In deze voorlaatste bijdrage van onze behoorlijke lange reeks over het Tibereiland en de nooit aflatende Tiber die doorheen de eeuwen heeft gezorgd voor enorme verwoestingen, hebben we het over de San Bartolomelo all’ Isola, een basilica met een fraaie klokkentoren uit de twaalfde eeuw. De oorspronkelijke kerk werd vanaf 997 bovenop de overgebleven Romeinse tempelruïnes uit de oudheid gebouwd door de Duitse keizer Otto III (983-1002). In 1008 waren de bouwwerken voltooid. Otto III had zijn vader als koning van Saksen opgevolgd toen hij pas drie jaar was. Als tienjarige kwam hij naar Rome en werd er opgevoed door de fijnste geesten van zijn tijd, zodat Otto doordrongen werd van de betekenis en de hoogheid van het keizerschap.
Eens keizer, verbleef hij op de Palatijn, maar hij logeerde vaak in een villa op de Aventijn net naast het klooster van de Santa Sabina, waarvan de abt, de latere heilige Adalbertus, zijn beste vriend werd. In 997 vertrok Adalbertus, die ook titelvoerend bisschop van Praag was, naar Duitsland voor missioneringswerk maar de man werd in Gdansk door heidenen vermoord.
Otto III bracht het lichaam van zijn vriend terug naar Rome en bouwde deze kerk die hij wijdde aan de (latere) heilige Adalbertus. Otto probeerde de kerk niet enkel mooi maar ook belangrijk te maken door relikwieën te schenken. Het pronkstuk werden de relieken van Bartolomeüs, één van de twaalf apostelen waarvan de stoffelijke resten tijdens de vijfde eeuw waren teruggevonden. Al is Bartolomeüs één van de minder bekende onder de twaalf apostelen, toch vermeldt het Nieuwe Testament hem in alle vier de opsommingen van Jezus’ vertrouwde discipelen, namelijk Mt 10:3, Mc 3:18, Lc 6:15 en Hnd 1:13.
Bartolomeüs werd door soldaten gevangen genomen en gemarteld. Hij kreeg de Perzische doodstraf, wat betekende dat hij levend werd gevild. Zijn lichaam werd eerst naar het eiland Lipari (één van de Eolische eilanden ten noorden van Sicilië) overgebracht, daarna kwam het terecht in Benevento in het noordoosten van Napels.
Otto III bracht het gebeente en wat overbleef van de huid van de apostel in 983 zelf naar Rome, waarna de apostel werd herbegraven in de basilica die zijn naam zou dragen. Die slimme zet zou de Basilica San Bartolomeo all’Isola heel wat faam en vooral pelgrims bezorgen. Overigens werd de schedel van de apostel in de dertiende eeuw overgebracht naar de eveneens aan Bartolomeüs gewijde Dom van Frankfurt.
In 1515 werden eveneens relieken van de heilige overgebracht naar de Sint-Bartholomeuskerk van Geraardsbergen in België. Sindsdien is er in Geraardsbergen ieder jaar een grote ommegang in de stad, de zogenaamde Processie van Plaisance op de zondag na 24 augustus. De Katholieke Kerk herdenkt Bartolomeüs jaarlijks op 24 augustus, de dag van zijn overbrenging naar Rome.
Een andere belangrijke aankoop door Otto III waren de overblijfselen van de heilige Paulinus, een vierde-eeuwse senator die zowel dichter als bisschop was. Otto III genoot echter niet lang van zijn successen. Door een Romeinse volksopstand, geleid door de aristocratie, werd hij in 1002 gedwongen om samen met paus Sylvester II de stad te ontvluchten.
Otto ondernam twee pogingen om Rome te heroveren maar tijdens de derde poging werd hij door koorts getroffen en stierf nog datzelfde jaar. Hij werd slechts 21 jaar en zou dus de voltooiing van zijn kerk niet meer meemaken. In tegenstelling tot zijn vader Otto II werd hij niet begraven in de de Sint-Pietersbasiliek, zijn lichaam werd overgebracht naar Aken.
