De bouwers van Palazzo Farnese

img 13802 0

Het indrukwekkende Palazzo Farnese dat vanaf deze maand tot 2025 een renovatie ondergaat (zie de bijdrage van gisteren) doet altijd weer mensen vol verbazing stilstaan. Aan de bouw van het palazzo werd gewerkt door vier befaamde architecten.

De werken begonnen in 1514 door Antonio da Sangallo de Jongere (1483-1546), werden voortgezet onder leiding van Michelangelo (1475-1564), om vervolgens onder toezicht van Vignola (1507-1573) en Giacomo della Porta (1537-1602) voltooid te raken in 1589.

farnesegebouw (3)

Het droevige lot van de meeste middeleeuwse architecten was dat de werkzaamheden aan hun grotere projecten vaak zo lang duurden dat ze zelf nooit lang genoeg in leven bleven om het eindresultaat te kunnen bewonderen.

Dat was ook het geval bij Palazzo Farnese, dat gespreid over 75 jaar vier bouwmeesters nodig had vooraleer het voltooid was. Bij de dood van da Sangallo waren de voorgevel en de grote binnenplaats van het Palazzo Farnese tot op twee derde van de hoogte klaar.

farnesegebouw (11)

Michelangelo nam dan de leiding van de werken over. Hij tekende voor de gevel de imposante kroonlijst, het centrale venster en het balkon boven de ingang, evenals de bovenste verdieping van de binnenplaats.

Het centrale venster van de gevel werd overigens pas in 1860 naar de plannen van Michelangelo uitgevoerd.

Na Michelangelo volgde Giacomo Barozzi da Vignola, vaak kortweg Vignola genoemd. Hem kennen we vooral als de architect van de Gesù. Pas in 1589 werd het Palazzo Farnese voltooid door Giacomo della Porta.

Het immense gebouw werd voor een aanzienlijk deel opgetrokken met stenen afkomstig van het Colosseum en de Thermen van Caracalla. De bouw van dit palazzo is één van de redenen waarom deze prachtige sites uit de oudheid er vandaag zo kaalgeplukt, zwaar beschadigd en leeggeroofd uitzien.

farnesegebouw (1)

Het was della Porta, die samen met Vignola aan de Gesù had gewerkt, aan de paus toelating vroeg om stenen van het Colosseum te mogen gebruiken. Volgens de overlevering kreeg hij van de paus slechts toestemming om enkel het bouwmateriaal te gebruiken dat hij in 24 uur tijd kon weghalen.

Della Porta liet vierduizend arbeiders aanrukken die binnen de toegestane tijd een groot gedeelte van de buitenste arcaden van het Colosseum ontmantelden en weghaalden. Naast materiaal van het Colosseum en de Thermen van Caracalla, werd ook wat materiaal gebruikt van het Theater van Marcellus.

Van Michelangelo zijn onder meer de fraaie loggia’s in het midden van het paleis en de Korintische arcaden op de derde verdieping.

farnesegebouw (10)

Ook de enorme kroonlijst, die maar liefst drie meter over de straat uitsteekt, is afkomstig van Michelangelo’s tekentafel. Let op de grote afstand tussen de kroonlijst en de vensters van de bovenste verdieping.

Michelangelo had ook grootse plannen voor de vleugel aan de achterkant van het paleis, langs de oever van de Tiber. Hier wilde hij het nieuwe paleis met een brug verbinden met het aan de overkant liggende klooster van de Santa Maria della Morte.

Daar hadden de Farneses een aantal kamers gehuurd om er hun verzameling kunst uit de oudheid onder te brengen. Op die plek bevindt zich vandaag de Villa Farnesina.

farnesegebouw (9)

Michelangelo tekende tijdens zijn leven de plannen voor het project, maar de werkzaamheden aan de nieuwe brug begonnen pas in 1603. Ze werden echter al kort na de aanvang stopgezet en uiteindelijk werd Michelangelo’s brugverbinding nooit gebouwd.

Vandaag rest er van dit project enkel nog de zogenaamde L’Arco Farnese of Farneseboog, die de Via Giulia overspant. Het is het begin van een brug, maar dus eentje die nooit over de rivier geraakte. De boog is niet betrokken bij de komende restauratieplannen.

