Betoging tegen Bush in Rome eindigt met spoor van vernieling

Lichte, scherpe silhouet van de Lupa Capitolina, gebruikt als vervangfoto

Het begon als een vreedzame en vrij ludieke betoging tegen de aanwezigheid van de Amerikaanse president George Bush in Rome. Vooral de oorlogspolitiek van Bush moest het ontgelden in vele slogans en spandoeken. Maar later werd de sfeer in Rome bij momenten vrij grimmig, toen gemaskerde relschoppers, die zich in de groep hadden geïnfiltreerd, een spoor van vernieling door de stad trokken. De oproerpolitie greep hard in.

De protestmars eindigde in opstootjes in de omgeving van Piazza Navona. Er werd met flessen en stenen gegooid, vensters werden kapot geslagen. Er is veel schade aangericht. De politie dreef de menigte uiteindelijk met traangas uit elkaar. President Bush, waarmee tijdens de optocht in talloze spotprenten en opschriften de draak werd gestoken, sprak in Rome met premier Romano Prodi, oud-premier Silvio Berlusconi en Paus Benedictus XVI. Bush sprak de kerkvorst aan met een volkomen oneerbiedig “Sir”. De vrouwen van de twee regeringsleiders amuseerden zich ondertussen met een toeristisch bezoek aan de stad.

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op 13 juni 2007 op het Romenieuws-archief.