In 1113 werd de Basilica San Bartolomeo all’Isola in opdracht van paus Paschalis II een eerste keer gerestaureerd. In de nasleep van die werkzaamheden, in 1118, werd ook de klokkentoren toegevoegd. De kerk werd herhaalde malen herbouwd. In 1557-1558 liep ze grote schade op bij grote overstromingen.
In 1583 werd de kerk tijdens de Sixtijnse stadsuitbreiding gerestaureerd. In 1624 kreeg ze haar huidige uiterlijk na de eerdere verbouwingswerken door Martino Longhi de oude (actief van 1570-1591) die ook de gevel tekende.
Let op, we kennen drie Longhi-architecten: vooreerst Martino de oude (werkzaam 1570-1591) die de vader was van Onorio, hij bouwde o.a. de Chiesa Nuova, het palazzo Cenci en het palazzo Altemps. Vervolgens is er Onorio (1569-1619) die met zijn zoon de San Carlo bouwde, en tenslotte Martino de jonge (1602-1660), de zoon van Onorio die de Santi Vincenzo e Anastasio bouwde naast de Trevi-fontein en de Sant’ Antonio dei Portoghesi. De Longhi’s waren Lombarden.
De muur links in het portico behoorde tot de oudste kerk. De omlijsting van de ingangsdeur is twaalfde-eeuws, de deuren zelf dateren uit de achttiende eeuw. Een Latijnse inscriptie uit die tijd herinnert aan de stichting door Otto III (bovenste lijn). De herinnering aan Otto III was dus nog levendig maar Adalbert van Praag was toen reeds vergeten.
Twee andere inscripties naast de deur, rechts zeventiende-eeuws en links negentiende-eeuws, beschrijven andere verdiensten eigen aan de San Bartolomeo all’ Isola zoals het bekomen van de absolutie en verlossing uit het vagevuur, pene del purgatorio, tenminste indien men zo goed was om te betalen voor een mis voor de doden.
Ook het interieur van de Basilica San Bartolomeo all’Isola werd van 1720 tot 1739 aangepast en onderging nogmaals wijzigingen tussen 1852 en 1865. Sinds 1993 wordt de kerk geleid door de Sant’Egidio-gemeenschap.
In 2002 werd de basilica door paus Johannes Paulus II gewijd aan de ‘nieuwe martelaren van de negentiende en de twintigste eeuw’. In zes zijkapellen zijn diverse relikwieën en herinneringen tentoongesteld, waaronder een missaal van de vermoorde aartsbisschop Óscar Romero. Op 7 april 2008 werd het millennium van deze basiliek gevierd in aanwezigheid van paus Benedictus XVI.
Bijna twintig jaar geleden werd in de fundamenten van de oorspronkelijke kerk een gedeelte van de nog steeds indrukwekkende tempelmuren blootgelegd die dateren uit ongeveer 290 v. Chr. Om welke tempel het juist gaat is nog steeds niet met zekerheid geweten. Volgens de overlevering bevond zich hier oorspronkelijk de tempel van Aesculapius, maar nadien werden zoals eerder verteld in de onmiddellijke omgeving ook nog andere heiligdommen gebouwd, gewijd aan Jupiter Jurarius, Semo Sancus Dius Fidius, Gaia, Faunus, Vejovis, Tiberinus en Bellona.
Links van de kerk bevindt zich een joods dispensarium, ongeveer op de plaats waar zich het antieke hospitaal bevond. In een grote kamer op de tweede verdieping bevindt zich sinds 1985 een orthodoxe synagoge (foto’s boven), ook wel de Tempel van de Jeugd genoemd. De link met Israël en de nabijheid van de Joodse wijk zorgt voor permanente politiebewaking.
In het midden van het pleintje staat een negentiende-eeuwse versie van de ‘Colonna Infame’, een soort schandpaal waaraan elk jaar op 24 augustus, de feestdag van de heilige Bartolomeüs, de namen werden vermeld van degenen die zich aan de paasplicht hadden onttrokken. Het gebruik werd door paus Gregorius XVI (1831-1846) afgeschaft. Op de paal zie je de heilige Bartolomeüs en andere heiligen die enig verband hebben met de geschiedenis van het eiland.
Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 19 september 2017. Bekijk het origineel.

