Bernard Vandaele en Katleen Vandenbranden schreven voor ons de onderstaande tekst, die meer vertelt over de archeologische opgravingcampagne in het Romeinse fort aan de Donau: Kelemantia 2007. De resultaten van het jongste onderzoek worden volgende dinsdag ook persoonlijk meegedeeld door archeoloog Bernard Van Daele, die samen met zijn team Vlaamse en Nederlandse studenten archeologie in de zomer van vorig jaar het internationaal onderzoeksteam in Slowakije is gaan vervoegen, en dit reeds voor de derde maal. De opgravingcampagne tijdens de zomermaanden van 2007 heeft opnieuw tot interessante resultaten geleid. Dit jaar werd er slechts op één locatie binnen de muren van het Romeinse legerkamp gegraven, namelijk in de zuidoostelijke hoek van het fort waar ook de vorige jaren onderzoek werd uitgevoerd. Het team bestond zoals steeds uit een internationale delegatie studenten, vrijwilligers en professionele archeologen en conservatoren: Slowaken, Tsjechen, Polen, Nederlanders en Vlamingen. De Vlaams/Nederlandse ploeg bestond uit twee teams van telkens 8 tot 10 personen en waren actief op de site van 2 tot 13 juli en van 13 tot 24 augustus, geleid door dr. Jan rajtar en zijn assistent Jan Beljak, Bernard Van Daele en Katleen Vandenbranden.
Terwijl het Slowaaks/Tsjechische team zich concentreerde op het verder onderzoek van het eerste, houten castellum onder de funderingen van de zuidoostelijke vertrekken van het stenen complex (zgn. badgebouw), richtte onze ploeg zijn aandacht op het straatje net ten westen en ten zuiden van dit gebouw. Bovendien werkte een deel van onze studenten verder aan het uitdiepen van de iets meer naar het noorden gelegen sectoren, waar vorig jaar een reeks frescofragmenten werden aangetroffen. Ondertussen wierp het conservatieteam zich op de passieve en actieve behandeling van de gevonden voorwerpen. Diverse malen kwamen zij ook tussenbeide op het opgravingterrein zelf voor het lichten van delicate vondsten.
Tijdens onze afwezigheid tussen 16 juli en 10 augustus werden Poolse studenten ingeschakeld om de opgraving verder te zetten. Zij concentreerden zich op het blootleggen van de noordelijke sectoren van het onderzoeksgebied. Daarbij kwamen de fundamenten van enkele vertrekken tevoorschijn die ook al gekend waren van de oude opgravingen in het begin van de 20ste eeuw. Bovenop de stenen muren van het 3de eeuwse kamp bevonden zich resten van een vloerniveau uit de tweede helft van de 4de eeuw n. Chr. die wijzen op laat-antieke aanpassingen in deze zone. In de puinlagen boven deze muren en vloeren werden heel wat fragmenten van muurschilderingen ontdekt, net zoals vorig jaar. Hieruit kon opgemaakt worden dat deze vertrekken geheel of gedeeltelijk versierd waren met fresco’s bestaande uit geometrische en florale motieven in diverse kleuren. Wij hopen dat in de nabije toekomst een specialist deze fragmenten eens van dichterbij kan bekijken om tot een (hypothetische) reconstructie van deze beschilderde panelen te kunnen komen. Hiervoor werden al de eerste contacten gelegd met conservator mevr. Lara Laken uit Nederland.
Bovendien bleken er in deze lagen heel wat fragmenten van vensterglas te zitten, wat erop duidt dat deze kamers voorzien waren van ramen met vensters. Zo kon het licht ongehinderd binnenvallen en werden de koude en de wind buiten gehouden. In deze zone kwamen nog andere opvallende vondsten aan het licht, waaronder een koperlegeringen gesp van een militaire gordel. De Vlaamse en Nederlandse studenten werden zoals vermeld ingezet bij de opgraving van het wegdek van het straatje net ten westen en ten zuiden van het ‘badcomplex’. Daarbij kwamen verschillende op elkaar liggende loopniveau’s tevoorschijn die duidden op een veelvuldig en langdurig gebruik van deze steeg, waarbij het wegdek telkens wat opgehoogd werd. Onder deze opeenvolgende wegdekken bevond zich de allereerste nivelleringslaag van het stenen kamp, opgebouwd uit Romeinse betonmortel. Deze harde betonlaag dekte de op hun beurt genivelleerde lagen van het eerste, houten castellum af. Op dit straatniveau bleken ook nog de resten van een kleine metaaloven aanwezig te zijn. Deze oven was herkenbaar als een oranje verbrand spoor, min of meer in de vorm van een hoefijzer. Ook vorige zomer werd in de onmiddelijke nabijheid een gelijkaardig oventje blootgelegd. Het lijkt er dus op dat op deze plaats beperkte ambachtelijke activiteiten hebben plaatsgevonden. Men zou hierbij kunnen denken aan soldaten die onderdelen van ijzeren of koperlegeringen wapentuig recycleerden of herstelden.
