De rijke details op de Boog van Septimius Severus

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Gisteren kon je lezen dat de imposante Boog van Septimius Severus vanaf januari volgend jaar een flinke restauratiebeurt zal krijgen. Deze triomfboog is één van de best bewaarde monumenten op het Forum Romanum. De restauratie gebeurt in opdracht van het Parco archeologico del Colosseo.

Vandaag bekijken we even enkele details op deze boog die in in de oudheid een onvoorstelbaar fraai architecturaal kunstwerk moet geweest zijn. Als je nog eens een wandeling maakt op het Forum Romanum, sta even stil bij het monument en probeer dan enkele details te identificeren. Je voelt jezelf terugkeren in de oudheid. We proberen heel bondig even te schetsen wat je ziet.

KANT COLOSSEUM
Helemaal bovenaan staat de wijdingsinscriptie.

Links boven de kleine boog zien we geheel bovenaan tussen de twee kolommen (zeer onduidelijk) de toespraak van Septimius Severus en de bevrijding van de stad Nisibis / daaronder een gevechtsscène / daaronder het vertrek van de soldaten / daaronder (dus juist boven de sluitsteen van de kleine linker boog) loopt een smalle fries die de keizerlijke overwinning toont / daaronder in de zwikken van de boog bevinden zich riviergoden.

Zwikken zijn bogen of van draagstenen voorziene tussenelementen die de binnenhoeken van een vierkante of veelhoekige structuur overspannen, en dienen om een ronde of veelhoekige bovenstructuur te ondersteunen

Op de voetstukken van de kolommen zien we links en rechts Romeinse soldaten met gevangen Parthen.

Rechts boven de kleine boog zien we geheel bovenaan tussen de twee kolommen de krijgsraad van Septimius Severus en de keizer die de veldslag leidt / daaronder toont men de onderwerping van Osroeën en de toespraak van Septimius Severus / daaronder ziet men de aanval op Edessa en de onderwerping van de stad / daaronder (dus juist boven de sluitsteen van de kleine rechter boog) loopt een smalle fries die de keizerlijke overwinning toont / daaronder in de zwikken van de boog bevinden zich riviergoden. Op de voetstukken van de kolommen zien we links en rechts Romeinse soldaten met geketende Parthen.

KANT CAPITOOL
Helemaal bovenaan staat de wijdingsinscriptie.

Links boven de kleine boog zien we geheel bovenaan tussen de twee kolommen de overgave van de stad en de verslagen Parthen / daaronder zien we de aanval op Seleukia en vlucht van de Parthen / daaronder (dus juist boven de sluitsteen van de kleine boog) loopt een fries met de afbeelding van de keizerlijke overwinning / daaronder in de zwikken van de boog bevinden zich riviergoden. Op de voetstukken van de kolommen zien we links en rechts Romeinse soldaten met gevangen Parthen.

Rechts boven de kleine boog zien we helemaal bovenaan tussen de twee kolommen de toespraak van Septimius Severus / daaronder de aanval op Ktesiphon en verovering van de stad / daaronder (dus juist boven de sluitsteen van de kleine boog) loopt een fries met de afbeelding van de keizerlijke overwinning / daaronder in de zwikken van de boog bevinden zich riviergoden. Ook hier zien we op de voetstukken van de kolommen we links en rechts Romeinse soldaten met gevangen Parthen.

Boven de middelste doorgang zweven Victories met trofeeën, aan hun voeten worden in de zwikken aan elke zijde van de grote boog de geniën van de vier jaargetijden afgebeeld.

Deze achterover leunende figuren zijn het prototype geworden van honderden dergelijke gestalten die gedurende eeuwen, hetzij gebeeldhouwd of geschilderd, de deuren van renaissancepaleizen en landhuizen in heel Europa hebben gesierd.

Merk op dat de keizer en zijn zoons, van wie de hoofden verdwenen zijn, steeds zuiver frontaal afgebeeld werden, wat behoort tot de kenmerken van de vormgeving uit deze periode. De afbeeldingen van Septimius Severus stralen onwrikbare standvastigheid uit, zoals in de scènes waarin hij zijn troepen toespreekt.

