Een bezoek aan de Santa Maria in Traspontina

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Begin november wordt de kleine Matteo gedoopt in Rome, het zoontje van een goede vriendin van één van onze bestuursleden. Dat gebeurt in de Santa Maria in Traspontina, een kerk van de karmelieten aan de Via della Conciliazione 14 in Rome. Het is een gebouw dat vele bezoekers nauwelijks een blik waardig keuren, laat staan dat ze er even binnenstappen.

Dat komt natuurlijk omdat iedereen in deze straat de blik voortdurend gericht houdt op de imposante Sint-Pietersbasiliek die in de verte opdoemt en zowat alle gebouwen aan de Via della Conciliazione figuurlijk in de schaduw stelt. Nochtans is de Santa Maria (del Carmelo) in Traspontina zeker een bezoekje waard en gebruiken we dit doopfeestje om er even bij stil te staan.

De Santa Maria del Carmelo in Traspontina (over de brug), soms ook wel Trans pontina geschreven, is in principe dagelijks toegankelijk van 6.30 tot 11.30 uur en van 16 tot 19 uur. De oorspronkelijke kerk is gebouwd door de uit Bologna afkomstige architect, beeldhouwer en schilder Ottaviano Nonni, beter gekend als Il Mascherino (1536-1606) of de kleine gemaskerde. Hij was een leerling van Giacomo Barozzi da Vignola en woonde destijds in de Via Borgo, een straat hier niet ver vandaan en die vandaag nog steeds zijn naam draagt: de Via del Mascherino.

Mascherino werkte aan de eerste plannen voor het Palazzo del Quirinale en hielp bij de bouw van een paar kerkjes aan de Via Giulia. Zelf ontwierp hij de grotere San Salvatore in Lauro (1591) aan het gelijknamlige pleintje aan de Via dei Coronari en de Bandini-kapel in de San Silvestro al Quirinale. Hij voerde ook het ontwerp uit dat Sangallo tekende voor de mooie gevel van de kerk San Spirito in Sassia, niet ver verwijderd van de Santa Maria in Traspontina.

De Santa Maria in Traspontina werd gebouwd op de plaats waar in de oudheid een Romeinse piramide stond, de zogenaamde meta van Romulus. Tot in de middeleeuwen dacht men dat deze piramide het grafmonument was van Romulus, de legendarische stichter van Rome. De nog steeds bestaande piramide van Cestius aan Porta San Paolo, aan het begin van de Via Ostiense, werd beschouwd als de meta van Remus. Petrarca vermeldt in een brief dat hij de ‘meta van Remus’ had bezocht. Volgens de overlevering werd de apostel Petrus gekruisigd ‘inter duas metas’, dus tussen twee ‘metas’.

Bij de Romeinen waren metas de palen (vaak obelisken) aan elk uiteinde van de spina van een circus. In het geval van Petrus zou ‘inter duas metas’ dan ook verwijzen naar het midden van de spina van het circus op de plaats waar vandaag ongeveer de Sint-Pietersbasiliek en het Sint-Pietersplein zich bevinden en dat werd aangelegd door Caligula en werd afgewerkt door Nero.

Maar een andere theorie verwijst niet naar de obelisken in het circus, maar naar de voormelde piramides, eentje vlakbij de Engelenburcht (dus op de plek waar nu de Santa Maria in Traspontina staat) en de andere bij de Porta San Paolo. Petrus werd dus ofwel gekruisigd halfweg de spina op de Vaticanus, op de oorspronkelijke plaats van de obelisk ofwel halfweg de meta van Remus en de meta van Romulus, op de plaats waar zich vandaag de San Pietro in Montorio bevindt. De apostel en eerste paus blijft voor verwarring zorgen.

Uiteraard kloppen de verhalen dat de piramides de grafmonumenten van Romulus en Remus zouden zijn helemaal niet. Het misverstand ontstond omdat de inscripties op de piramide van Cestius destijds volledig overwoekerd waren en een identificatie onmogelijk maakten. In de vijftiende eeuw had men inmiddels wel begrepen dat de bewuste piramide onmogelijk het graf van Romulus kon zijn en het antieke monument werd in 1499 dan ook afgebroken in opdracht van paus Alexander VI (Borgia). Dat gebeurde om de toegang tot de Sint-Pietersbasiliek te verbeteren in het vooruitzicht van het Heilig Jaar 1500.

