Een museum onder Piazza Navona

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Na een lange restauratieperiode waarbij het vroegere stadion van Domitianus onder handen werd genomen, is sinds enige tijd onder Piazza Navona een permanent museum geopend waarin, verdeeld over verschillende tijdsperiodes, wapens en wapenuitrustingen van de Romeinen worden getoond. Legionairs maar ook gladiatoren krijgen er bijzondere aandacht. De permanente expo is bijzonder interessant voor al wie interesse heeft in de technische aspecten en wapens die in de oudheid werden gebruikt en hoe deze uitrusting geleidelijk evolueerde tot geavanceerde en zeer efficiënte beschermingsmiddelen. Het museum (ingang langs Via di Tor Sanguigna 3) is alle dagen open van 10 tot 19 u. (op zaterdag tot 20 u.). De toegang bedraagt 8 euro (6 euro met korting). Kinderen tot 12 jaar mogen gratis binnen.

Het is vandaag moeilijk te geloven, maar de wijk rond Piazza Navona was in het Oude Rome een grote open ruimte met parken, baden en theaters. Hier lag het Marsveld, de vlakke, laag gelegen aanslibbingsvlakte in de bocht van de Tiber. Die fungeerde als oefenterrein voor de legioenen en was het centrum voor sport, spel en ontspanning. Behalve het fraaie plein dat nog zeer goed de vorm van het vroegere stadion van Domitianus (81-96) bewaard heeft, herinnert niets meer aan die tijden.

In tegenstelling tot de Grieken hadden de Romeinen weinig belangstelling voor atletiek. In Rome was atletiek voor het eerst in 186 v. C vertoond als onderdeel van de triomftocht van een zegevierende legeraanvoerder. Griekse atleten hadden daarbij, zoals de traditie het wilde, naakt met elkaar gestreden in de pentatlon of vijfkamp, die bestond uit de onderdelen speerwerpen, verspringen, hardlopen, worstelen en discuswerpen.

Keizer Augustus keek weleens graag naar Griekse atletiek maar kwam er nooit toe om, zoals in Griekenland, ook in Rome dergelijke grootse spelen te organiseren. Enkele keizers probeerden spelen in te richten in navolging van de Olympische Spelen. Zo werd atletiek onder Nero zelfs even populair, maar alleen de gehate despoot Domitianus (81-96), slaagde erin een periodiek terugkerende reeks ‘Griekse’ spelen in te voeren.

In 86 na Chr. stelde hij de ‘Agon Capitolinus’ of Capitolijnse spelen in, waarbij door de keizer toegekende prijzen werden verleend voor hardlopen en welsprekendheid, boksen en Latijnse dichtkunst, discuswerpen en Griekse poëzie, speerwerpen en muziek.

Het probleem was echter dat de Romeinen enkel geïnteresseerd waren in wagenrennen en gevechtspelen tussen gladiatoren onderling of tussen gladiatoren en wilde dieren. Domitianus zette echter door en bouwde, kort na de opening van het Colosseum tussen 82 en 86 na Chr., het Circus Agonalis. ‘Agones’ betekende wedstrijd en werd met de tijd verbasterd tot “n’agona” wat nog veel later Navona werd.

Het stadion was eigenlijk niet nieuw, het was de stenen uitbreiding van een eerder stadion van hout en aarde dat door Julius Caesar op deze plaats, de huidige Piazza Navona, was aangelegd en door Nero herbouwd werd. Het Circus Agonalis was 275 lang en 106 breed en bood plaats aan 30.000 toeschouwers.

Voor de geestelijke oefeningen bouwde Domitianus het Odeon, een theater voor tienduizend toeschouwers dat net ten zuiden van het Circus Agonalis lag. Het was geïnspireerd op het Odeon dat Pericles liet bouwen onder de Acropolis voor muziekwedstrijden tijdens de grote festivals.

Het huidige palazzo Massimo tegenover de Sant’ Andrea della Valle volgt de kromming van de cavea van het verdwenen Odeon, op de kleine Piazza de’ Massimi staat nog steeds een zuil die tot dit theater behoorde.

In het Circus Agonalis, dat in de geschiedenisboeken zou geraken als het stadion van Domitianus, werden dus geen wagenrennen georganiseerd zodat er ook geen spina of afscheiding in het midden was, hier werd niet gevochten en vloeide geen bloed.

Het stadion diende louter voor de zogenaamde Agon Capitolinus waarbij de atleten Griekse of oosterse professionals waren die voor veel geld en grote eer met elkaar wedijverden. Ook gewone, sportieve burgers mochten deelnemen.

De belangrijkste wedstrijd was de vijfkamp die bestond uit speer- en discuswerpen, worstelen, lopen (178 m) en verspringen. De spelen overleefden wel hun stichter maar omdat de Agon Capitolinus slechts om de vier jaar werden georganiseerd en bestemd waren voor een select publiek, konden ze nooit wedijveren met de bijna dagelijkse munera of gevechtspelen in het Colosseum en de wagenrennen in het Circus Maximus.

De grote massa vond de ‘agones’ compleet kleurloos en erg saai. De elite vond ze wegens de naaktheid der deelnemers te exotisch en zedenloos. Met zo’n mentaliteit zou geen mens vandaag nog een voetbalwedstrijd, een rondje veldrijden of een sportfestival organiseren.