De soldaten zijn allemaal op dezelfde wijze afgebeeld en vormen daardoor en door de rommelige stijl van vertellen een amorfe massa. De figuren zijn plomp en gedrongen en de beweging is weinig expressief.

De schrijver Herodianus (170-240) vertelt in zijn Geschiedenis (III 9,12) dat Septimius Severus van het Parthische front een aantal schilderingen over het krijgsverloop naar Rome stuurde.

Deze werken werden wellicht gebruikt als basis voor de reliëfs op de boog. Dit zou de sterk picturale inslag van de panelen kunnen verklaren, waarop veel sterkere licht-donker effecten aanwezig zijn dan op symbolisch allegorische panelen.

Dit gaat niet ten koste van het didactische aspect, dat nu eenmaal in alle Romeinse kunst aanwezig was, omdat het gebrek aan eenheid werd gecompenseerd door een toename van het aantal symbolisch-expressieve elementen.

Bijvoorbeeld om de kracht van de Romeinse oorlogsmachinerie te illustreren zijn er veel wapens en militaire werktuigen zoals stormrammen afgebeeld, soms afzonderlijk en soms als prominent onderdeel van belegeringsscènes bij Parthische steden als Edessa, Seleucia en Ktesiphon.

De inname van deze steden, met name van Seleucia (links, op het onderste deel, kant Capitool) wordt benadrukt door een vernuftig lijnenspel. Men kijkt onderaan op één door de Romeinen aangevallen vesting als op een plattegrond, waarin de frontaal weergegeven Romeinse soldaten de stad met stormrammen belagen (rechtsonder).

Ook de gebouwen worden voor een deel in zuiver aanzicht geplaatst doordat zij op één als een richel naar voren komende grondlijst staan. De ruimte wordt daardoor vlak, wat achter elkaar staat komt daardoor onvermijdelijk boven elkaar te staan.

Linksboven, rechtsboven en linksonder slaan frontaal weergegeven Parthen te voet en te paard op de vlucht.

Kijken we uiteindelijk nog even naar de kleine fries waarop de triomftocht werd uitgebeeld met kleine figuren in hoogreliëf. Mensen, dieren en wagens werden er op ‘mechanische’ wijze weergegeven, zonder dat veel rekening werd gehouden met de anatomische verhoudingen, laat staan met de beweeglijkheid.

Toch zijn de taferelen op deze triomfboog, net als vele andere in Rome, evengoed stille getuigen uit de Romeinse oudheid. Het kan geen kwaad om eens een momentje stil te staan op het Forum Romanum en even te bedenken wat ze in de loop der eeuwen allemaal hebben ‘gezien’ en ‘meegemaakt’. Als stenen konden spreken, weet je wel…!

We herhalen nog even dat in opdracht van het Parco archeologico del Colosseo een erg mooi en interessant filmpje werd gemaakt, met veel uitleg en details over de komende restauratie en het monument zelf. Je kan het hier bekijken.


SEPTIMIUS SEVERUS – ACHTERGROND

Septimius Severus Lucius is in 146 na Chr. geboren in Leptis Magna, aan de Libische kust, en in 211 overleden in Eboracum, het huidige York. Hij was keizer van Rome van 193 tot 211.

Leptis Magna was in de Romeinse tijd een belangrijke haven- en handelsstad in Noord-Afrika, nabij het huidige Homs in Libië, aan de Middellandse Zee. Deze werd oorspronkelijk door de Feniciërs gesticht en wordt gedateerd in de tiende eeuw v. Chr. Leptis Magna maakte vanaf 23 v. Chr. deel uit van de Romeinse provincie Africa.

Al spoedig kwam het tot grote welvaart, getuige de resten van grote gebouwen, waarvan de meeste door particulieren werden gesticht, maar reeds in de tweede helft van de derde eeuw begon het verval en uiteindelijk verdween de stad onder het zand.

De officiële opgravingen, begonnen in 1920, zijn verricht door Italiaanse, en na 1945 ook door Britse en Amerikaanse archeologen. In het oude, deels nog onder Augustus gebouwde stadsdeel zijn resten van tempels, een theater en thermen opgegraven. Uit de tijd van Septimius Sev-erus dateert ondermeer het grote forum. De rijke vondsten zijn te zien in het museum van Tripoli en het antiquarium ter plaatse.

