Carcer en Tullianum, een gemiste multimediakans

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Eén van de merkwaardigste bezienswaardigheden in Rome is (was!) de Mamertijnse gevangenis vlakbij het Forum Romanum. In de Romeinse oudheid was de oorspronkelijke naam Carcer, met daaronder het Tullianum. Mogelijk ligt het archaïsch-Latijnse woord tullus (bron) aan de basis van deze naam. De naam Carcere Mamertino is pas ontstaan in de 8ste eeuw en verwijst mogelijk naar een privé-eigenaar, Mamertinus. Nu bevindt de Carcer zich buiten de archeologische zone van het Forum, maar in de oudheid maakte hij er functioneel deel van uit. Telkens als we in het verleden het Forum Romanum bezochten, mocht een bezoek aan de gevangenis niet ontbreken. De plaats is immers historisch zwaar geladen. Het is de enige gevangenis van het antieke Rome, en nog niet eens zo groot.

Dat moet ons niet verwonderen. Detentie als strafbepaling bestond niet. De gevangenis was alleen bedoeld als tijdelijk onderkomen van misdadigers in afwachting van hun proces of executie. En net dat laatste maakte dat een bezoek aan deze plaats iets meer had dan een bezoek aan de andere resten van het Forum, iets schokkends, iets huiveringwekkends.

Toestand in de oudheid

In de oudheid was de zone tussen het Capitool en het Forum van Caesar ingenomen door een omvangrijk gevangeniscomplex, de zogenaamde Lautumiae, gedeeltelijk uitgehouwen in de rotsachtige bodem van het Capitool. Slechts twee delen van het complex hebben de tand des tijds doorstaan, de Carcer en het daaronder liggende Tullianum. Deze twee vertrekken vormden de staatsgevangenis, het laatste en meest beveiligde onderkomen van Romes staatsvijanden. De overige vertrekken van de Lautumiae, die zich meer noordelijker uitstrekten, waren bestemd voor misdadigers van gemeenrecht.

De Carcer (bovenste kamer) was trapeziumvormig en bood alleen via een ronde opening in de vloer toegang tot het Tullianum daaronder, de eigenlijke executieplaats. Hier werden veroordeelden met een touw rond de nek in neergelaten en gewurgd. Ofwel stierven ze er de hongerdood. Hoevelen zijn er niet door dit gat gegaan? Van enkelen kennen we hun namen, en het zijn niet van de minsten.

De Numidische koning Jugurtha kwam hier in 104 v. Chr. aan zijn einde na zijn mislukte oorlog tegen de Romeinen. De lictoren trokken hem de kleren van zijn lijf, rukten met geweld zijn oorringen af en duwden hem het Tullianum in. Niet gespeend van de nodige galgenhumor vloekte hij: Bij Hercules, wat zijn jullie baden koud! Zes dagen later wachtte hem de strop.

In 63 v. Chr. zat Rome opgezadeld met de samenzwering van Catilina , krachtdadig onderdrukt dankzij het vastberaden optreden van de consul, Cicero. Catilinax92s aanhangers Cethegus en Lentulus werden in het Tullianum terechtgesteld. In dat verband gaf de geschiedschrijver Sallustius in zijn ‘Samenzwering van Catilina’ een suggestieve beschrijving van de krocht: In de gevangenis is er een plaats, Tullianum, een beetje naar boven aan de linkerkant, ongeveer twaalf voet onder de grond. Zij is langs alle kanten door muren omsloten en bovenaan door een gewelf uit stenen bogen. Weerzinwekkend en luguber is het er, door het vuil, de duisternis en de stank.

Een andere illustere historische figuur die haar einde vond in de Carcer, was Frankrijks nationale held Vercingetorix , leider van de grote Gallische opstand tegen Caesar. Na zijn nederlaag in 52 v. Chr. had de ongelukkige jaren in de kerker gewacht tot Caesar in de burgeroorlog met al zijn rivalen had afgerekend, om dan in 46 v. Chr. tijdens Caesars triomftocht in het Tullianum gewurgd te worden.