De hoge voorgevel van het palazzo, 56 m bij 28 m, oogt streng en blikt terug op de vijftiende-eeuwse Toscaanse traditie. De indeling is evenwichtig met uitspringende lijnen maar zonder pilasters.

farnesegebouw (7)

Hij bestaat uit dertien traveeën met als enige versieringen de loggia, de omlijsting van de ramen en de poort met rustica. Er zijn zeer nadrukkelijke rustica hoekblokken maar geen doorlopend rusticawerk.

Rustica staat voor het gebruik van ruw blokwerk in de sokkel van de gevels van gebouwen, in de omlijsting van poorten of in cordons. Opera Rustica brengt veel reliëf (diepe en brede groeven) in de gevel en het geeft de gevel bovendien een robuuster karakter.

farnesegebouw (8)

Het doel van de toepassing van rustica is het vergroten van contrast met de egale delen of de creatie van een landelijke uitstraling. Er komt veel vakmanschap aan te pas om de blokken netjes uit te lijnen in het eigenlijke metselwerk.

De techniek werd vaak toegepast bij Italiaanse palazzi in de renaissance en werd geïntroduceerd door Donato Bramante. Lang doorvoor gebruikten ook de Romeinen de methode al, onder meer voor de bouw van bruggen.

Ook vandaag wordt de bouwtechniek nog gebruikt, maar dat gebeurt wel met andere materialen die hetzelfde effect geven.

Op de gladde muur, geen travertijn maar een pleisterlaag, vormen de ‘aedicula-vensters’ een indrukwekkende rangschikking.

Op de benedenverdieping hebben ze consoles en rechte lateien, op de hoofdverdieping, de ‘piano nobile’, afwisselend driehoekige en segmentvormige frontons die gedragen worden door zuilen.

farnesegebouw (6)

Dit laatste was uiteraard een oud-Romeins motief dat hier weer tot leven kwam. De bovenste verdieping en de machtige bovenkroonlijst werden duidelijk later en in een andere geest gebouwd.

Elke verdieping wordt met een kroonlijst afgesloten die de horizontale lijn benadrukt. Voorbij de hoofdpoort aan de voorgevel zie je de prachtige met een tongewelf overdekte doorgang van da Sangallo die naar het binnenplein leidt.

Omheen het binnenplein loopt onderaan de typische zuilengang, eigen aan alle renaissance-paleizen, hier met Toscaans-Dorische zuilen, overeenstemmend met de stijl Bramante in plaats van de lichte Toscaanse zuilen uit de vijftiende eeuw. Let ook op het correcte uitgevoerde fries met metopen en trigliefen.

De term metoop wordt in de bouwkunst gebruikt voor een steen, die als sierelement wordt bevestigd tussen de trigliefen van een Dorisch fries. Een triglief is de architectonische term voor een met twee hele en twee halve verticale sleuven versierde stenen plaat als onderdeel van een Dorisch fries.

Tussen de trigliefen in het fries bevinden zich dus de metopen. Trigliefen zijn waarschijnlijk de architectonische weergave in steen van de afdekplaten van de uiteinden van oorspronkelijk houten balken in een tempel.

farnesegebouw (4)

Op de eerste verdieping is er geen galerij, maar van frontons voorziene en in blindarcaden geplaatste vensters. Hier wordt de Ionische orde toegepast.

Dit alles is volgens het boekje want volgens oud-Romeins gebruik, zoals in het Theater van Marcellus, dient de forsere Toscaans-Dorische orde te worden toegepast op de benedenverdieping, op de eerste verdieping hoort de Ionische en op de tweede de rijkere Korinthische orde.

farnesegebouw (2)

Ook op de binnenplaats van het Palazzo Farnese is de recentere derde verdieping door sterkere plastische motieven onderscheiden van de duidelijk oudere motieven.

Op het binnenplein zelf staan twee grote grafurnen. Eentje daarvan is afkomstig uit de graftombe van Cecilia Metella aan de Via Appia Antica.

De kubusvormige cortile van Palazzo Farnese kan worden beschouwd als één van de meest indrukwekkende uit de hele renaissance. Hoewel er door verschillende bouwmeesters aan werd gewerkt, is het geheel perfect in balans.

Klik hier voor een virtueel bezoek aan Palazzo Farnese

farnesegebouw (5)

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 11 maart 2021. Bekijk het origineel.