Septimius Severus werd consul in 190, stadhouder van Pannonië in 193 en werd daar door zijn legioenen na moord op Pertinax tot keizer uitgeroepen. Na een mars naar Rome bracht hij Didius Julianus ten val en ontsloeg hij de praetoriaanse garde die hem had geïnstalleerd.

Tegelijk met Septimius Severus waren in Syrië Pescennius Niger en in Brittannië Clodius Albinus tot keizer uitgeroepen, die hij respectievelijk in 194 bij Issus en in 197 in Gallië bij Lugdunum versloeg.

Tijdens een veldtocht tegen de Parthen (197-201) verwoestte hij Seleucia, Babylon en Ctesiphon (198) en nam hij Mesopotamië in (199). In 208 trok hij met zijn vrouw, de Syrische Julia Domna – die zeer ontwikkeld was en grote invloed op hem had -, en zijn zonen Caracalla en Geta naar Brittannië, dreef invallers uit Schotland terug en herstelde de Hadrianusmuur. Na zijn overlijden werd hij door zijn beide zonen opgevolgd.

Men kan Septimius Severus beschouwen als een voorloper van de soldatenkeizers. Op vrijwel alle gebieden hadden tijdens zijn regering ingrijpende verschuivingen plaats. De Senaat verloor zijn reële macht, de achterstelling van de provincies bij Italië verminderde sterk en het leger kreeg privileges ten koste van de burgers. Rome verfraaide hij wel met imposante bouwwerken. Een bijzondere daarvan is de triomfboog op het Forum Romanum.

Dergelijke triomfbogen of erebogen dienden in de Romeinse oudheid hoofdzakelijk als basis voor een beeldengroep. Ze werden opgericht ter ere van een keizerlijke militaire overwinning of een andere prestatie, later ter gelegenheid van regeringsjubilea.

Omdat ze meestal een weg of een straat overspanden, waren één of meer (drie) doorgangen noodzakelijk. Triomfbogen werden eerst sober, later rijk versierd met toepasselijke reliëfs. De bekendste bogen uit de oudheid zijn die van Titus, Septimius Severus en Constantijn in Rome en die van Trajanus in Benevento.

Tijdens de renaissance kwam het oprichten van op de Romeinse oudheid geïnspireerde triomfbogen of triomfpoorten voor, ondermeer ter gelegenheid van de plechtige inhuldiging van vorsten (meestal van niet blijvend materiaal), maar deze werden niet van een beeldengroep voorzien, zoals de triomfboog voor het Castel Nuovo in Napels, 1467.

Vooral tijdens de achttiende en negentiende eeuw bouwde men in de grote steden van Europa opnieuw dergelijke monumenten (maar dan meestal wel weer bekroond met beeldengroepen) ter herinnering aan belangrijke wapenfeiten.

Voorbeelden zijn de Porte St-Martin (1674, inname van Besançon), de Porte St-Denis (1671-1672, overwinningen van Lodewijk XIV bij de Rijn), beide in Parijs, de Brandenburger Tor in Berlijn (1788-1791), de Wellington Arch in Londen (1828), de Porte de Paris in Lille (1682-1695) en de in Parijs door Napoleon opgerichte Arc de Triomphe du Carrousel (1806-1808) en de Arc de Triomphe de l’Étoile (1806-1836).

De naam soldatenkeizers is de aanduiding voor de Romeinse keizers van 235 tot 284, die vanuit hun functie als legeraanvoerder op de troon werden gezet door eigen soldaten en de rol van de Senaat minimaliseerden.

Tijdens deze schaars gedocumenteerde periode in de Romeinse geschiedenis, die algemeen wordt beschouwd als een periode van verval en anarchie, werden de Romeinse grenzen vooral op twee fronten bedreigd: door de Nieuw-Perzen aan de Eufraat en door de Germanen aan de Rijn en de Donau.

De elkaar snel opvolgende soldatenkeizers, dat waren de generaals die in Rome als zodanig erkend werden, bevochten ook binnen het hele Romeinse rijk vele troonpretendenten in hun streven de heerschappij over het gehele imperium te behouden. Diocletianus luidde vanaf 284 een periode van herstel in.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 14 mei 2020. Bekijk het origineel.