Zoals je gisteren kon lezen is er een nieuw restauratieproject op komst voor de tempel van Venus en Roma, te situeren vlak tegenover het Colosseum. Vrijwel naast de boog van Titus op het Forum Romanum zie je de zijmuur van het klooster dat behoort tot de Santa Francesca Romana.
Ernaast en erachter bevinden zich de ruïnes van de tempel van Venus en Roma, ooit de grootste tempel van de stad. Bijna de hele ruimte tussen de basiliek van Maxentius en de boog van Titus werd ingenomen door een trappencomplex dat leidde tot het podium van de tempel van Venus en Roma.
Enkel het deel van de trappen tussen de boog van Titus en de zijmuur van de Santa Francesca Romana is vandaag nog zichtbaar. De tempel bestond uit twee ruggelings tegen mekaar geplaatste cellae. De eerste met de gevel in de richting van het Forum Romanum en het Capitool, was toegewijd aan de godin Roma Aeterna die de vergoddelijking was van de Eeuwige Stad.
De Romeinen volgden reeds vanaf de tweede eeuw v. Chr. de Griekse gewoonte om hun stad een goddelijke status te geven. De tweede cella met de gevel gericht naar het Colosseum, was toegewijd aan Venus, de mythische stammoeder van de stad, van het Romeinse Rijk, van alle Romeinen en van de Caesars in het bijzonder.
Venus, etymologisch aan de basis van het Nederlandse ‘wens’, is nu vooral bekend als de godin van de liefde en de schoonheid. Oorspronkelijk was ze een puur Romeinse godheid, maar al snel smolt ze samen met de Etruskische Turan en later met de Griekse Aphrodite.
De Romeinen beschouwden haar als de moeder van Aeneas zodat ze niet alleen vereerd werd door pooiers en prostituees als godin van het verlangen (wens), maar ook als Genetrix, de heilige verwekster van de Staat.
Als zoon van de sterveling Anchises en de godin Venus, wordt Aeneas door Homerus in de Ilias vermeld als de Trojaanse krijger die enkel door Hector overtroffen werd. Vanaf 525 v. Chr. werd Aeneas ook een bekende figuur in Italië en verscheen hij op Griekse kunstwerken bestemd voor de Etruskische markt.
De traditie dat Aeneas de stichter was, niet van de stad Rome maar van het Romeinse volk (de samenvoeging der Trojanen met de oorspronkelijke bewoners van Latium) had zich dus al diep ingeworteld toen Vergilius het op vraag van keizer Augustus in dichtvorm beschreef.
Venus, godin van de liefde, staat dus voor AMOR, zodat de ruggelingse schikking van de twee cellae Venus en Roma kan gezien worden als AMOR-ROMA. Dit palindroom moeten de Romeinen zeker al vroeg ingezien hebben, maar afgezien van een paar Pompejaanse inscripties is de vermelding in de antieke Latijnse literaire bronnen onbestaande.
Wel lezen we bij de schrijver-politicius Sidonius Apollinaris (430-489) de volgende indrukwekkende palindroom of spiegelzin: ‘Roma tibi subito motibus ibit amor’. Wat zoveel betekent als ‘Rome, voor jou zal liefde plots en vol passie komen’ of ook ‘voor jou zal Rome, plots door hartstocht Amor worden’.
Het is dus een bredere formulering van het aloude Amor-Roma. Ook het Nederlands kent enkele palindromen of keerwoorden zoals: nemen, netten, parterretrap, … Er bestaan ook palindroomdata, zoals 21 februari 2012 zijnde 21022012, de eerstvolgende is 2 februari 2020, zijnde 02022020.
Maar we keren even terug naar de Tempel van Venus en Roma. Die werd gebouwd in opdracht van keizer Hadrianus (117-138), voltooid door keizer Antoninus Pius (138-161) en later herbouwd door keizer Maxentius (306-312).
Omdat Hadrianus, die zelf de plannen tekende, niet bij machte of, waarschijnlijker, niet van plan was om een nieuw forum aan te leggen zoals verscheidene van zijn voorgangers, kreeg deze tempel de functie van uithangbord van de essentiële waarden van zijn keizerschap.
Het grondplan was zeer ongewoon, omdat het complex een verbindende schakel moest vormen tussen het oostelijk verlengde gedeelte van het Forum Romanum en het Colosseum dat tussen 72 en 80 na Chr. gebouwd werd.
De plaats, waar de afgevlakte Veliaheuvel lag, werd deels bezet door het atrium van het Domus Aurea dat keizer Nero hier liet bouwen en in dat atrium stond ook het enorme 35 m hoge beeld, de ‘Colossus’, dat Nero voorstelde en die het Flavische Amphitheater aan zijn veel beter bekende naam ‘Colosseum’ heeft geholpen.
Hadrianus had naar verluidt 28 olifanten nodig om het enorme bronzen beeld te verplaatsen voordat hij met de bouw van de tempel kon beginnen. Merk op hoe het complex de eerder gebouwde boog van Titus raakte, de inplanting van de hoekzuil is nog deels zichtbaar.
