Fibula’s is de naam van een kleine tentoonstelling over het kledingaccessoire die archeologen het meest vinden: fibula’s. Met deze spelden werden kledingstukken dichtgemaakt, vooral mantels. De expo is nog tot 7 januari 2018 te bekijken in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. In de museumvitrines van de tentoonstellingsruimte (naast de vaste collectie Archeologie van Nederland, op de tweede verdieping) liggen bijna vierhonderd fibula’s. Het zijn vakkundig gemaakte en vaak prachtige voorwerpen. Ze vertellen veel over het leven en de mode in de oudheid en de Middeleeuwen.
Fibula’s kwamen in Nederland voor van de Bronstijd, rond 1000 v. Chr., tot circa 1000 na Chr. De tentoonstelling toont exemplaren uit alle periodes, afkomstig uit nederzettingen, begraafplaatsen en heiligdommen. Driekwart komt uit Nederland, de rest uit heel Europa. Fibula’s waren modegevoelig en hun vorm veranderde steeds. Mannen droegen altijd één mantelspeld, in de regel op de schouder. Vrouwen gebruikten vaak verschillende fibula’s om jurken, rokken en mantels te sluiten. De spelden werden massaal gesmeed of gegoten. Meestal werden ze gemaakt van brons, maar soms ook van edelmetaal. Veel fibula’s hebben de vorm van een dier of gebruiksvoorwerp, en sommige zijn voorzien van een tekst.
De oudste in Nederland gevonden spelden hebben twee grote schijven en heten daarom ‘brilfibula’. Maar het talrijkst in de meeste museumcollecties zijn de Romeinse fibula’s. Net vóór het begin van onze jaartelling kwamen Romeinse legers naar onze streken. In hun kielzog namen ze handelaars, handwerkslieden en hun families mee. Ze introduceerden veel nieuwe fibula-types waarvan vele exemplaren uiteindelijk in de bodem terechtkwamen.
De fibula’s die je kan zien op deze tentoonstelling komt uit de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden, maar ook uit de collectie van Museum Het Valkhof in Nijmegen. Daarnaast liggen er fibula’s uit verschillende privé-verzamelingen in de vitrines. De tentoonstelling Fibula’s is gemaakt in samenwerking met dr. Stijn Heeren, coördinator van het project Portable Antiquities of the Netherlands (PAN). Het project is in het najaar van 2016 gestart om alle metaalvondsten in kaart te brengen, met name voorwerpen die met metaaldetectoren gevonden zijn. Het is gebaseerd op het succesvolle Portable Antiquities Scheme (PAS) in Groot-Brittannië, dat heeft aangetoond dat metaalvondsten uit privécollecties het beeld van het voorkomen en de verspreiding van allerlei types voorwerpen behoorlijk kunnen veranderen.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 20 februari 2017. Bekijk het origineel.

