wouden vol wilde dieren, exotische tuinen, wijngaarden en baden met zwavelhoudend water.

De architecten van het Domus Aurea waren Severus en Celer. Het huis was een stuk groter dan de oppervlakte van het huidige Vaticaanstad en omringd door een kilometerslange zuilengalerij. Het paleis, gebouwd van baksteen, werd versierd met marmer en bladgoud, waaraan het complex zijn naam dankt. Het Gouden Huis bestond eigenlijk uit een hele reeks aansluitende villa’s en paviljoenen, waartussen kunstmatig gecreëerde bossen en velden lagen. In het centrum van het complex lag een groot meer (hier staat nu het Colosseum) en ook elders op het terrein bevonden zich verschillende vijvers.

Het Gouden Huis werd waarschijnlijk alleen gebruikt voor feesten en orgieën, want in het complex zijn (tot nog toe) geen slaapkamers ontdekt. Vreemd genoeg ontbreekt ook van de keukens en toiletten ieder spoor. Dat laat vermoeden dat nog lang niet alle kamers zijn ontdekt. Op de vijvers werden alleszins drijvende banketten gehouden, aan de oevers lagen in bordelen jonge vrouwen en knapen te wachten tot hun diensten nodig waren. Niet alleen de volledige gevel was met goud bekleed, ook binnenin was alles versierd met goud, ivoor, parelmoer en edelstenen. In 2009 werd tegenover het Colosseum op de Palatijnse heuvel ook de beroemde met de zon meedraaiende eetzaal van Nero ontdekt. De ontdekking van deze ‘coenatio rotunda’ maakte duidelijk dat het Domus Aurea zich destijds nog veel verder uitstrekte dan tot op dat moment was aangenomen.

Nero was een dromer die het mooiste paleis van Rome wilde bouwen. Hij wilde van zijn paleis, gebouwd tussen 64 en 68, een groot theater maken. Keizer Nero begon met de bouw na de grote brand in 64, waarvan het erg onwaarschijnlijk is dat hij die (zoals weleens wordt beweerd) zelf heeft laten aansteken om de stad te ontdoen van bepaalde, ongezonde wijken, zodat op die manier plaats kon worden gemaakt voor nieuwbouw. Een keizer zoals Nero had daarvoor wel andere middelen en vooral macht ter beschikking als hij dat echt had gewild. Waarschijnlijk was de grote brand gewoon een ongeluk met grote gevolgen. In een dichtbevolkte stad zoals Rome ontstonden in de oudheid wel vaker branden en brandjes, soms met grote gevolgen.

Wat we wel weten is dat Nero onsterfelijk wilde zijn. Hij onteigende 80 hectare privé-grond voor een paleis dat zelfs zijn woning niet was, maar louter diende om gasten te ontvangen. Overigens leed Nero ook aan grootheidswaanzin en heeft hij Rome ooit nog willen omdopen tot Neropolis. Nero liet door Zenodorus, een Griekse beeldhouwer, ook een 37 m hoog standbeeld van zichzelf maken, gekleed als de zonnegod Apollo (de Colossus Neronis), en plaatste het vlakbij de hoofdingang van het paleis. Hieraan heeft het Flavische Amphitheater, vandaag bekend als het Colosseum, zijn naam te danken.

In 1998 werden in de Thermen van Trajanus nog een aantal onbekende fresco’s en mozaïeken ontdekt, die eveneens afkomstig zijn uit Nero’s vroegere Gouden Huis. In 2004 legde men bij opgravingen een grote mozaïek bloot. Het stelt een tafereel voor, dat met de wijnoogst te maken heeft. Eén ding is zeker: het Domus Aurea heeft nog lang niet alle geheimen prijsgegeven. Het is de vraag of dat ooit zal gebeuren. Waar nu het Colosseum staat, bevond zich in Nero’s tijd nog een uitgestrekt kunstmatig meer dat deel uitmaakte van het Gouden Huis.

Met behulp van de VR-brillen waarmee je vandaag bij een bezoek aan het Domus Aurea een wandeling in de virtuele realiteit van Nero’s oudheid kan maken, krijg je zin om even te zwemmen. Het kleinste stukje marmer, de fresco’s, het stucwerk en versieringen worden zichtbaar in de virtuele omgeving. Je kan zelfs vaststellen hoe vernuftig en vakkundig Nero’s architecten het licht in de kamers konden doseren, dit om ten allen tijde een maximaal effect te bereiken. Dankzij nieuwe technologieën leeft Nero’s bouwkundige droom ook vandaag nog altijd voort.

Praktische informatie en tickets Domus Aurea

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 22 mei 2019. Bekijk het origineel.