Verchristelijking

Volgens een middeleeuwse legende hebben de apostelen Petrus en Paulus hier ook geketend gezeten. In het begin van de 4de eeuw na Chr. zou paus Silvester I de gevangenis tot cultusplaats hebben omgevormd. Dit laatste kan niet kloppen, want volgens de geschiedschrijver Ammianus Marcellinus had de Carcer in de 2de helft van de 4de eeuw na Chr. nog de functie van gevangenis. Het oudste bewijs dat de apostelen hier werden vereerd, is een 8ste-eeuws fresco in het Tullianum, waarop Gods hand te zien is die hen zegent. Of de illustere heiligen hier echt verbleven hebben, valt op wetenschappelijke gronden niet te bewijzen.

Hoe dan ook, de plaats werd in de middeleeuwen een centrum van intense verering, een aantrekkingspunt voor de pelgrims. Petrus zou hier immers op miraculeuze manier een bron tot leven gewekt hebben om de medegevangenen en zelfs cipiers te dopen. Zowel Carcer als Tullianum werden ingericht als kapellen en erboven verschenen twee kerken, eerst de San Pietro in Carcere (nu kapel van het Kruis), later in de 16de-17de eeuw daarboven de San Giuseppe dei Falegnami.

Toestand vóór 2010

Tot 2010 was een bezoek aan Carcer en Tullianum best merkwaardig vanwege de curiosa die hier te zien waren. Carcer: de ingang van de Carcer voor de bezoekers was toen in de Via del Clivo Argentario, het trapje af onder de kerk van San Giuseppe dei Falegnami, vlak onder het opschrift van Rufinus en Nerva. Deze ingang is echter modern. Noordelijk van de Carcer, dus verder van het Forum weg zijn nog vertrekken aan het licht gekomen, waar zich de oorspronkelijke (en opvallend kleine!) ingang bevond. Dit is in overeenstemming met de tekst van Sallustius die zegt dat het Tullianum zich links van de ingang bevond.

Het bezoek aan Carcer en Tullianum was vóór 2010 gratis, althans in theorie. Je werd verwacht bij de ingang een kleine bijdrage te leveren waar je je met een euro kon van af maken. Je kon vrij beide vertrekken bezoeken. Binnen zag je toen een verbouwing in de wand: de oorspronkelijke toegang. Ergens vertoonde de wand een ‘bluts’: hier was naar verluidt Petrus met zijn hoofd tegen gestoten. Het gat in de vloer, de verbinding met het Tullianum trok de aandacht.

Tullianum: via een moderne trap ging je naar beneden het Tullianum in. De ijzeren deur in de wand sprak tot je fantasie en zou toegang gegeven hebben tot een afvoerkanaal. Langs daar werden zogezegd de lijken van de terechtgestelden afgevoerd naar de Cloaca Maxima, en in de Tiber geworpen. Het altaartje uit 1842 toonde een omgekeerd kruis: een verwijzing naar de dood van Petrus die volgens de overlevering met zijn hoofd naar beneden gekruisigd werd. Naast het altaar stond een zuiltje waaraan de apostelen geketend zouden geweest zijn. Een reliëf toonde hoe Petrus de bron deed ontstaan door op de stenen te slaan. We zijn nu eenmaal in Rome, waar alles zoniet waar, dan toch goed gevonden is.

Onderdrukken we onze meewarige lachlust want bedenken we dat net deze naïeve, devote middeleeuwse fantasie het gebouw eeuwen lang in stand gehouden heeft, waardoor wij het nu nog kunnen bezoeken.

Archeologisch onderzoek

Genoeg gefantaseerd. Wat vertelt de archeologie ons nu? Het recent archeologisch onderzoek (2010) bood heel wat opheldering, en veegde oude theorieën van tafel. Het opschrift op de robuuste buitenmuur in travertijn luidt: C.VIBIVS.C.F.RVFINVS.M.COCCEIVS.[M.F.]NERVA.COS.EX.S.C. Vibius Rufinus en Cocceius Nerva waren waarschijnlijk consul tussen 39 en 42 na Chr. Deze magistraten maakten de gevel dubbel zo dik door er een laag travertijnblokken vóór te plaatsen, iets wat zeker geen overbodige maatregel was. Ooit was er immers tijdens troebelen in de republiek een bres in geslagen. Het opschrift is evenwel vóór de Tweede Wereldoorlog foutief gerestaureerd: er ontbreken enkele letters.

