Grootmeester Andrew Bertie (Soevereine Militaire Orde van Malta) overleden

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Andrew Bertie, grootmeester van de Soevereine Militaire Orde van Malta, is tijdens de nacht van donderdag op vrijdag in Rome overleden. Hij was 78 jaar. Bertie, die op 15 mei 1929 in Londen geboren werd, stond sinds 1988 aan het hoofd van de religieuze lekenorde, die wordt beschouwd als een soevereine staat, die echter geen “echt” grondgebied heeft. Toch zijn er zo’n 90 landen die officiële diplomatieke betrekkingen onderhouden met deze Orde van Malta. Een Grootmeester van de Orde van Malta krijgt in alle katholieke landen dezelfde ontvangst als een gewoon staatshoofd en wordt overeenkomstig behandeld. De Orde heeft haar eigen instellingen en heeft officiële vertegenwoordigingen bij de belangrijkste Europese landen, bij de Europese Commissie en bij de belangrijkste internationale organisaties. De residentie van de grootmeester bevindt zich aan de Via dei Condotti 68. De Orde van Malta telt 12.500 leden in 120 landen. De leden zijn actief op humanitair en medico-sociaal vlak. De Orde werd gesticht in 1048 en groeide uit tot een onafhankelijke kerkelijke orde. In 1113 stelde paus Paschalis II de orde onder rechtstreekse bescherming van de Heilige Stoel en verleende haar het recht zelf haar leider kiezen, zonder enige geestelijke of wereldlijke inmenging. De Orde van Malta kreeg als taak zieken en pelgrims te verzorgen en te verdedigen. Tegenwoordig legt zij zich toe op hulpverlening en liefdadigheid.

De leider van de kleinste soevereine staat ter wereld woont dus aan de Via dei Condotti 68, in het hoofdhuis van de Orde der Maltezer Ridders, ook wel de hospitaalridders genoemd of johannieters naar hun patroon, Johannes de Doper. De Orde werd opgericht om de zieken en gewonden tijdens de kruistochten in het Heilig Land te verzorgen en om tijdens deze gevaarlijke onderneming de (veld)hospitalen van personeel te voorzien. De Orde ging echter al spoedig ook een militaire rol spelen. Aan het einde van de 12de eeuw trokken de Ridders zich terug op Rhodos, van waaruit ze, tot hun uitwijzing door de Turken in 1522, overal in het Midden-Oosten allerlei geheime operaties uitvoerden. Dat leverde hun, behalve een enorme kennis, ook een groot netwerk van informanten op. Daarna leidde de Orde een symbolisch bestaan op Malta, tot ze door de verovering van dit eiland door Napoleon opnieuw in ballingschap moesten, dit keer in Rome.

Op dat ogenblik waren de Ridders hun oorspronkelijke religieuze en politieke betekenis vrijwel kwijtgeraakt. Niettemin, net als een archaïsche wet die nooit is ingetrokken, bezit de Orde vreemd genoeg ook vandaag nog steeds de status en de privileges van een onafhankelijke nationale staat, met onder meer het recht om zelf munten te slaan, postzegels te drukken, autokentekens uit te geven, een koopvaardijvloot te laten varen en paspoorten te verstrekken aan zijn diplomaten en andere begunstigde lieden. Net als bijvoorbeeld organisaties zoals Opus Dei is de Orde ontheven van de jurisdictie van plaatselijke bisschoppen, omdat zij officieel, na zoveel eeuwen, nog steeds rechtstreeks onder het gezag van de paus valt. In de praktijk betekent dit dat de Orde vrijwel autonoom werkt.

Het (aan de buitenzijde) onopvallende paleis aan de Via dei Condotti nr. 68 is in het bezit van de Orde sinds de 17de eeuw. Vroeger waren de ridders gehuisvest in een residentie op het domein aan de Piazza dei Cavalieri di Malta op de Aventijn. Dat is het befaamde pleintje waar je, wanneer je door het sleutelgat van de grote (altijd gesloten) deur kijkt, een volkomen uniek beeld ziet dat je regelmatig op Romeinse postkaarten terugvindt. Wat je daar precies kan zien, moet je zelf maar eens gaan bekijken. In ditzelfde domein ligt ook de officiële kerk van de Orde, de Santa Maria dell’Aventino, die echter meestal de Santa Maria del Priorato wordt genoemd. Zowel het paleis, de kerk als het park er omheen zijn extra-territoriaal gebied en dus niet onderworpen aan de Italiaanse wetgeving.

