Wie nog eens in Rome komt, moet beslist een keer de moeite doen om de Gianicolo-heuvel op te wandelen. Er rijdt ook een busje naartoe, maar te voet zie je onderweg zoveel meer. Best doe je dat via de Passeggiata di Gianicolo. Je komt dan op een zeker ogenblik langs de Rampa della Quercia. Dat is een lange, slingerende trap, waarmee niet alleen de klim tot bovenaan de Gianicolo een aanzienlijk stukje wordt ingekort, maar waar je onderweg ook de beroemde Eik van Tasso voorbij komt. Eik, met hoofdletter, jawel, al blijft er steeds minder over van de vroeger zo statige boom…
De zogenaamde Quercia di Tasso is een oude, al jaren dode eik, die sinds een blikseminslag in 1843 in een metalen draagbalk wordt rechtgehouden. Echt veel, behalve een stuk dood hout, schiet er tegenwoordig niet meer van over,. Het is echter tegen deze eikeboom dat de beroemde Italiaanse renaissance-dichter Torquato Tasso (1544-1595) aan de vooravond van zijn dood al de ellende van zijn leven heeft zitten overpeinzen. Dat staat ook te lezen op een herdenkingsplaat, bevestigd op het monumentje achter het stuk eikenhout.
De bewijzen van Tasso’s aanwezigheid in Rome mogen dan tot vandaag nog tastbaar zijn, de man leefde alleszins een leven vol problemen. Torquato Tasso was paranoïde en leed aan achtervolgingswaanzin. Zeven jaar lang verbleef hij in een inrichting. Tasso stierf op 25 april 1595 in het nabijgelegen klooster van Sant’Onofrio. Ironisch genoeg precies de dag voordat hij door paus Clemens VIII op het Capitool met de dichterskroon zou worden vereerd.
Op de eerste verdieping van het klooster bevindt zich overigens een klein Tasso-museum met manuscripten en oude uitgaven van zijn werk. De schrijver zelf ligt in de gelijknamige kerk uit 1439 begraven tegen de rechterwand van de eerste kapel links. Tegen de linkerwand van deze kapel staat een monument voor Tasso. Naar verluidt was dit zijn oorspronkelijke grafsteen. De kerk heeft drie klokken, waarvan de kleinste de ‘klok van Tasso’ wordt genoemd omdat ze, toen de dichter-schrijver stervende was, werd geluid tot hij zijn laatste adem had uitgeblazen.
Torquato Tasso wordt beschouwd als de belangrijkste Italiaanse dichter van het eind van de renaissance. Zijn epos over de Eerste Kruistocht, Gerusalemme liberata,(1575) is zijn bekendste werk en wordt beschouwd als het epos van de Contrareformatie. In dit gedicht probeerde Tasso de klassieke heroïsche epiek te verenigen met de strenge religieuze en historische richtlijnen van die tijd en introduceerde hij zijn vernieuwende techniek waarbij hij op overtuigende wijze fantastische en romantische elementen liet samenkomen. De slechte ontvangst van het gedicht en de tijdsomstandigheden dwongen Tasso echter tot het aanbrengen van aanzienlijke veranderingen, wat resulteerde in een duidelijk mindere versie, de Gerusalemme conquistata (1593).
Torquato Tasso, geboren op 11 maart 1544 in Sorrento, was een zoon van de hofambtenaar en dichter Bernardo Tasso (1493–1569) en trad in 1565 in dienst bij kardinaal Luigi d’Este aan het hof van Ferrara. In 1572 vervoegde hij diens broer Alfonso II. Ondermeer zijn pastorale Aminta (1573), die door haar frisse lyriek en sensualiteit een model zou worden voor latere Europese herdersspelen werd daar opgevoerd.
Tasso heeft jarenlang gewerkt aan een groot epos over de kruistocht van Godfried van Bouillon, waarbij hij teruggreep op zijn jeugdwerk Rinaldo (1562). Dit was eigenlijk Gerusalemme liberata(voltooid in 1575), zijn beroemdste werk, dat, eerder dan als heldendicht, belangrijk is door de talloze, bijzonder levendige episodes gewijd aan de liefde. Tasso’s overgevoelige natuur met paranoïde accenten veroorzaakte intussen een aantal incidenten aan het hof, zodat hij ten slotte in 1579 zeven jaar lang in een inrichting werd vastgehouden.
In 1586 werd hij aan het hof van Vincenzo Gonzaga in Mantua opgenomen, maar reeds in 1587 begon hij weer een zwervend leven. Van 1587 tot 1592 werkte hij aan een totale herziening van de Gerusalemme liberata, die geen kerkelijke goedkeuring had gekregen. Deze versie, Gerusalemme conquistata (1593), is zoals gezegd echter aanzienlijk minder van kwaliteit.
De lyrische inslag van Tasso’s werk, ook tot uiting komend in zeer fraaie liefdespoëzie in petrarkistische stijl, maakt hem alleszins tot de laatste grote vertegenwoordiger van de renaissanceliteratuur van zijn land. Zijn ongewone, sensitieve persoonlijkheid inspireerde Goethe tot zijn tragedie Torquato Tasso en Byron tot zijn The lament of Tasso, die beide echter veel verdichtsel aan het totaalbeeld toevoegen.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 27 april 2008 op het Romenieuws-archief.