Het huidige vertrek van de Carcer, gebouwd met blokken tufsteen, dateert uit het einde van de 2de eeuw v. Chr. Het Tullianum is behoorlijk ouder dan de Carcer zelf. De antieke schrijvers, onder andere Livius, plaatsen de bouw ervan in de Koningstijd, maar archeologische evidentie is hier niet voor. Het muurwerk dateert uit de 4de-5de eeuw v. Chr. Mogelijk was de kamer toen niet meer dan een wateropslagplaats want de opgravingen hebben het bestaan van een bron aangetoond. Het ziet ernaar uit dat deze bron gedurende eeuwen het voorwerp van religieuze verering is geweest. Want in de vloer ontdekten de archeologen een votiefkuil met offergaven (o.a. aardewerk en verbrande dierenbeenderen) gaande van de 6de tot de 3de eeuw v. Chr.

Moeten we daaruit besluiten dat het Tullianum pas in de 3de eeuw v. Chr. gevangenis werd? Een mogelijke bevestiging hiervan vinden we in het feit dat er in de literaire bronnen vóór de 2de eeuw v. Chr. geen sprake is van executies in het Tullianum. Het verhaal van de ijzeren deur is lekker romantisch, maar er is helaas niets van aan. De deur zelf dateert uit de 19de eeuw en geeft toegang tot een afvoerkanaal dat pas gegraven is in de 17de eeuw. In de oudheid bestond er geen afvoerkanaal.

Toestand na 2010

Naar aanleiding van de recente opgravingen heeft heel het complex van Carcer en Tullianum een gedaanteverwisseling ondergaan. De ingang is verplaatst naar de winkel in de Via dell’ Arco di Settimio Severo (aan de trappen naar het Capitool), en aanvankelijk moest je 10 euro neertellen voor een audio-visueel spektakel.

Enkele maanden geleden was het inkomgeld al gereduceerd tot 7 euro. Nog onder de indruk van de grandioze multimediale presentatie van de Romeinse huizen in het Palazzo Valentini, waagden we dan toch een bezoek aan het Tullianum, met in het achterhoofd de idee: wie weet is dit misschien iets gelijkaardigs?

Maar wat een ontgoocheling! In de plaats van een correcte wetenschappelijke benadering kregen we een pseudo-religieus geïnspireerde multimediashow over de verering van het water. Daar lag de nadruk permanent op de aanwezigheid van Petrus en Paulus die de medegevangenen doopten. Terwijl, zoals hierboven aangetoond, die vermeende aanwezigheid verre van historisch bewezen is.

In het Tullianum – dat al zo klein is! – is een soort loopbrug gebouwd, waardoor je de structuur van de twee boven elkaar liggende vertrekken helemaal niet meer herkent. De duiding is van nul en generlei waarde. Vercingetorix, Iugurtha en de anderen worden eventjes terloops vermeld, maar van hun historische context geen woord.

Er is ook nergens een verwijzing naar de bekende beschrijving van het gebouw door Sallustius. Alles draait rond het water en het christelijke. Je bent verplicht de stroom van de rondgang te volgen, die je na afloop in de saaie kapel boven de Carcer brengt. Er zijn in Rome interessantere kerken.

Deze over-verchristelijking van een uniek antiek monument is een regelrechte historische vervalsing, een schandelijke verminking zelfs, die bovendien commercieel wordt uitgebuit. Teleurgesteld stonden we na drie kwartier terug buiten. Elders in de stad moesten we troost zoeken voor de pas opgelopen frustratie om onze batterijen terug op te laden. Maar gelukkig is dat in het ons zo geliefde Rome geen probleem.

Guido Cuyt
Ere-voorzitter AVRA (Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie)
Winnaar Romulusprijs S.P.Q.R. 2009

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 8 juni 2012. Bekijk het origineel.