Het ruime barokinterieur van de Basilica di Santi Ambrogio e Carlo (in Rome beter bekend als de San Carlo al Corso) maakt indruk door zijn grandeur. Het is een belevenis deze kerk bij volle verlichting te betreden op de tonen van het ‘Panis Angelicus’, zoals we ooit eens op een oudejaarsavond meemaakten. Maar we moeten kritisch blijven: het overvloedige ‘marmer’ dat we rondom ons zien is vaak slechts een geschilderde nabootsing en artistiek heeft de kerk minder te bieden dan men zou aanvankelijk zou denken. Toch is het de moeite waard om hier even binnen te gaan, al was het maar om de kapel van de Viking even te zien.
De derde kapel links is deze van de Noorse gemeenschap in Rome, ze is gewijd aan de ‘heilige’ koning Olaf (Olav) II wiens feest op 29 juli valt. De christelijke vorst Olaf Haraldsson (995-1030), ook bekend als ‘de dappere’, was een wrede man, heerszuchtig, ‘met ogen hard als die van een serpent’. Een decennium lang brutaliseerde hij zijn rivalen en onderdanen en pleegde ontelbare gruwelen, alles officieel in naam van God.
In 1028 waren de Noorse edelen zijn tirannie beu, ze verdreven koning Olaf en erkenden de Deense koning Knoet II (995-1035). Twee jaar later keerde Olaf de Dappere uit zijn verre ballingsoord Novgorod (gesticht door de Noormannen) naar Noorwegen terug om zich te wreken. Het was een fatale stap: Olaf werd tijdens de zomer van 1030 verslagen in de beroemde slag bij Stiklestad ten noorden van Tröndheim.
Tijdens de gevechten werd Olaf eerst kreupel geslagen door een houw met een bijl, vervolgens doorboord met een speer en tenslotte gedood toen zijn nek tot op de ruggengraat werd opengehakt. Dat klinkt niet prettig. Maar niet getreurd: voor het verlies van zijn aardse troon werd Olaf schitterend schadeloos gesteld met een troon in de hemel. Die verheffing mocht dan wel ogenschijnlijk iets ongerijmds hebben, maar Olaf’s heiligheid werd bewezen door een reeks wonderen.
Want terwijl de walm van de slachtpartij bij Stiklestad nog in de lucht hing, werd na een jaar het intacte lichaam van de vroegere koning uit een zandbank opgegraven. Zijn bloed had de dodelijke wonden geheeld, zijn nagels en haren groeiden gewoon verder. Het lichaam werd overgebracht naar Tröndheim, waar plots in een verbazend tempo zieken en gewonden genezen werden.
In de hele Vikingwereld, van Novgorod tot Dublin werd de eens zo wrede krijgsheer voortaan geëerd als de ‘heilige koning’ en werd hij begraven in de Nidarokathedraal in Tröndheim. De broer van Olaf heroverde later de Noorse troon, en de zoon van Olaf is de fameuze Magnus die in 1039 de Denen uit Noorwegen zou verjagen. Een leuke familie.
Rechts, net voorbij vorige kapel, vinden we een doorgang die we even ingaan. Daar bevindt zich links de toegang tot een binnentuin, met aan één zijde een kloostergang die naar de Via del Corso leidt. Iets verder in de doorgang, zien we links een dubbele deur die leidt naar het meestal gesloten oratorium of de Ambrosiuskapel, die op de plaats staat van het allereerste kerkje, de San Niccolà del Tufo.
In dit oratorium worden elke zondag om 17 uur de vespers gezongen. Bezoekers zijn toegelaten op voorwaarde dat ze de ceremonie niet storen. Het is een unieke gelegenheid voor een bezoek aan dit oratorium. Al wat je hier ziet is modern en dateert uit de jaren ’30 van de vorige eeuw, behalve de merkwaardige ‘Kruisafname’ uit 1583 boven het hoogaltaar.
Dat is een werk van de Vlaming Jacob Cornelisz Cobaert (Edingen 1535 – Rome 1615). Merk op dat Christus van het kruis gelicht wordt door een engel, dit is uniek in de iconografie. De sibillen links en rechts werden uitgevoerd door Tommaso della Porta (1520-1567), voor zover we weten is dit zijn enige werk in Rome.
Cobaert vestigde zich vanaf 1552 in Rome en werd er Coppe of Giacomo Fiammingo genoemd. Eerst werkte hij als assistent van Guglielmo della Porta (1500-1577) die we vooral kennen van zijn meesterwerk, het grafmonument van paus Paulus III Farnese, links in het koor van de Sint-Pietersbasiliek.
Van het werk van Cobaert is in Rome niet veel in publieke ruimtes te vinden. Wel bevindt zich in de Santi Trinità dei Pellegrini een beeldengroep waarvan de Mattheüs van zijn hand is en in de San Luigi dei Franchesi vinden we ook enkele beelden van deze kunstenaar uit onze gewesten. In Palazzo Venezia bevindt zich een ivoren figuur (32 cm) met ‘de Maagd en de dode Christus ondersteund door Nicodemus’. Ook dit werk is uitgevoerd door Cobaert. De analogie met het altaarstuk dat we hier in het oratorium zien is duidelijk, ook hier zijn de figuren langer gemaakt, zelfs op het irrreële af, wat getuigt van een maniërisme dat we ook bij Guglielmo della Porta terugvinden in bijvoorbeeld het graf van Paulus III.
Tijdgenoten beweren dat Cobaert uitzonderlijk mooie, kleine beelden maakte in was, brons en ivoor, maar hij was ook bedreven in het bewerken van marmer. Cobaert woonde achter de Sint-Pietersbasiliek waar hij volgens de literatuur een ’liederlijk’ leven leidde. Hij stierf in Rome en werd begraven op het Campo Santo dei Teutonici e dei Fiamminghi.
We keren terug naar de linker zijbeuk van de San Carlo al Corso en gaan tot het weelderige linker transept uit 1929, een geschenk van de gelovigen aan paus Pius XI (1922-1939) die in deze kerk als jonge priester in 1879 zijn eerste mis opdroeg. Naast het transept bevindt zich de deur die leidt naar de Cappella del Cuoro (in principe steeds gesloten, maar ze wordt op verzoek geopend, eigenlijk niet te missen). Tegen de muur hangt naast de ingangsdeur, een dramatische ‘Kruisiging’ van een onvoorstelbare moderniteit. Het is een beklijvend werk van Jacques Courtois (1621-1676), beter gekend als Borgognone.
Deze Courtois werd, net als zijn jongere broer, geboren in Saint-Hyppolyte in Franche-Comté. Let vooral op de linker onderhoek van de omlijsting van het schilderij, daar bevindt zich een metalen schuifje dat toelaat het schilderij van de muur weg te draaien. Dat had een goede reden. In de muur achter het schilderij bevindt zich immers een geheime kluis waarin men destijds bij onheil het reliek van het hart van Carlo Borromeo verstopte. Dit reliek bevindt zich vandaag in de kooromgang.
De Cappella del Cuoro geeft toegang tot de mooie sacristie, met aan de overkant een kamertje met een marmeren wastafel. Uit beide kranen vloeit water van de Aqua Marcia, volgens de parochiepriester steeds fris en helder en het beste water van Rome.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 22 april 2019. Bekijk het origineel.

