Gelegenheidsmunt voor 2000ste sterfdag van Titus Livius

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Goed nieuws voor verzamelaars: Italië heeft een gelegenheidsmunt van 2 euro uitgebracht met als thema de 2000ste sterfdag van Titus Livius. De oplage bedraagt 1,5 miljoen stuks. Op de munt staat de buste van Livius afgebeeld, ontleend aan een werk van Lorenzo Larese Moretti (1858-1867). De ontwerpster van de munt is Claudia Momoni (de initialen C.M. aan de linkerzijde van de munt verwijzen naar haar). Eveneens links zie je de letters RI die verwijzen naar het uitgifteland (Repubblica Italiana).

Rechts zie je ’17 en ‘2017’, respectievelijk het geboortejaar en het overlijdensjaar van Livius, evenals het muntteken van de Munt van Rome (R) rondom een cirkel van punten en het opschrift ‘TITO • LIVIO’. Eerder dit jaar bracht Italië ook al een munt uit ter gelegenheid van de 400ste verjaardag van de voltooiing van de bouw van de San Marcobasiliek in Venetië.

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius werd in 59 v. Chr geboren in Patavium, het huidige Padua, en stierf daar in 17 na Chr. Hij was bevriend met keizer Augustus en beschouwde het als zijn levenstaak de geschiedenis van Rome te beschrijven vanaf de stichting van de stad tot aan zijn tijd. Dat was een ontzaglijk karwei dat Livius na gedurende veertig jaar haast ononderbroken werk uiteindelijk heeft volbracht.

Het werk, Ab urbe condita (Sinds de stichting van de stad) getiteld, omvatte 142 boeken en liep tot aan de dood van Drusus in 9 na Chr. Vele boekdelen gingen helaas verloren, een enorm verlies voor onze kennis van de oudheid. De boeken die bewaard bleven zijn de delen 1-10 (tot 293 v. Chr.), 21-30 (Tweede Punische Oorlog, 218-201 v. Chr.) en 31-45 (Macedonische oorlogen tot 167 v. Chr.).

Livius streefde niet zozeer naar het opsporen van de ware toedracht van de gebeurtenissen, maar wilde zijn lezers alleen maar het grootse verleden van Rome, dat van kleine stad tot wereldmacht was gegroeid, als spiegel voorhouden en tevens tonen hoe het Romeinse volk tot het zedelijk verval van zijn eigen tijd had kunnen geraken. Op deze wijze leverde hij als geschiedschrijver zijn aandeel aan het geestelijk reveil dat het programma vormde van de politicus Augustus.

Zijn werk werd door zijn tijdgenoten en de volgende generaties zodanig bewonderd dat vrijwel alle oudere Latijnse geschiedwerken, waaruit Livius rijkelijk geput had (daarnaast vooral ook uit het werk van de Griek Polybius), in de vergetelheid raakten en eveneens verloren zijn gegaan.

Van de niet-bewaarde boeken van de Ab urbe condita kan men wel grotendeels de inhoud nagaan aan de hand van in de keizertijd gemaakte verkorte edities, Epitomae Livianae, die veel geraadpleegd zijn door latere schrijvers zoals Florus, Eutropius, Orosius, Julius Obsequens, en vele anderen. Ook de Periochae bleven bewaard, deze geven een zeer summier overzicht van de inhoud van ieder boek.

Het werk van Livius was gebaseerd op de traditie van de annalisten, schrijvers van jaarboeken. Met annalen wordt een vorm van geschiedschrijving bedoeld waarbij gebeurtenissen summier en op strikt chronologische wijze jaar voor jaar worden beschreven. Het begrip annalen is afgeleid van het Latijnse annus (een jaar) zoals gebruikt in de betekenis van libri annales of jaarboeken.

Livius nam hun methodes over en verbeterde ze. Op basis hiervan kan men hem beschouwen als de grootste en de laatste van de annalisten. Nieuwe wegen in de geschiedschrijving heeft hij echter niet gewezen. Als geschiedschrijver vertoonde Livius vele tekorten, maar anderzijds bezat hij kwaliteiten die aan het werk zijn grote faam, niet in de laatste plaats als schoolboek, hebben gegeven.

Livius was bovendien een goede verteller, altijd een handige eigenschap om geschiedenis boeiend en begrijpelijk te maken, wat duidelijk naar voren treedt in zijn beroemde beschrijving van de Tweede Punische Oorlog. Hij maakte veel gebruik van redevoeringen, niet alleen om zijn personen te karakteriseren, maar ook meer dan eens om een politiek standpunt uiteen te zetten of een morele beginselverklaring af te leggen.

Als stilist zette Livius de lijn van Marcus Tullius Cicero voort, maar dan op een persoonlijke wijze. Zijn taalgebruik wordt gekenmerkt door volheid en zuiverheid, in tegenstelling tot de stugheid en kunstmatigheid van Sallustius. In zijn uitdrukkingsvorm is de traditionele starre scheiding tussen de taal van het proza en die van de poëzie vervaagd. Livius heeft niet de pretentie gehad een geleerd werk te schrijven. Hij wilde veeleer een episch dichter in proza zijn, en hierin is hij zeker geslaagd, in het bijzonder in de eerste tien boeken.

De Ab urbe condita in het Latijn

De Ab urbe condita in het Nederlands vertaald

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 27 september 2017. Bekijk het origineel.