De Italiaanse politie heeft het hoofd van een antiek beeld teruggevonden dat vermoedelijk Agrippina de jongere voorstelt, de moeder van keizer Nero. Het hoofd werd ongeveer 25 jaar geleden gestolen in Pompeii en maakte deel uit van een standbeeld dat zowat 2000 jaar geleden werd vervaardigd. De politie kwam het kunstvoorwerp op het spoor toen een 62-jarige man het probeerde te verkopen via een antiekhandelaar uit Piacenza. De politie voert al jaren strijd tegen de ‘tombaroli’, dieven die het gemunt hebben op archeologische sites en graftombes. Volgens het Amerikaanse Federal Bureau of Investigation (FBI) is met de internationale illegale handel in antieke voorwerpen een bedrag gemoeid van ruim 4 miljard euro.
Julia Agrippina, bijgenaamd Agrippina Minor of de Jongere (15-59 n. Chr.), een dochter van Germanicus en Agrippina Maior, sloot in 28 haar eerste huwelijk met Gnaeus Domitius Ahenobarbus bij wie zij een zoon kreeg, Lucius Domitius Ahenobarbus. In 39 werd ze door keizer Caligula verbannen maar een paar jaar later teruggeroepen naar Rome door haar oom, keizer Claudius I, met wie zij na de dood van zijn echtgenote, Messalina, in 49 trouwde.
Ter ere van Agrippina werd in het jaar 50 haar geboorteplaats Oppidum Ubiorum herdoopt in Colonia Claudia Ara Agrippinensium (de huidige stad Keulen in Duitsland). Al intrigerend bracht zij Claudius (die zij geheel overheerste) in 50 ertoe haar zoon uit haar eerste huwelijk, sindsdien Nero genaamd, als zoon en opvolger te adopteren. De wettige erfgenaam, Claudiusx92 eigen zoon Britannicus, werd hiermee gepasseerd. Nadat Claudius in 54 was gestorven, domineerde Agrippina ook de inmiddels keizer geworden Nero.
Haar tomeloze heerszucht verwekte echter groeiende oppositie en ook Nero begon genoeg van haar te krijgen. Al eerder was Agrippina, in een periode van wrijving, als tegenzet de terzijde geschoven Britannicus gaan beschermen, totdat Nero hem in 55 liet vergiftigen. Vier jaar later werd op Nero’s bevel voor Agrippina een schipbreuk gexebnsceneerd. Toen deze moordaanslag mislukte, stuurde Nero, in paniek geraakt en mede aangezet door zijn minnares Poppaea Sabina, soldaten naar haar villa in Baiae, die haar vermoordden (verhaald door Tacitus, Annales, XIV 1×968).
Hoe het met Nero zelf afliep is bekend. Hij werd op zeventienjarige leeftijd uitgeroepen tot keizer van Rome. Hij liet vele van zijn politieke vijanden vermoorden. Tweederde van Rome brandde af tijdens Nero’s regeerperiode, maar hij bouwde de stad weer op en stelde daarbij een aantal brandvoorschriften op. Doorheen die woelige tijden wijdde Nero zich in deze periode reeds hoofdzakelijk aan allerlei liefhebberijen, maar toch werden vooral de provincies goed bestuurd. Dat gebeurde dankzij kundige stadhouders (Galba, Suetonius, Paullinus, Vespasianus, Corbulo) en de feitelijke rijksbestuurders Burrus en Seneca.
Nero wist zich echter van iedere invloed en controle vrij te maken en verloor gaandeweg zijn greep op de werkelijkheid. Drie jaar nadat hij Agrippina liet vermoorden stierf Burrus en trok Seneca zich terug. Nero liet zich van zijn vrouw Octavia (de dochter van Claudius) scheiden en liet haar vervolgens doden. Daarna huwde hij zijn minnares Poppaea Sabina. Hierna gaf hij zich vrijwel volledig over aan zijn hobby’s. Omstreeks het jaar 60 stichtte hij nog nieuwe spelen, waarin hij bij voorkeur ook zelf als voordrachtskunstenaar, acteur en wagenmenner optrad, dit tot groot ongenoegen van de conventionele en verwende Romeinen. Nero dacht dat alleen de Grieken zijn prestaties zouden waarderen en maakte daarom van 67 tot 68 een tournee in Griekenland.
Ondertussen leidde zijn machtsbesef tot machtswellust. Zijn uitspattingen en de oorlogen in Britannia en in het Oosten zorgden voor een lege schatkist. Nieuwe inkomsten werden verkregen door muntverslechtering en confiscatie, het laatste veelal via processen wegens majesteitsschennis.
Nadat in 64 zowat tweederde van Rome door brand verwoest was, verdacht men Nero er ten onrechte van (ondanks zijn verdiensten voor de wederopbouw van de stad) de brand te hebben gesticht, o.a. omdat hij op het vrijgekomen terrein voor zichzelf een schitterend paleis, de Domus Aurea bouwde, dat zich uitstrekte van de Palatijn tot de Esquilijn. Hij leidde de verdenking in de richting van de christenen, die hij meedogenloos liet vervolgen.
Na latere branden in Rome bouwde Trajanus de naar hem genoemde thermen op de Esquilijn, waaronder later resten van de Domus Aureus zijn teruggevonden. De Domus Aurea is door recente instortingen momenteel nog steeds gesloten voor het publiek. De site wordt volop gerestaureerd en zal in de toekomst opnieuw worden opengesteld voor bezoek in kleinere groepjes.
Ook de Sala Ottagonale, de achthoekige eetkamer, waar Nero’s fameuze banketten zich hebben afgespeeld, die enkele jaren geleden vooraan de Palatijnse heuvel, vlakbij het Colosseum, werd ontdekt wordt momenteel nog onderzocht en gerestaureerd. Die kamer, door verhalen en schrijvers uit de oudheid overgeleverd als een ingenieuze plek die 24 uur per dag zeer precies mee bewoog met de omwenteling van de aarde en die op het plafondgewelf vermoedelijk ook bepaalde sterrenstelsels en astronomische symbolen toonde, zal in de toekomst eveneens worden geopend voor het publiek, al kan dat nog een tijdje duren.
Doordat de keizer zich vooral bij de Senaat gehaat had gemaakt, ontstonden samenzweringen als die van Piso (65). Seneca en diens neef, de dichter Lucanus, werden als medeplichtigen tot zelfmoord gedwongen. Na de dood van Poppaea (65) volgden nog meer gerechtelijke moorden, o.a. op Petronius (66) en Corbulo (67). In het Oosten werd de Parthische prins Tiridates koning van Armenixeb, terwijl de joden opnieuw in opstand kwamen. Mucianus werd naar Syrixeb gestuurd en Vespasianus naar Judaea. Deze en andere generaals wisten aan de rijksgrenzen successen te boeken.
In 68 was de maat vol. Op aandrang van Vindex (stadhouder in Gallixeb) verklaarde Galba in Spanje zich tegen Nero, terwijl in Africa ook een opstand uitbrak. De Senaat en ook de pretorianen, die waren omgekocht, lieten Nero in de steek; hij vluchtte uit Rome en pleegde zelfmoord. Met hem stierf de Julisch-Claudische dynastie uit.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 6 november 2012. Bekijk het origineel.

