De Italiaanse staat kocht Villa Capo di Bove aan de Via Appia in januari 2002. Het pand, met zeer oude muren en een prachtige vloermozaïek in witte en zwarte tegels, omvat een hoofdgebouw op drie niveaus en een paar bijgebouwtjes. Tussen 2003 en 2005 werden in de tuin drie archeologische opgravingen gehouden, verspreid over een oppervlakte van zowat 1.400 m2. Zoals te verwachten was waren de vondsten niet gering. Zo werden ondermeer de restanten van de villa (2de eeuw na Chr.) van de Grieks-Romeinse schrijver, redenaar, politicus, kunstverzamelaar en -beschermer Herodes Atticus en zijn vrouw Annia Regilla blootgelegd. Ze verbleven hier niet heel lang en Atticus keerde, na zijn ambtsperiode als consul, met zijn vrouw en kinderen terug naar Griekenland.
Herodes Atticus kreeg zijn opleiding in Athene en bekleedde daar ook verschillende ere-ambten. Als literator behandelde hij allerlei filosofische onderwerpen, en was hij één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de zogenaamde tweede sofistiek. Hij was echter ook leraar welsprekendheid in Athene, en later in Rome, waar hij in 143, onder keizer Antoninus Pius het consulaat bekleedde. Aulus Gellius en Aelius Aristides waren oud-leerlingen. Hij werd ook ingeschakeld als huisleraar van de toekomstige keizers Marcus Aurelius en Lucius Verus.
Hij stond in hoog aanzien en was schatrijk. Van zijn vader, Tiberius Claudius Atticus Herodes, erfde hij een immens fortuin. Hij had immers een goudschat gevonden. Naar verluidt was hij zo correct de vondst te melden aan de keizer, die hem als beloning voor zijn eerlijkheid de schat liet behouden. Herodes Atticus gebruikte het fortuin van zijn vader om er overal in Griekenland grote verfraaiingswerken mee uit te voeren. In haast alle grote Griekse cultuurcentra vindt men nog de resten van gebouwen die hij heeft laten oprichten.
Nog veel interessanter was de ontdekking van een thermencomplex met een aantal baden uit de 2de eeuw die zeker tot in de 4de eeuw werden gebruikt. Inscripties in de Griekse taal wijzen ook hier Herodes Atticus als eigenaar of als sponsor aan. Er zijn meerdere goedbewaarde mozaïeken van zeer hoge kwaliteit te zien. De kwaliteit van de gebruikte materialen suggereren dat zowel de villa als de thermen van het beste en meest kostbare comfort uit die tijd was voorzien.
De baden bestonden uit het klassieke caldarium (met heet water), een tepidarium (warm water) en een frigidarium (koud water). Water werd aangevoerd via twee grote reservoirs. Het werd verwarmd via koperen of bronzen verwarmingstoestellen in de badruimtes, die direct boven ovens (praefurnia) waren geplaatst die met hout werden gestookt. De ovens bevonden zich in ondergrondse kamers.
De hete lucht die ontstond werd via holtes (hypocaustum) onder de te verwarmen kamers geleid. Deze holtes ontstonden door het leggen van tegels van 60 bij 60 cm op pijlers (suspensurae) van bakstenen. Deze tegels werden bedekt met marmer. Ruimtes die extra verwarming nodig hadden werden voorzien van smalle buizen (tubuli) die in de muren werden verwerkt. Ze werden bedekt met marmer of beschilderd pleisterwerk. Verder was er een sauna (laconicum) en een massageruimte (sudatio ) aanwezig. Men ontdekte ook een complex rioleringssysteem om overtollig of vervuild water af te voeren.
Het zijn eigenlijk de – weliswaar minder goed bewaarde – thermen van Caracalla in miniatuurversie en er is bijna niemand die ze bezoekt. Het thermencomplex is trouwens zo rijk en vernuftig opgebouwd dat sommige archeologen twijfelen of het wel toe te schrijven is aan een particulier zoals Atticus, ook al was die dan schatrijk. Ook het feit dat de man slechts een een vrij korte tijd heeft doorgebracht in villa Capo di Bove maakt het niet zo waarschijnlijk dat hij in die tijd zo'n enorm en luxueus thermencomplex heeft laten bouwen.
Het kan natuurlijk een geschenk geweest zijn voor de mensen uit de omgeving. Men denkt ook in de richting van een school, bedrijf of vereniging die op deze plaats zeker een privébadplaats heeft kunnen gebruiken. De kostbare afwerking van het geheel doet echter twijfelen. Alles bevindt zich hoe dan ook met grote zekerheid op het grondgebied dat in de oudheid eigendom was van Herodes Atticus, die in de hele omgeving een zeer uitgestrekt landgoed bezat. Op de site bevond zich ook een boerderij die door latere eigenaars werd omgevormd tot een villa. Ook hier zijn bouwelementen uit de Romeinse tijd terug te vinden.
De naam van de villa verwijst naar de naam die deze streek in de middeleeuwen kreeg en heeft te maken met de versieringen in de vorm van de ossenkoppen op de fraaie graftombe van Caecilia Metella die zich hier zo'n 450 meter vandaan bevindt.
In het jaar 1302, terwijl het graafschap Vlaanderen ver van Rome de koning van Frankrijk smadelijk terug naar huis stuurde, werd het domein aangekocht door kardinaal Francesco Caetani, een neef van paus Bonifatius VIII. Tijdens de 17de eeuw was in deze buurt een hospitaal gevestigd. Vanaf de 19de eeuw kwam het gebied onder controle van de basiliek Sint-Paulus buiten de Muren.
Sinds de verwerving door de Italiaanse staat werd de villa grondig gerenoveerd. In de tuin werden nieuwe bomen geplant. De bijgebouwen zijn omgetoverd tot ontvangstruimte voor bezoekers. Het hoofdgebouw, opgetrokken boven een Romeinse cisterne, herbergt vandaag kantoren, een conferentieruimte en het volledige archief van de journalist, schrijver, politicus, milieuactivist en Romeliefhebber Antonio Cederna (1921-1996) dat zijn erfgenamen aan de staat hebben geschonken.
Antonio Cederna, een archeoloog van opleiding, was een ongelooflijk gepassioneerde liefhebber van kunst, monumenten en Romeins erfgoed. Een aanzienlijk deel van zijn leven hield hij zich bezig met acties voor het behoud en de conservatie van de Via Appia en het bijhorende park. Het feit dat zijn uitgebreide archief, bestaande uit talrijke foto's, ongepubliceerde teksten, handgeschreven nota's en een bijzonder goed gedocumenteerde bibliotheek precies op deze plaats bewaard zal blijven is een bijzonder eerbetoon aan een ware Rome-liefhebber dat nauwelijks mooier kan zijn.
Villa Capo di Bove
Via Appia Antica 222
De villa is dagelijks gratis toegankelijk van 10 tot 16 uur.
Zondag open van 10 tot 18 uur.
De opgravingssite is op eenvoudige aanvraag eveneens te bezoeken.
Meer informatie krijg je op het tel. nr. 06 780 66 86.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 5 juli 2011. Bekijk het origineel.

