Het columbarium van Pomponius Hylas

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Aan de Via di Porta Latina 11, vlakbij het Sepolcro degli Scipioni in het gelijknamige park, bevindt zich een grafruimte voor urnen, een zogenaamd columbarium. Daarvan is bovengronds enkel een klein huisje te zien, enkele meters achter het kapelletje van San Giovanni in Oleo. Een steeds gesloten deur leidt naar een steile trap. Het columbarium van Pomponius Hylas dateert uit de eerste eeuw en werd uitgevoerd in opus caementicium of Romeins beton en belegd met groene steen. Het columbarium bleef zeer goed bewaard en is uitsluitend te bezoeken na telefonische afspraak.

Het complex werd pas herontdekt in 1831 door Giampietro Campana en is het best bewaard gebleven columbarium in Rome. Omdat de mozaïeken, het stucwerk en de beschilderingen in haast perfecte staat verkeren heeft de tombe niets weg van de bekende saaie ‘columbaria’ (of letterlijk vertaald duiventillen) waarin men in de eerste eeuw na Chr. de grafurnen van gecremeerden bewaarde. De diverse nissen werden hier omlijst door kleine zuilen met daarop een timpaan.

Hoewel de tombe de naam draagt van Pomponius Hylas, die in de Flavische periode (69-96) leefde, is het gebouw zelf gedateerd tussen 14 en 54 na Chr. Dat weten we dankzij de inscripties op twee nissen, waarvan eentje gewijd was aan een vrijgelaten slaaf van keizer Tiberius en de andere aan een vrijgelatene van Claudia Octavia, de dochter van keizer Claudius en zijn derde vrouw, Valeria Messalina die in heel Rome berucht was om haar zedeloosheid.

Het grafcomplex zou later gekocht zijn door Pomponius Hylas voor zichzelf en zijn vrouw. Hun namen lees je op de inscriptie aan de ingang: CN(aei) POMPONI HYLAE E(t) POMPONIAE CN(aei) L(ibertae) VITALINIS. De ‘V’ boven haar naam duidt erop dat zij nog leefde toen de inscriptie werd aangebracht.

Een andere bron vertelt echter dat Pomponius Hylas zelf een vrijgelaten slaaf was die in zijn latere leven erg rijk werd en dus ook voldoende kapitaal had om een dergelijk columbarium te laten bouwen. De bekende Romeinse archeoloog Antonio Nibby (1792-1839) stelde zelfs dat Pomponius zijn graftombe uit commerciële overwegingen zou hebben laten oprichten. De nissen werden immers verkocht aan personen die geen individuele graftombe konden betalen.

Het columbarium bleef in gebruik tot de tweede eeuw na Christus, zoals blijkt uit een urn met een inscriptie gewijd aan een vrijgelaten slaaf van keizer Antoninus Pius. Deze urne bevindt zich nu in de Capitolijnse Musea. Onder de vloer van het complex werd in een sarcofaag het perfect bewaard gebleven lichaam van een vrouw ontdekt. Toen de sarcofaag werd geopend viel het lichaam door contact met de lucht echter vrijwel meteen helemaal uit elkaar.

Enkel te bezoeken na telefonische afspraak:
tel. 06 671 038 19 of 06 06 08.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 30 november 2015. Bekijk het origineel.