Het benzinestation van Vaticaanstad

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het feit dat de olieprijs momenteel weer flink stijgt was wellicht de oorzaak van een vraag die we recent kregen en beloofden te beantwoorden via deze nieuwsbrief: ‘Waar tanken de inwoners van Vaticaanstad hun benzine en hoeveel betalen ze daar dan voor?’ vroeg een lezer zich af. We hebben het hier al vaker gehad over wat er zoal achter de muren van Vaticaanstad gebeurt maar steeds weer blijken heel wat mensen dikwijls te vergeten dat Vaticaanstad werkelijk een landje op zichzelf is. Piepklein weliswaar, maar toch een volwaardige staat. Met (bijna) alles erop en eraan.

Op een oppervlakte van 44 ha vind je er niet alleen de imposante Vaticaanse Musea en de indrukwekkende Sint-Pietersbasiliek met het immense gelijknamige plein ervoor. Het ministaatje beschikt ook over heel alledaagse dingen, zoals een postkantoor, een supermarkt, een apotheek en dus, waarom niet, ook een benzinestation. Bij dit benzinestation kan je tanken aan een prijs die minstens 30 tot 40 cent per liter goedkoper is dan wat je in Rome en de rest van Italixeb aan de pomp betaalt. Net als in de winkels van de ministaat genieten de inwoners en de werknemers van Vaticaanstad van een gunstig prijsklimaat en komen ze merkelijk heel wat goedkoper uit wanneer ze hier hun boodschappen doen of even bij de apotheker langslopen. Tegelijk kunnen ze natuurlijk vlug even hun benzinetank volgooien.

Natuurlijk krijgt niet iedereen toegang tot het Vaticaan. Het is niet zo dat, wanneer je toestemming hebt om Vaticaanstad te bezoeken, je dan automatisch ook maar met je auto mag binnenrijden. Die toelating blijft beperkt tot de 546 burgers van Vaticaanstad en de ongeveer 2.000 medewerkers die momenteel beschikken over een elektronische badge die hen toestemming geeft met de wagen binnen de muren te komen. Wie enige zin voor besparing heeft doet dat dus best regelmatig met een vrijwel lege tank.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 9 februari 2012. Bekijk het origineel.