Vandaag verlaten we even Rome en maken we een tochtje naar de Eolische Eilanden, meer bepaald naar Lipari. Zelfs de grootste Italië-liefhebber moet al wat moeite doen om zich te verplaatsen naar de Eolische Eilanden, ook wel Liparische Eilanden (Isole di Lipari) geheten. Het is een vulkanische eilandengroep die tot Italië behoort (provincie Messina, Sicilië) en bestaat uit de bewoonde eilanden Lipari, Vulcano, Stromboli, Salina, Panarea, Filicudi, Alicudi en tien onbewoonde stukjes grond, in totaal ongeveer 115 km², die alles bij elkaar zowat 13.000 inwoners tellen. Weinig bekend is dat zich op het hoofdeiland Lipari een bijzonder fraai Romeins museum bevindt, het Museo Archeologico Regionale Eoliano ‘Luigi Bernabò Brea’, zoals het voluit heet. Het bevat vondsten die werden gedaan op de eilanden zelf maar vooral een unieke collectie artefacten toont die afkomstig zijn uit scheepswrakken in de omgeving.
De kans dat je zomaar even naar Lipari reist is niet zo groot, laat staan dat je er dan ook nog eens een museum gaat bezoeken. De meeste bezoekers komen hier immers voor de unieke natuur en om bergwandelingen te maken. De eilanden zijn alleen te bereiken met een vleugelboot vanuit Milazzo in Sicilië, die volgens een vast uurschema de verschillende eilanden aandoet. Zo’n boottochtje kan ruw zijn, zelfs bij mooi weer. In slechte weersomstandigheden of bij een enigszins wilde zee wordt er gewoon niet uitgevaren en kan je niet meer weg. Als je meerdere eilanden bezoekt moet je er dus rekening mee houden dat je er best een aantal dagen voor uittrekt. Op de meeste eilanden mag je de eigen wagen niet meenemen. Openbaar vervoer is er in overvloed. De eilanden hebben een exotische aanblik en het is soms moeilijk te geloven dat je nog steeds in Italië bent. De lekkernijen in de lokale trattoria en de wijnen uit de plaatselijke enoteca zijn echter zeer overtuigend.
De Liparische Eilanden (in de oudheid Lipara) waren reeds in het Neolithicum (7000-3000 v. Chr.) bewoond. De naam Eolische Eilanden danken zij aan de overlevering dat de god van de winden, Aeolus, op Stromboli zijn zetel had. Aeolus (of Aiolos in het Grieks), was in de Griekse mythologie een zoon van Hippotes, die door Zeus was aangesteld als bewaker van de winden. In de oudere sagen was hij een sprookjesachtige figuur, die de winden bijeengebonden hield in een leren zak en huisde op het ontoegankelijke eiland Aeolia (Homerus, Odyssee X, 2 vv.). In latere beschrijvingen is hij een koning en zijn de winden opgesloten in een berghol (Vergilius, Aeneïs I, 52). Het is aan deze figuur te danken dat de Liparische Eilanden ook wel de Eolische Eilanden worden genoemd.
Voorts luidde de sage dat zich in de omgeving de smidse van Hephaestus en de Cyclopen bevond. Vulcanus of Volcanus, de Romeinse god van het vuur en het smidswerk, werd reeds vroeg vereenzelvigd met de Griekse Hephaestus. Zijn smidse werd gelokaliseerd onder de Etna, waar hij met zijn Cyclopen o.a. de wapens maakte voor Aeneas (cf. Vergilius, Aeneïs VIII, 369–453). Men wijdde hem het op de vijand buitgemaakte wapentuig (Livius, Ab urbe condita I, 37, 5). Ter ere van Vulcanus en zijn echtgenote Maia vierde men op 23 augustus het feest van de Volcanalia, waarbij vissen uit de Tiber werden geofferd. De oudste cultusplek van Vulcanus was het zogenaamde Volcanal op het Forum Romanum in Rome, een ommuurde ruimte met o.a. een door Romulus opgericht altaar.
Omstreeks 1400 v. Chr. bestonden er belangrijke handelscontacten met het Myceense Griekenland. Nadien verdween de bevolking, totdat er ca. 580 v. Chr. een Griekse kolonie werd gevestigd. Later was er een Carthaagse vlootbasis, die door de Romeinen in 252 v. Chr. werd overmeesterd, waarna de eilanden bij Sicilië werden gevoegd. Tijdens het fascistisch regime vóór de Tweede Wereldoorlog dienden de eilanden als ballingsoord voor politieke gevangenen.
Lipari is het grootste eiland en ook meest toeristische. Maar ook Stromboli (930 m) is goed bekend en wordt vooral bezocht om een blik te werpen op zijn actieve vulkaan. Alle eilanden zijn trouwens van vulkanische oorsprong, wat behalve op Stromboli ook op Vulcano te merken is. Daar vind je eveneens nog quasi permanente vulkanische activiteiten. Op Salina en Lipari vind je wijnbouw (bekend zijn de zware, zoete wijnen van Lipari en de Malvasia van Salina), fruit, olijven en kappertjes. Voorts vormen visvangst (vooral tonijn en zwaardvis), samen met de afgraving en bewerking van puimsteen (op Lipari), de aluingroeves op Vulcano en toerisme de voornaamste bronnen van inkomsten.
De zeldzame bezienswaardigheden op de Eolische Eilanden (los van de natuurpracht) vind je vooral op Lipari (38 km²): de Dom (Duomo di San Bartolomeo, uit 1654) en het Museo Archeologico Eoliano. Op een vooruitspringende rots bevindt zich het castellum, dat o.m. de kathedraal en het voormalig bisschoppelijk paleis, thans het museum omsluit. Vlakbij bevindt zich ook een gerestaureerd Romeins amphitheater.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 25 februari 2014. Bekijk het origineel.

