Op 17 februari, was het precies 415 jaar geleden dat Giordano Bruno (1548-1600) aan zijn einde kwam. Het standbeeld van de intellectueel en filosoof die door de Kerk als ketter werd veroordeeld en op de brandstapel gezet, is vandaag te zien op de Campo de’ Fiori. Dat plein wordt door heel wat mensen echter ten onrechte aanzien als de plaats waar de man effectief werd terechtgesteld. In februari van het heilig jaar 1600 werd Giordano Bruno naar het paleis van een van de inquisiteurs gebracht, naast de Sant’ Agnese op Piazza Navona, waar hij geknield zijn vonnis moest aanhoren. De inquisitie noemde hem een ‘volhardende en berouwloze ketter’ en droeg hem over aan de wereldlijke macht om afdoende gestraft te worden.
De inquisite veroordeelde nooit zelf iemand tot de doodstraf. In de overgeleverde kopie van het vonnis staat expliciet dat de pauselijke gouverneur van Rome de wet zo mild mogelijk moest naleven zonder de veroordeelde in levensgevaar te brengen of zijn ledematen te verminken. Een nogal holle frase, want in werkelijkheid betekende het overdragen aan de wereldlijke macht van een ketter zijn dood op de brandstapel.
Op 17 februari 1600 verliet Bruno zijn gevangenis. Vóór en achter de veroordeelde liepen de broeders van de ‘Arciconfraternità di San Giovanni Decollato’, de broederschap van de Onthoofde Johannes, gekleed in zwarte pijen en met fakkels in de hand. Ze hielden Bruno een afbeelding van Christus voor om hem tot inkeer te brengen. Bruno kon echter niet spreken want hij droeg een ijzeren mondstuk zodat hij geen godslasterlijke taal meer zou kunnen uitslaan, ‘con la lingua in giova’, met de tong in de klem.
Bruno’s brandstapel stond niet in het midden van Campo de’ Fiori zoals het standbeeld doet vermoeden, maar vóór het toenmalige paleis van de Franse ambassadeur, aan palazzo Orsini, nu palazzo Righetti Pio waarvan de zijkant grenst aan Campo de’ Fiori. Dat gebouw bevindt zich links van de huidige Farnese-bioscoop.
De renaissance-loggia van het paleis (tweede verdieping boven de huidige hosteria Mercato) werd sindsdien dichtgemetseld. De funderingen van palazzo Righetti Pio dateren uit de Romeinse republiek. Het werd gebouwd op een deel van de ruïnes van het theater van Pompeius dat tijdens de twaalfde eeuw eigendom was van de familie Orsini.
In die tijd bezorgde zijn ronde vorm, nu nog zichtbaar aan de achterzijde langs Via di Grotta Pinta, het de bijnaam Il Trullo verwijzend naar de ronde huizen in Puglia. In het hart van de ruïnes van het theater verrees de machtige burcht.
Het is mogelijk dat enkele fragmenten van oude gemetselde muren, die vanaf de Campo de’ Fiori hoog in palazzo Righetti zichtbaar zijn, nog restanten van deze burcht zijn. Let op de vensters die versierd werden met klauwende leeuwen en pijnappels uit het wapen van de familie Pio da Carpi die hier een tijdlang woonde.
Tot 1890 zat voor het gebouw dagelijks een publieke schrijver, om voor ongeletterden brieven te schrijven.
Net vóór de voormelde hosteria Mercato, waar de de marktkramen staan, werd Bruno ontdaan van zijn kleding, aan een paal gebonden en levend verbrand. Tot op het laatste moment weigerde hij de afbeelding van Christus te kussen.
Zijn monnikenkap wordt nog steeds bewaard in de San Giovanni Decollato. Het standbeeld van Bruno dat in 1899 werd ingehuldigd was meer bedoeld als anticlericale demonstratie dan als eerbetoon voor de monnik, want tot dan was Bruno in Italië en de wereld een illustere onbekende.