Het voormelde huis aan de Via dei Condotti (een bekende Romeinse straat die je ongetwijfeld kent van de vele dure modewinkels en van het legendarische Antico Caffé Greco) is de vaste residentie van de grootmeester. Een Grootmeester van de Orde van Malta krijgt in alle katholieke landen dezelfde ontvangst als een gewoon staatshoofd en wordt overeenkomstig behandeld. De Orde is zoals gezegd volledig autonoom en nauwelijks onderworpen aan het kerkelijke gezag. De Ridders houden zich bezig met sociaal werk en kunnen eender welke nationaliteit bezitten. Ze vormen echter een zeer exclusieve en elitaire orde, omdat de kernleden minstens twee eeuwen adeldom en 16 rechtstreekse voorvaderen moeten kunnen aantonen.

Er bestaan drie klassen binnen de Orde: de religieuzen, voor wie de strikte gelofte van kuisheid, gehoorzaamheid en armoede geldt, de tweede klasse belooft louter absolute gehoorzaamheid en de derde klasse (waar ditmaal ook vrouwen worden toegelaten) legt geen religieuze beloften af maar gaat ermee akkoord een voorbeeldige en christelijke levenswandel aan te houden. De bestuurskern van de Orde bestaat uit een dertigtal ‘geprofeste’ ridders (de Ridders van de Rechtvaardigheid). De Orde wordt effectief bestuurd door de Grootmeester, die wordt bijgestaan door een zogenaamd ‘generaal kapittel’, dat regelmatig bijeenkomt, medicijnen en medische uitrusting schenkt aan landen die het nodig hebben en haast overal in de derde wereld humanitaire arbeid verrichten.

De Ridders hebben ook vandaag nog eigen nummerborden op hun voertuigen, met de letters S.M.O.M. (Soevereine Militaire Orde van Malta). Ze geven nog steeds eigen postzegels, paspoorten en zelfs munten uit. De munteenheden zijn scudi en grani, maar deze worden echter nergens als betaalmiddel aanvaard. Het zijn louter symbolische eenheden maar ze bestaan wel en zijn zeer gegeerd bij muntenverzamelaars. Interessant om weten is nog dat de huidige Spaanse koning Juan Carlos I op 5 januari 1938 in ditzelfde huis aan de Via dei Condotti werd geboren omdat zijn ouders op dat moment in ballingschap waren en beroep deden op de diensten van de Maltezer ridders. Als wederdienst doet de ambassade van Spanje ook vandaag nog tevens dienst als consulaat/administratief centrum voor en van de Maltezer Ridders.

Andrew Willoughby Ninian Bertie, behorende tot de Britse adel, werd geboren te Londen op 15 mei 1929. Na zijn opleiding aan het Benedictijner College of Ampleforth, studeerde hij Moderne Geschiedenis aan het Christ Church College te Oxford en daarnaast Oosterse en Afrikaanse talen aan de Universiteit van Londen. Hij is officier van de Scots Guards. Ruim 23 jaar doceerde hij Frans, Spaans en Russisch aan de school van de Benedictijner Worth Abbey in Zuid-Engeland. In 1956 werd hij toegelaten tot de Orde van Malta. Vanaf 1962 gaf hij leiding aan de jaarlijkse Britse bedevaart naar Lourdes; hij is tevens permanent lid van de Hospitalité de N.D. de Lourdes. In de jaren 1979-1981 was hij Regent van het Britse Sub-Prioraat van de ‘Blessed Adrian Fortescue’. In 1981 werd hij lid van de Souvereine Raad; op 8 april 1988 werd Frà Andrew gekozen tot 78ste Grootmeester van de Orde. Hoewel Bertie geen priester is, bekleed hij officieel wel de rang van rooms-katholiek kardinaal.

www.orderofmalta.org

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 9 februari 2008 op het Romenieuws-archief.