Het tempelcomplex van Venus en Roma moet destijds zonder meer indrukwekkend geweest zijn. Het was een open ruimte van 110 m bij 53 m en centraal verhief zich op een stylobaat (de bovenste trede, die tevens de vloer van de tempel vormde) met een rondom lopende trap in Griekse stijl, de dubbeltempel als een Korinthische ‘peripteros’ met tien marmeren zuilen van ongveer 1,8 m dikte aan de korte en twintig aan de lange zijden.
Ten noorden en ten zuiden van de centrale dubbeltempel lag een dubbele porticus met in het midden een propylaeum of voorportaal met zuilen van grijs graniet. Van die buitenste porticus werden in 1935 aan beide lange zijden enkele zuilen heropgericht. Architecturaal bouwde Hadrianus zo de enige ‘Griekse tempel’ van de stad, maar laat ons niet vergeten dat hij met het Pantheon ook de meest Romeinse herbouwde.
De tempel van Venus en Roma had geen uitgesproken achterzijde, wel lag het trappencomplex dat toegang gaf tot het grote podium aan de kant van het Forum Romanum, aan de kant van het Colosseum waren er op de hoeken twee kleine trappen.
De beide cellae waren met grote gemetselde halve tongewelven overdekt en waren in tegengestelde richtingen gekeerd met belendende oorspronkelijk rechte achterwanden. De blokken peperino waren overdekt met marmer. In elke cella stond tegen de gemeenschappelijke achterwand een enorm beeld, één van Roma, gezeten op een troon en één van Venus, eveneens gezeten.
Het gebouw zelf was opgetrokken uit baksteen en was geheel bedekt met wit marmer. In de tempel bij de cella van Venus bevond zich nog een altaar waar nieuw getrouwde paren offers konden brengen. Dit altaar werd geflankeerd door grote zilveren beelden van Marcus Aurelius en Faustina. De kolossale beeltenissen van Venus en Roma die zich in de cella bevonden, stonden echter in geen enkele verhouding tot de afmetingen van de tempel. Dit gaf aanleiding tot veel kritiek.
Toen de beroemde architect Appollodorus van Damascus erop wees dat de in de nissen gezeten figuren te groot waren (rechtop hadden ze hun hoofd gestoten zei hij) beging hij volgens Cassius Dio een fatale fout. Keizer Hadrianus was erg boos dat er kritiek kwam op zijn eigen ontwerp en liet Appolodorus in 130 verbannen. De architect zou later op valse beschuldigingen ter dood zijn veroordeeld en terechtgesteld. Nochtans was Appolodorus een zeer verdienstelijke architect die voor keizer Trajanus diens Forum en de Markten had ontworpen.
Na de brand in 307 (niet deze van 283) waarbij het dak en de cellae van de oorspronkelijke tempel verloren gingen, werd het tempelcomplex heropgebouwd door Maxentius (308-312). Daarbij werden beide cellae opgetrokken in baksteen en werd de vlakke scheidingswand vervangen door twee tegengestelde apsissen waarin de beelden van Venus en Roma werden geplaatst.
Tevens werd een tongewelf met stucco-caissons gebouwd, identiek aan deze van de naburige basilica van Maxentius. De zijmuren hadden nissen tussen de porfieren zuilen. De ingreep van Maxentius beperkte zich dus tot de centrale tempel, de omliggende porticus van Hadrianus bleef ongewijzigd.
De tempel bleef praktisch ongeschonden tot 625. Het dak met zijn bronzen pannen werd in dat jaar door Honorius I (625-638, de paus die de Curia op het Forum Romanum redde) afgebroken en gebruikt voor de Sint-Pietersbasiliek. Paus Paulus I (757-767) installeerde in het westelijke deel van de tempel het oratorium Santi Petri e Pauli in de Via Sacra.
Toen de Santa Maria Antiqua, die net onder de helling van de Palatijn lag, bedreigd werd door de bovenliggende ruïnes van het keizerlijk paleis, besloot paus Leo IV (847-855) deze kerk te sluiten en het oratorium in de tempel van Venus en Roma uit te bouwen tot een volwaardige kerk, de Santa Maria Nova, de huidige Santa Francesca Romana.
Andere bronnen situeren de verbouwing van het oratorium in het midden van de tiende eeuw. Feit is dat een zware aardbeving in het begin van de negende eeuw het tempelcomplex, en bij uitbreiding het hele Forum Romanum, hard heeft getroffen. Het was één van de zwaarste aardbevingen die Rome tot dusver heeft meegemaakt
Tijdens de daaropvolgende eeuwen werd de tempel van Venus en Roma geleidelijk afgebroken, waarbij grote delen van het ooit zo prachtige complex werden weggehaald om te gebruiken in andere gebouwen of simpelweg in de kalkovens verdwenen.
In de nabijheid van de boog van Titus werd zelfs een kalkoven teruggevonden met errond overblijfselen van de tempel. Zelfs in 1823, na de brand van de basiliek van Sint-Paulus buiten de Muren, werden nog altijd zuilen uit de tempel van Venus en Roma verzaagd en weggehaald om herbruikt te worden voor de nieuwe kerk. Zo werd de bouwkunst van de Romeinse oudheid steeds weer gerecupereerd en gewijzigd als dankbaar bouwmateriaal voor andere creaties.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 december 2019. Bekijk het origineel.