Een opvallende vondst in deze zone was een bronzen sestertius die net boven de eerste betonlaag lag. Deze vondst zou ons kunnen helpen de aanleg van de eerste betonlaag te dateren (terminus post quem), maar omdat deze munt nog niet werd gereinigd, kon hij ook niet gedetermineerd en gedateerd worden. In elk geval is deze munt te dateren tussen de regering van keizer Commodus, toen het stenen fort werd opgetrokken, en het midden van de 3de eeuw n. Chr. (periode van het verdwijnen van sestertiën uit de omloop). Verder kon op dit wegdek heel wat interessant materiaal verzameld worden, waaronder een zo goed als compleet olielampje, maar ook scherven terra sigillata en een koperlegeringen schouderriembeslag uit de 3de eeuw n. Chr.
Het Slowaakse team ontdekte net iets meer naar het noorden, eveneens op het wegdek van dezelfde steeg, een concentratie Romeinse dakpannen, zowel imbrices (de gebogen pannen) als tegulae (de platte pannen). Opvallend was hierbij het grote aantal militaire stempels die op de pannen waren aangebracht. Het meest voorkomende stempel vermeldde de Legio I Adiutrix, het legioen dat zich net aan de andere kant van de Donau in Pannonië (huidige Hongarije) bevond en het bouwmateriaal voor het fort van Kelemantia vervaardigde. Een van de spektaculaire ontdekkingen dit jaar was dat een van de gebogen pannen verschillende afdrukken van een zegelring vertoonde. Het ging telkens om hetzelfde portret van een dame die nog niet geïdentificeerd kon worden. Waarom deze afdrukken op de pan werden aangebracht is niet duidelijk. Tot op heden zijn hiervan nergens parallellen gekend.
Of er aan de westelijke zijde van dit straatje nog een ander gebouw grensde, kon tot op heden niet uitgemaakt worden. In elk geval toont het grondplan van de oude opgravingen ons op deze plek enkel een lege vlek op de kaart. De kans is echter zeer reëel dat er in deze zone ook gebouwen stonden die tot op heden nog niet geregistreerd konden worden. Deze zomer werd er ook verder gewerkt aan de opgraving van de resten van het oudste, houten legerkamp uit de tijd van keizer Marcus Aurelius. Dit fort werd opgetrokken tijdens de Marcomannische oorlogen die zich in deze regio afspeelden tussen 170-180 n.C. en is dus zeer nauwkeurig dateerbaar. De studenten van het Slowaaks/Tsjechische team vonden hier de restanten terug van lemen soldatenbarakken, net zoals tijdens vorige campagnes, met daartussen een steegje dat de soldatenverblijven van elkaar scheidde (afb. 7). In een van de barakken werden de resten van een klein haardvuur gevonden waar de soldaten kookten. Tussen het vondstmateriaal zaten veelal dierlijke botten en potscherven, hier en daar wat restjes brons of messing en sterk gecorrodeerd ijzer, allemaal afkomstig van metalen objecten die nu helaas niet meer te herkennen zijn. Misschien kunnen röntgenfoto’s in de toekomst hierover meer duidelijkheid geven.
Het conservatieteam was enkel gedurende de eerste twee weken van juli actief in Kelemantia, maar kon ondanks deze korte aanwezigheid toch een aantal noodzakelijke ingrepen op een deel van de vondsten uitvoeren. Andere fragiele of bijzondere objecten werden voor behandeling overgebacht naar het labo in Nitra. Het isotopenonderzoek van glasstalen uit Kelemantia door het Centre for Archaeological Sciences, Section Geology, K.U.Leuven, is afgerond en heeft aangetoond dat sommige van de glazen objecten die in ons fort werden ontdekt niet alleen afkomstig zijn uit de traditionele glasproducerende gebieden in he
t oostelijke Mediterrane Bekken (Egypte en de Levant), maar ook in het westen van het Romeinse rijk werden vervaardigd, ofwel als ruwe glasklompen, ofwel als afgewerkt producten. Het artikel hieromtrent moet nog verschijnen.
Zoals ieder jaar werden voor de studenten en vrijwilligers enkele uitstappen in de omgeving georganiseerd, waarbij enkele musea werden bezocht die een collectie Romeinse vondsten herbergen. Velen onder hen trokken in de weekends ook naar Bratislava en Boedapest. Ook de traditionele barbecues bij het opgravinghuis ontbraken deze keer niet. Opvallend tijdens deze campagne was de afwezigheid van de zwermen lastige muggen. Gelukkig maar! Wij kijken met zijn allen – samen met u – al hoopvol uit naar de volgende campagne.
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 18 mei 2008 op het Romenieuws-archief.

