Foto’s bekijken om een beeldhouwwerk te ontdekken, het lijkt op het eerste gezicht nogal vreemd. Maar niet als het gaat om de goddelijke pietà, het absolute kunstwerk uit de Sint-Pietersbasiliek, dat gebeeldhouwd werd door Michelangelo. En nog minder als de foto’s van de hand van Robert Hupka zijn. Sinds de aanslag die een geesteszieke in 1972 op de beroemde pietà pleegde, is het kunstwerk ontoegankelijk geworden. Achter veiligheidsglas en hoog op een sokkel gemonteerd, wordt het gerestaureerde beeldhouwwerk in de San Pietro op een afstand van zes meter gehouden van de bezoekers. Deze scheiding wordt door de foto’s van Robert Hupka tenietgedaan. Nog tot 30 november kan je deze kleine maar speciale expo bewonderen in het Jubelpark in Brussel.
De Florentijnse kunstenaar Michelangelo Buonarroti (1475-1564) heeft vier piëta’s gemaakt, waarvan de beroemdste het exemplaar van de Sint-Pietersbasiliek in Rome is. De nog jonge Michelangelo begon in 1499 te werken aan het beeld en voltooide het op amper één jaar tijd. Dat een 24-jarige kunstenaar tot zo’n meesterwerk in staat is geweest, blijft 500 jaar na de creatie nog altijd verbazing wekken. Het beeld is gekapt uit een blok witte marmer en is 1,74 meter hoog. Het stelt een dode Christus-figuur voor, liggend op de schoot van Maria. Het woord ‘pietà’ betekent zoveel als ‘medevoelen en pijn’. Van dat medevoelen was weinig sprake toen de geestelijke gestoorde geoloog Laszlo Toth in 1972 met een hamer op het beeld begon in te slaan terwijl hij riep dat hij Jezus Christus was. Onder meer de neustop van Maria ging eraan. Gelukkig kon de toegebrachte schade volledig hersteld worden. De restauratie van het beeld bracht wel een belangrijk feit aan het licht. In de (niet zichtbare) handpalm van Maria staat de letter ‘M’ van Michelangelo gebeiteld. Dat was tot dan niet geweten.
In al die eeuwen heeft de pietà slechts één keer Vaticaanstad verlaten. Dat gebeurde in 1964, toen het beeldhouwwerk tijdelijk naar de Verenigde Staten verhuisde waar het werd uitgeleend voor de Wereldtentoonstelling in New York. Het beeld werd toen tentoongesteld in het Vaticaanse paviljoen. De Oostenrijkse musicoloog en fotograaf Robert Hupka (1919-2001) kreeg toen de kans de pietà uitvoerig te fotograferen. Hij maakte duizenden opnames, waaruit nu een selectie van 120 foto’s in Brussel te zien is. De tentoonstelling van die foto’s in een tentachtige constructie is bijzonder. De constructie sluit het buitenlicht hermetisch af, en dompelt de bezoeker letterlijk in een zwarte duisternis. Alleen de foto’s zijn zichtbaar, ze lichten op dankzij onzichtbare spots. Die dramatische scenografie wordt nog eens extra versterkt door de achtergrondmuziek van gregoriaanse gezangen.
Sculpturen fotograferen is veel moeilijker dan schilderijen. Een schilderij is immers een plat vlak. Bij een beeld spelen de dieptewerking en de schaduwen van de plooien een belangrijke rol. De prachtige zwart-wit foto’s van Hupka geven een heel bijzondere kijk op de pietà, vooral omdat er zoveel detailopnames bij zijn. Zo is op het lint dat Maria’s gewaad bijeen houdt een kleine tekst te zien. Een tijdgenoot van Michelangelo, Giorgio Vasari, schreef dat toen Michelangelo op een dag in de Sint-Pieters in Rome was, hij enkele bezoekers vol bewondering voor zijn pietà zag staan. Hij hoorde hen zeggen dat de maker van het beeld ‘onze gebochelde man uit Milaan’ is, waarmee een andere, nu reeds lang vergeten beeldhouwer bedoeld werd. Michelangelo kon dat niet over zich heen laten gaan. ‘s Nachts kwam hij terug naar de Sint-Pieters met een lantaarn in de hand en kapte op de jurk van Maria de inscriptie: ‘Michael Angelus bonarotus florentinus faciebat’, vrij vertaald als ‘Michelangelo uit Florence heeft het gemaakt’. Het is meteen het enige gesigneerde kunstwerk van Michelangelo.
