De Porta San Paolo heette vroeger de Porta Ostiensis

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Sinds mensenheugenis verwijst deze Romeinse stadspoort in de Mura Aureliana of Aureliaanse Muur (270-275) naar de heilige Paulus omdat ze leidt naar de gelijknamige basiliek, de Sint-Paulus buiten de Muren, die een paar kilometer verder aan de Via Ostiense staat. De oorspronkelijke Romeinse naam was echter Porta Ostiensis. Bij deze poort begon de Via Ostiensis (vandaag Via Ostiense) die Rome verbindt met de havenstad Ostia. Het was één van de vier hoofdpoorten van de Aureliaanse Muur.

De oorsprong van de lijnrechte hedendaagse Via Ostiense gaat terug tot de vierde eeuw v. Chr. toen dit een van de belangrijkste handelswegen van de Oudheid was. De weg begon bij het Forum Boarium aan de Tiber, volgde het tracé van de huidige Lungotevere Aventino en de Via Marmorata, en verliet de stad vervolgens langs een poort, zo’n honderdtal meter ten westen van de huidige poort in de Aureliaanse Muur die toen uiteraard nog niet bestond.

De Porta San Paolo is na de Porta San Sebastiano wellicht de mooist bewaarde van Rome. Keizer Maxentius (306-312) verhoogde de torens, trok ze door naar de binnenkant en verbond ze met een vestingmuur aan een tweede poort, eveneens met twee arcaden.

Enkele decennia later verving paus Honorius (395-423) de twee buitenste arcaden door de huidige, enkelvoudige opening en voegde de verdieping met kantelen aan de torens toe. De Porta Ostiensis werd bekleed met travertijn om de bakstenen constructie te verstevigen. Eén van de twee doorgangen werd dichtgemaakt, omdat één enkele doorgang beter te verdedigen was.

Na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 behield de Aureliaanse Muur zijn belangrijke defensieve functie voor de stad. De vrij grondige verbouwing van de oorspronkelijke poort en de versterking aan de buitenzijde met de verdedigingstorens zijn het werk van Belisarius (500-565), de talentrijke generaal van keizer Justinianus. Flavius Belisarius (Belisarios) was waarschijnlijk de grootste veldheer van het Oost-Romeinse Rijk. Hij veroverde in naam van Justinianus I van Byzantium een groot deel van het verloren gegane West-Romeinse Rijk terug.

Tussen 536 en 545 hield de Byzantijnse generaal Belisarius Rome bezet. De stad werd belegerd door de Ostrogoten van Totila (het huidige Treviso). Daarom werd de Aureliaanse Muur op verschillende plaatsen verstevigd. Vóór de oude poort van Aurelianus liet hij een nieuwe poort met enkele doorgang bouwen. De dubbele doorgang van Aurelianus bleef wel bewaard en fungeerde vanaf dan als achteringang. In 549 werd Rome opnieuw belegerd door de Ostrogoten. Een garnizoen uitgehongerde Romeinse soldaten pleegde verraad en opende de poorten van de Porta Ostiensis zodat de Ostrogoten eenvoudig via deze weg de stad konden innemen en plunderen.

Tijdens de middeleeuwen was er binnen de Porta San Paolo een Grieks klooster gevestigd. Daarvan zijn in de buitenwand nog steeds de omtrekken van de ingang te zien. In de poort aan de binnenhof staat nog het oude poorthuis waar vroeger belasting werd geheven op de goederen die de poort passeerden.

Het is interessant te beseffen dat deze poort als decor heeft gediend van vele belangrijke gebeurtenissen die in Rome hebben plaatsgevonden. Voor talrijke belangrijke persoonlijkheden die per schip in Ostia waren aangekomen, was deze imposante stadspoort het eerste wat ze zagen van Rome, net voordat ze de stad introkken. Ook de barbaren hebben in de zesde eeuw voor deze poort gestaan. De Porta San Paolo staat afgebeeld op het grafmonument van paus Gregorius XI in de Santa Francesca Romana en op dit van paus Adrianus VI in de Santa Maria dell’ Anima.

Tijdens de jaren twintig van de vorige eeuw werd de poort door Mussolini aan weerszijden van de stadsmuur losgemaakt om zo de doorstroom van het verkeer te verbeteren. De Porta San Paolo staat nog steeds middenin de verkeersdrukte. Aan beide zijden werden van de Aureliaanse Muur een aantal meters afgebroken om de vele auto’s te kunnen laten passeren.

Op 10 september 1943, nadat Italië zich bij de geallieerden had aangesloten, probeerden de Duitsers zelf Italië in te nemen. De muur tussen de piramide en de poort werd door de Duitsers opgeblazen. Langs die bres trokken ze Rome binnen.

Italiaanse soldaten en leden van het verzet deden een mislukte poging om de Duitse luchtlandingstroepen te verhinderen de stad in te nemen. Er vielen 570 slachtoffers. Links bevindt zich een herdenkingsplaat voor de Italiaanse soldaten en burgers die tijdens de slag om de Porta San Paolo het leven lieten.

In het poortgebouw bevindt zich het Museum van de Via Ostiense (ingang langs de Via Raffaele Persichetti). Het is een klein maar interessant museum dat de geschiedenis van de poort behandelt. Er is ondermeer een interessante maquette te zien van Ostia Antica. De toegang is gratis.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 26 oktober 2015. Bekijk het origineel.