Op de bronzen deuren van de basiliek en op de Giotto-triptiek in de Vaticaanse Pinacotheek kan men de zogenaamde piramide van Romulus die dus oorspronkelijk op de plaats van de Santa Maria in Traspontina stond nog altijd zien. Het is voor zover bekend de enige afbeelding van de piramide die de tijd trotseerde.

De huidige kerk werd gebouwd in 1566 om een vorig gebouw te vervangen dat in 1527 verwoest werd bij de Sacco di Roma, de beruchte plundering waarbij een ongedisciplineerd leger van 25.000 Duitse en Spaanse soldaten zich te buiten ging aan diefstal, vernieling, verwoesting, ontering, verkrachting en moord, een gevolg van de vijandelijkheden tussen keizer Karel V en paus Clemens VII.

Bij de heropbouw van de Santa Maria in Traspontina drongen de pauselijke artilleristen er bij architect Giovanni Sallustio Peruzzi (1511-1573) op aan de koepel van de kerk zo laag mogelijk te houden om hun schootsveld vanaf de Engelenburcht te vrijwaren. Een gevolg van die eis is dat de kerk nooit werd voorzien van een koepeltrommel en het gebouw relatief laag is. Ook het vorige gebouw, dat behoorlijk werd beschadigd door de voormelde plundering, lag in de vuurlinie van de pauselijke kanonniers en die fout wilde men niet meer maken.

De Santa Maria in Traspontina was overigens de parochiekerk voor de kanonniers van de Engelenburcht, dit verklaart het stuccodesign in de kerk. De eerste kapel rechts is gewijd aan de heilige Barbara, patroon van de artilleristen.

Giovanni Sallustio was de zoon van architect Baldassare Peruzzi. Voor de bouw van de kerkgevel gebruikte hij travertijn dat uit het Colosseum was gehakt. In die tijd fungeerde het Colosseum als een haast onuitputtelijke steengroeve waaruit naar believen bouwmateriaal kon gehaald worden voor de realisatie van kerken en paleizen.

Zo verdween vrijwel al het marmer uit het Colosseum. Het werd herbruikt in nieuwe gebouwen of gewoon verbrand om kalk te verkrijgen. Ook het ijzer waarmee de blokken steen en marmer in het Colosseum waren vastgezet was populair bij bouwers. Grote gebouwen zoals Palazzo Farnese en de Cancelleria zijn grotendeels opgetrokken met bouwmateriaal uit het Colosseum.

Aan deze plundering kwam pas een einde in 1749 toen Paus Benedictus XIV de historische waarde van het Colosseum inzag en het verdere gebruik als instant steengroeve volledig verbood. Hij wijdde het Colosseum als kerk ter nagedachtenis aan de lijdensweg van Christus en bouwde binnen in het monument een kruisweg. De grond van het amfitheater werd voortaan als heilig beschouwd vanwege het bloed van de christelijke martelaren dat hier in de oudheid vergoten werd. Indien deze paus niet had ingegrepen, had het Colosseum vandaag niet meer bestaan.

Het overdadige altaar van Carlo Fontana (1638-1714 ) met een zeventiende-eeuwse bronzen tabernakel dateert uit 1674 en omvat een oud Byzantijns icoon van de Madonna. Het is niet bekend hoe oud dit waardevolle icoon precies is. Kijk zeker ook even in de eerste kapel links waar een uiterst mooie vijftiende-eeuwse Pietà in terracotta te zien is. In de derde kapel links zie je links en rechts van het altaar de twee pilaren waaraan volgens de overlevering de apostelen Pieter en Paulus gebonden zouden zijn geweest tijdens hun marteling.

De tweede kapel rechts is de kerk is de nationale kapel van de Denen, toegewijd aan de heilige Knut die men hier San Canuto noemt. Knut IV was koning van Denemarken en de eerste Deense martelaar. De kerk bezit tevens een miraculeus Mariabeeld en schilderijen van Pomarancio, Pazzi en Cavaliere d’Arpino. De Santa Maria in Traspontina is de titelkerk van de Canadese kardinaal Marc Ouellet.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 28 oktober 2017. Bekijk het origineel.