Door de foto’s van Hupka worden nog meer details zichtbaar. Zo zijn op het achterhoofd van Maria kleine gaten te zien. Ze werden in de negentiende eeuw gemaakt om op het hoofd een kroon te bevestigen. Intussen is de kroon weer verwijderd. Maar het meest bijzondere aan de foto’s is dat de gezichtsuitdrukking van zowel Christus als Maria sterk verschilt volgens het standpunt van de opnames. Bijvoorbeeld, nu eens zijn de ogen van Maria open, dan weer gesloten. Soms zijn haar lippen heel erotisch, dan weer staat haar mond bedroefd. En het hoofd van Christus lijkt nu eens op dit van een levende, maar slapende man, dan weer op dit van een dode.
Overigens is het gezicht van Maria vrij jong, als van een gaaf jong meisje. Zij ziet er nauwelijks ouder uit dan haar zoon. Michelangelo heeft daarmee willen aangeven dat Maria maagd is, en dus niet ouder wordt. Achteraan in de tent staat een kopie in plaaster van een tweede pietà van Michelangelo, de zogenoemde Rondanini-pietà uit het Sforzesco-paleis in Milaan. Dat beeld heeft Michelangelo niet kunnen voltooien. De kunstenaar werkte eraan tot enkele dagen voor zijn dood op 89-jarige leeftijd. De replica toont hoe een beeld door Michelangelo als het ware uit een blok marmer gaandeweg werd bevrijd.
Wie de originele pietà wil bewonderen moet dus de Sint-Pietersbasiliek in Vaticaanstad bezoeken. Aan de rechterkant, vlak na het binnenkomen, zie je de kapel met het beroemde kunstwerk. De afmetingen zijn 174 cm bij 195 cm. De Franse kardinaal Jean Bilheres de Lagraulas bestelde de pietà bij Michelangelo in 1498, waarschijnlijk was het bedoeld voor zijn graftombe in de Sint-Pietersbasiliek. Jacopo Galli, een beschermheer van de kunst, had een bemiddelende rol gespeeld bij de opdracht en de kardinaal verzekerd dat Michelangelo het fraaiste beeld van marmer in het toenmalige Rome zou creëren.
In tegenstelling tot in de landen ten noorden van de Alpen was het uitbeelden van Maria en Christus als sculpturen in Italië op zijn minst opmerkelijk te noemen. Wellicht werd daarom in het contract precies toegelicht hoe een pietà eruit behoorde te zien. Het moest een in gewaad gehulde maagd Maria voorstellen met de dode Christus in haar armen. Zeer bijzonder is echter de jeugdigheid van Maria, want in alle vroegere beelden werd de moeder Gods als oudere vrouw gepresenteerd. Michelangelo zou hierbij hebben opgemerkt dat de moeder Gods door haar maagdelijkheid en reinheid haar jeugdige verschijning behoudt.
Het beeld geeft het moment weer waarop Christus van het kruis gehaald is en op de schoot van Maria ligt. Maria’s rechterhand omsluit krachtig het bovenlichaam, terwijl haar linkerhand het lichaam als het ware presenteert aan de toeschouwer en hem oproept tot verering. Daarbij houdt zij haar ogen terneergeslagen, wat een directe dialoog met de gelovige onmogelijk maakt. Een moeilijk aspect in het beeld, namelijk het verbinden van de rechtop zittende Maria en de dwars uitgestrekte zoon tot een besloten groep, heeft Michelangelo meesterlijk opgelost: het lichaam van Christus wordt nagenoeg geheel binnen de omtrek van de Maria-figuur opgenomen. Op deze manier bereikte de kunstenaar niet alleen een elegante compositie, maar benadrukt hij ook nog eens de innige verbondenheid van moeder en zoon.
Daarnaast dragen de zichtbare tegenstellingen bij aan een bijzondere uitstraling van de sculptuur: de handen van Maria houden vast en laten op hetzelfde moment ook weer los in het presenteren van de dode. Het nagenoeg naakte, fraai belijnde lichaam van Christus is ingebed in het in zware plooien gedrapeerde gewaad van Maria. Maria’s lichaam straalt sterke verbondenheid met de aarde uit, terwijl de Verlosser slechts met het puntje van een voet de grond raakt. Sommigen zien in het beeld het oude mythische thema weerspiegeld van ‘de dood van de goddelijke koning’. De godin Isis werd in het Oude Egypte afgebeeld met haar gestorven en herboren zoon-echtgenoot op schoot. Dit thema gaat ook terug op de mythen van het ‘sterven van het graan om daarna herboren te worden’, zoals Osiris en Horus.
www.kmkg-mrah.be
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 7 november 2008. Bekijk het origineel.