Op de huidige plaats van het monument stond tot 1899 de Fontana della Terrina die zich tegenwoordig op Piazza della Chiesa Nuova bevindt. Bruno’s standbeeld is een werk van Ettore Ferrari (1848-1929). Het werd opgericht na een internationale fondsenwerving o.a. gesteund door Victor Hugo en Hendrik Ibsen.
De monnik lijkt, diep in gedachten verzonken, een stap naar voren te willen zetten. In zijn handen houdt hij zijn werken geklemd, de linkervuist gebald. In niets doet zijn portret denken aan de beschrijvingen die we van hem uit eigen tijdse teksten kennen.
Dit is de geïdealiseerde Bruno, die somber en koppig voortstapt op het pad van de rede, want zo wil men hem vandaag toch zien. Op het monument staat: ‘A Bruno. Il secolo da lui divinato qui dove il rogo arse’, of ‘Voor Bruno. Opgericht door de tijd die door hem voorspeld werd, daar waar de brandstapel brandde’.
Bovenaan op het voetstuk bevinden zich portretmedaillons van acht andere ‘ketters’ waaronder Jan Hus. Het is niet correct dat hier ook Erasmus afgebeeld werd, zoals sommige gidsen weleens vertellen. Ook Luther hoort niet bij deze acht .
Voorts zijn er drie reliëfs aangebracht met scènes uit het leven van Bruno, als docent voor zijn studenten, als aangeklaagde voor het tribunaal en op de brandstapel (kant Corso Vittorio Emanuele). Op dat laatste reliëf is hij gekleed te zien tussen de vlammen, de werkelijkheid was dus anders.
Giordano Bruno durfde hardop zeggen dat de sterren slechts verspreide zonnen in het universum zijn en zich niet ophouden in een soort bolschil die de grens van het heelal uitmaakte zoals Johannes Kepler nog dacht.
Bruno zou bij de inquisitie zijn aangegeven door de Venetiaanse edelman Mocenigo, die beweerde dat Bruno hem en anderen had verteld hoe hij goud kon maken. Toen Mocenigo vaststelde dat het recept niet werkte, was hij zo misnoegd dat hij de pater wegens tovenarij aanklaagde. Voor de inquisitie was de klacht een ideale gelegenheid om orde op zaken te stellen, met de bekende gevolgen.
Van Bruno is geen eigentijds portret gekend, wel weten we iets over zijn karakter. Uit brieven en verhoren komt een man naar voren die in intelligentie zijn tijdgenoten ver overtrof. Hij nam geen blad voor de mond, beledigde naar hartenlust de in zijn ogen stompzinnige academische wereld waar naijver en middelmatigheid hoogtij vierden. Hij was ervan overtuigd dat hij door de ‘goden’ (in het meervoud) als boodschapper naar de mensen was gestuurd om de waarheid der dingen te verkondigen. Zijn intuïtie bracht hem tot nieuwe inzichten die hij uitdroeg met een betweterige stijfkoppigheid en een grenzeloze naïviteit.
Volgens hem was er geen wezenlijk verschil tussen de mensen en de dieren die ook een ziel zouden hebben. Het kruis was volgens hem een symbool van de Egyptische Isis en dus aan de heidenen ontleend, en Christus was niet gekruisigd maar opgehangen. Hij beweerde dat de heilige schrift pure fictie was en dat Christus niet God was maar een bedrieger en magiër, en dat de apostelen slechts charlatans waren. Het hoeft dus niet te verwonderen dat Bruno bij de Kerk al snel op de zwarte lijst werd genoteerd.
Over astronomie heeft hij wel enkele zinnige zaken verteld, maar hij was geen Galilei. Van het proces tegen Bruno is enkel een samenvatting bewaard gebleven. De originele documenten werden in 1817 in Parijs vernietigd, ze behoorden tot de massa kerkelijke archieven die Napoleon had meegenomen. De redevoeringen waarmee de filosoof zich verdedigde zijn dus volledig verloren gegaan. Pas in 1940 werd het summarium, de door de griffier opgestelde samenvatting van het proces teruggevonden.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 21 maart 2015. Bekijk het origineel.