We weten met zekerheid dat in het stadion van Domitianus in 230 na Chr. de 37ste uitgave van de Agon Capitolinus plaatsvond, maar daarna verhuisden de spelen naar Napels en verdwenen later van de kalender.

Nadat Constantius II (337-361) tijdens zijn bezoek aan Rome in 356 de marmeren beelden van het stadion van Domitianus naar Constantinopel had meegenomen, bleef er tijdens de vijfde eeuw nog slechts een ruïne over. In die toestand bleef het stadion van Domitianus vrijwel ongewijzigd tot 1450.

De buitenkant van het stadion bestond uit twee rijen boven elkaar liggende bogen, de eerste steunend op Ionische zuilen in travertijn, de tweede op Corinthische. Op de begane grond waren er onder deze structuur drie parallelle wandelgangen die rondom het stadion liepen en waarlangs zich winkeltjes en bordelen bevonden. Het woord ‘fornicare’, Italiaans voor ontucht plegen, komt van ‘fornice’ dat boog of gewelf betekent.

Aan de lange zijden waren er twee grote ingangen die de bezoekers naar de zitplaatsen op de trappen leidden. Een derde ingang met een zuilengalerij ervoor, bevond zich in het midden van de gebogen noordelijke zijde.

De huidige gebouwen en horecazaken rond Piazza Navona staan op de resten van de tribunes. In de Corsia Agonale, dat is het korte straatje van Piazza Navona in de richting van het Senaatsgebouw (palazzo Madama) zie je op het voetpad nog een stuk van een originele pijler die behouden bleef.

Vanaf 1447 werd de groentenmarkt die aan de voet van het Capitool gehouden werd, verplaatst naar de gehavende binnenruimte, de eigenlijke arena van het stadion van Domitianus. Daar bleef ze tot 1869 om dan te verhuizen naar de Campo de’ Fiori.

In 1485 werd de ruimte geplaveid en amper tien jaar later waren de rijen antieke zitplaatsen verdwenen onder woon- en eethuizen rond wat inmiddels een stadsplein was geworden. Onder de kelders van de horecazaken van Piazza Navona moeten nog fantastische archeologische schatten te vinden zijn.

Gaandeweg werd het plein steeds meer een plaats voor volksvermaak en volksspelen. De smalle Via della Cuccagna, die Piazza Navona met de Corso Vittorio Emanuele verbindt, herinnert aan het beklimmen van een met zeep ingesmeerde paal, de albero della cuccagna, de zogenaamde boom van het luilekkerland.

Toen hij nog kardinaal was liet de latere Spaanse paus Alexander VI Borgia (1492-1503) elke laatste donderdag van de maand op het plein stierengevechten organiseren, later werden er ook paardenrennen gehouden. Pas tijdens de zeventiende eeuw kwam de grote omwenteling. Er waren slechts twee decennia nodig om het volkse karakter van het plein om te vormen tot de huidige combinatie van okerkleurige gebouwen, twee kerken, drie fonteinen en een obelisk. Dat was de verdienste van paus Innocentius X Pamphili.

Domitianus Titus Flavius (51-96) was van 81 tot 96 keizer van Rome. Hij was de tweede zoon van Vespasianus en broer van de kinderloze Titus die hij opvolgde. Hij toonde zich van meet af aan een autocratische natuur, met harde, wrede kanten. Hij wilde niet de eerste (princeps) te midden van de burgers zijn, maar een meester over onderdanen.

Ook de Senaat wilde hij volledig tot werktuig van zijn absolute macht maken; vandaar dat hij zich het ambt van censor permanent (als censor perpetuus) liet opdragen, waardoor de samenstelling van de Senaat uitsluitend van hem afhankelijk werd. Hij liet zich ook graag vereren als dominus et deus (meester en god). Zijn gedachten gingen in de richting van een geforceerde hervorming van het principaat tot een hellenistisch godkoningschap.

Van de Romeinse aristocratie bleven reacties, o.a. in de vorm van samenzwering en opstand, niet uit. De keizer werd hierdoor in hoge mate achterdochtig, zodat hij een ware terreur tegen de Romeinse aristocratie ontketende. Er volgde een lange stroom processen wegens majesteitsschennis.

Voor het rijk als geheel toonde hij zich echter een bekwaam en krachtig bestuurder, die de bestuurstradities van zijn vader en broer grotendeels voortzette. Misbruiken strafte hij met ijzeren hand, zodat er bijvoorbeeld van afpersingen onder zijn bewind nauwelijks sprake kon zijn. Ook uit militair oogpunt verdient zijn bewind waardering.

De met Decebalus, de vorst der Daciërs, gesloten vrede was volstrekt niet zo dwaas en vernederend als weleens wordt verteld. De terugroeping van Agricola uit Britannia was niet misplaatst of onrechtvaardig, zoals de overlevering wil.

Domitianus’ optreden tegen de Chatti in Germanië was een succes en de aanleg van de limes in Germanië betekende een aanzienlijke verbetering van de grensverdediging. In 96 werd hij, vermoedelijk met medeweten van zijn vrouw Domitia Longina, de dochter van generaal en politicus Corbulo en de Praetoriaanse Garde het slachtoffer van een moordaanslag. Zijn nagedachtenis werd door de Senaat vervloekt. Met Domitianus eindigde ook de Flavische dynastie.

www.stadiodomiziano.com

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 22 februari 2015. Bekijk het origineel.