Brengt Rome onheil in de eurozone?

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Zondag trekken de Italianen naar de stembus. Het zijn belangrijke verkiezingen en één van de beste analyses hierover die we de jongste tijd mochten lezen was de onderstaande opiniebijdrage van Andy Langekamp, senior politiek analist bij het onafhankelijke bureau ECR-Research. Deze bijdage verscheen eerder in de krant De Tijd.

Op 4 maart gaan de Italianen naar de stembus. Al lange tijd circuleren waarschuwingen voor de risico’s van die verkiezingen. Sommige waarnemers verwachten dat een verdeelde uitslag het begin van het einde inluidt van de zonnige periode voor de eurozone. Komt het voortbestaan van de muntunie weer ter discussie te staan?

Nog niet zo lang geleden had Europa hoge verwachtingen voor Italië. Met de jonge hond Matteo Renzi zou de derde euro-economie eindelijk de weg van structurele hervormingen inslaan. Renzi hield het echter maar drie jaar uit als premier. Hij overspeelde zijn hand met een referendum over een grondwetswijziging.

Nu is Italië nog altijd een van de traagst groeiende economieën van Europa en torst het zware overheidsschulden. De Italiaanse schulden bedragen een vijfde van het totaal in de eurozone en de Italiaan torst een veel hogere overheidsschuld dan de Griek: 35.000 euro versus 29.000 euro per hoofd van de bevolking.

De Italiaanse bureaucratie blijft een frustrerend doolhof en de lage productiviteit remt een verhoging van de structurele groei af. Voorts blijft het bankensysteem kwetsbaar en zijn het rechtssysteem en het hoger onderwijs zorgenkindjes. De corruptie is nog altijd een aanzienlijk groter probleem dan in de rest van West-Europa.

Toch moeten we oppassen niet te zwartgallig te worden. Italië heeft behoorlijke stappen gezet in de strijd tegen corruptie, zoals ook het recentste rapport van Transparency International laat zien. Daarnaast werd wat meer lucht gecreëerd in de verstikkende bureaucratie, werd de stroperige arbeidsmarkt wat gestroomlijnder, verloopt de belastinginning ietwat soepeler en zijn een aantal problematische banken aangepakt.

Een nieuwe regering komt dus niet in een gespreid bedje terecht, maar het is ook geen onopgemaakt, doorgezakt bed dat op instorten staat. Daarbij komt dat de partijen waarover analisten zich het meeste zorgen maken de jongste tijd hun scherpste kantjes afgeslepen hebben. Zo hebben Berlusconi’s Forza Italia en de populistische Vijfsterrenbeweging hun euro-standpunten gematigd en heeft zelfs de Lega langzaam maar zeker afstand genomen van het standpunt dat Italië beter af is zonder euro. Dat natuurlijk ook omdat nog altijd bijna 60 procent van de Italianen voor de euro is.

Het grootste risico is dus niet dat Italië de eurozone verlaat, maar dat het land na de verkiezingen onbestuurbaar wordt, omdat geen enkele partij een meerderheid behaalt. Of, nog erger, dat een rechtspopulistische coalitie de dienst gaat uitmaken in Rome.

Toch lijkt een brede coalitie nog steeds het waarschijnlijkst. Zeker nadat de leider van de Vijfsterrenbeweging liet weten dat hij eventueel toch bereid is een coalitie te steunen, daar waar de beweging eerder resoluut weigerde samen te werken met anderen.

Een dergelijke scenario betekent wel dat Italië wederom op z’n best traag zal zijn met maatregelen die de economische groei naar een hoger plan tillen. Dat betekent niet direct dat de financiële markten aan de bel zullen trekken, omdat de meeste beleggers er toch al van uitgaan dat weinig klaargespeeld wordt in Rome. Met andere woorden, een dergelijk scenario is al ingeprijsd.

De meeste doemanalyses moeten met een korreltje zout worden genomen. Daarbij moet ik eerlijk zeggen dat ik door schade en schande wijs ben geworden. In 2010 omschreef ik in een column Italië als de achilleshiel van de eurozone.

Italië kan mede zo lang doormodderen, omdat de grote schuldenlast geen acuut probleem is. Nu is dat omdat de rentevoeten zeer laag staan. Mochten de rentevoeten stijgen, dan is de enorme overheidsschuld nog altijd een minder groot probleem dan vaak gedacht, omdat de binnenlandse vraag naar overheidsobligaties groot is, de looptijd ervan lang is (gemiddeld bijna zeven jaar) en vanwege het stijgende overschot op de lopende rekening. Bovendien zijn de schulden van de Italiaanse huishoudens laag en stabiel.

Natuurlijk kleven nog steeds risico’s aan de verkiezingen. Als de rechts-populisten een regering vormen, zullen de markten zenuwachtig slikken. Net als wanneer die partijen hun onverantwoordelijke verkiezingsbeloftes nakomen met als gevolg dat de overheidsschuld – volgens onderzoek van La Repubblica – verder doorschiet naar boven.

Vooralsnog is het echter waarschijnlijker dat de Italiaanse stembusgang de kloof tussen de tienjarige Duitse en Italiaanse rente niet significant opstuwt.

Op de langere termijn kan de Italiaanse politiek wel degelijk de katalysator vormen voor oplopende spanningen in de eurozone als de grote partijen onverantwoord blijven omspringen met de overheidsfinanciën en mee daardoor de spanningen tussen de noordelijke en zuidelijke eurolanden toenemen.

Oorspronkelijk gepubliceerd door de stichter van S.P.Q.R. op romenieuws.wordpress.com, op 2 maart 2018. Bekijk het origineel.